Frankrijk ziet Lenin hard van zijn voetstuk vallen

Op 8 november, de tachtigste verjaardag van de Russische Revolutie, kwam in Parijs het boek Le livre noir du communisme (Het zwartboek van het communisme) uit....

Van onze correspondent

Martin Sommer

PARIJS

De advocaat van Maurice Papon heeft het boek laten opnemen bij de processtukken. Er is door rechts mee gezwaaid in het parlement om de linkse coalitieregering in verlegenheid te brengen, en onder de auteurs is ruzie uitgebroken over de strekking van titel en inleiding.

Het zwartboek is een uitputtende inventaris van de misdaden op het conto van een kleine eeuw communisme. 'Misdaden, terreur, onderdrukking', luidt de ondertitel. De wandaden van alle rode regimes passeren de revue, van Sovjet-Unie tot China, van Cuba tot Angola, van Noord-Korea tot Cambodja. Lenin, de laatste revolutionair die althans in Frankrijk nog een naam te verliezen had, valt hard van zijn voetstuk. Op grond van nieuw archiefmateriaal wordt bevestigd dat Vladimir Iljitsj al in 1917 was begonnen met systematische terreur-uitoefening, met als doel de machtshandhaving van het dan nog kleine aantal bolsjewieken.

Lenin bedacht de concentratiekampen, de collectieve deportatie, de repressie van arbeiders en boeren, waarbij tegen de laatsten gifgas werd gebruikt. Tachtig jaar communisme resulteerde in een dodental tussen de 65 miljoen en honderd miljoen doden, zo wordt becijferd in de inleiding die werd verzorgd door de redacteur, de historicus Stéphane Courtois.

Deze bebaarde onderzoeker van het Parijse instituut CNRS gooide een flinke steen in de vijver met de vaststelling dat in essentie communisme en nazisme niet verschilden - allebei intrinsiek moorddadige systemen, zij het dat het ene zich baseerde op de klassenstrijd, het andere op de rassenstrijd. Hij schaart zich daarmee achter de omstreden these van de Duitse historicus Ernst Nolte, die in 1986 in de Bondsrepubliek de Historikerstreit deed ontbranden met zijn stelling dat het nazisme een reactie, respectievelijk imitatie was van de gruwelen van Stalin.

Het is nog te vroeg om te constateren dat de querelle des historiens nu ook in Frankrijk is uitgebroken, maar ophef is er zeker. Een Europarlementariër voor het extreem-rechtse Front National was er als de kippen bij om te constateren dat Hitler vergeleken met de communisten 'een krullenjongen' was.

Het bestaan van het boek zal de meeste Fransen ter ore zijn gekomen toen een parlementslid van de rechtse UDF premier Jospin twee weken geleden vroeg hoe hij zijn partnerschap met de communistische partij verantwoordde. Die ontleent haar naam immers aan een moorddadig systeem? Jospin nam zijn coalitiepartner in bescherming, en voegde eraan toe dat hijzelf 'nooit een is-gelijk-teken had geplaatst' tussen de utopie van de gelijkheid (communisme) en de utopie van de ongelijkheid (nazisme). Daarop verlieten de UDF-politici boos de zaal.

Zo was de historische discussie meteen gepolitiseerd. Het parlementaire incident, inclusief de opmerking van Jospin, legde de ambivalentie bloot waarmee een groot deel van intellectueel en politiek Frankrijk naar het communisme kijkt. Ook het feit dat Frankrijk het enige West-Europese land is met nog altijd een communistische partij van serieuze omvang, wijst erop dat de Fransen moeilijk afscheid nemen van 'Le passé d'une illusion' - het verleden van een illusie, zoals de historicus François Furet zijn boek over hetzelfde thema twee jaar geleden had gedoopt.

Naar de verwachting van destijds zou Le passé d'une illusion een eind maken aan het taboe op het thema 'Frankrijk en het communisme'. Maar er volgde stilte. Te veel intellectuelen hadden zelf de revolutie gepredikt en achter Jean-Paul Sartre aangelopen. Twee jaar later is François Furet, die aanvankelijk het voorwoord van het zwartboek zou verzorgen, overleden.

Vooralsnog draait de discussie nu om de persoon van zijn vervanger, Stéphane Courtois. Die had het zwartboek eerst 'De misdaden van het communisme' willen dopen. Waarop enkele medewerkers hun bijdrage wilden intrekken omdat met zo'n titel de misdaden van het communisme 'te veel centraal' zouden staan.

Ook de gespierde inleiding van Courtois is bij zijn eigen medewerkers niet goed gevallen. Twee van hen, Jean-Louis Margolin en Nicolas Werth, schreven een ingezonden stuk in Le Monde: 'Men zal, zowel in de inleiding als in de rest van het boek, vergeefs zoeken naar een geserreerde en diepgaande bespreking van een gecompliceerde en delicate kwestie als de vergelijking tussen fascisme en communisme, of de aanwezigheid van terroristisch potentieel in de marxistische theorie zelf. Wij willen deze noodzakelijke vragen niet uit de weg gaan. Maar, heel simpel, het boek gaat er niet over.'

Meer over