Fotojournalist in visueel tijdperk te vaak de kop van jut

Door digitalisering en snelle verspreiding van beelden lijkt het goed te gaan met de fotojournalistiek. Helaas is dat niet het geval, betoogt Joep Lennarts....

'Fotojournalisten verschaffen informatie aan een wereld die volvooroordelen is, maar hongerig naar beeld.' Het zou een mooi motto zijnvoor De Zilveren Camera, die vandaag een nieuwe eigenaar krijgt. De woordenvan aartsvader Henri Cartier-Bresson zullen weer instemmend wordenaangehaald en de winnaar zal opnieuw te horen krijgen hoe belangrijkjournalistieke beeldmakers in dit visuele tijdperk zijn.

Juryvoorzitter Adriaan Monshouwer zag het vorig jaar een stuk minderrooskleurig. Hij constateerde toenemende vervlakking en middelmatigheid endat ligt volgens hem vooral aan het beleid bij kranten en tijdschriften.Alles moet snel en goedkoop. En als fotografen zelf tijd en moeite in eenonderwerp investeren, zijn er nauwelijks nog mogelijkheden om dat werkgepubliceerd te krijgen.

Nu is de fotojournalistiek met enige regelmaat dood verklaard, maar hetlijk weigerde hardnekkig te gaan liggen. Waarom is er dan nu wel reden omde noodklok te luiden? De krantenmarkt staat weliswaar onder druk, maartijdschriften doen het goed, we kunnen digitaal fotograferen, zondertijdrovend gedoe met filmpjes en ontwikkelaar, je kunt je beelden de helewereld rondsturen en ze zelf op het net publiceren.

Om te beginnen werken fotojournalisten voor bedragen waarvoor eenstukadoor zijn neus ophaalt. In krantenland varieert de vergoeding per fotovan drie tientjes via gemiddeld vijftig tot ruim honderd euro, dus moetenfotografen vijf à tien foto's per dag maken. Dat kan, maar dan houd je naaftrek van heen- en weer rijden in dit land van files een minuut of tienper foto over. Net genoeg voor een doorgeknipt lint en daar waren we neteen beetje van af.

Het was de visie van gedreven fotografen die van persfotografiefotojournalistiek maakte. Pioniers als Han Singels, Wim Ruigrok, Wubbo deJong en Daniel Koning weigerden in het voetspoor van Cartier-Bresson noglanger rituele wegwerpmomenten vast te leggen. Ze fotografeerden eenkroniek van snel veranderend Nederland. Hun beelden hielden ons toen eenspiegel voor en zijn nu van onschatbaar cultuurhistorisch belang.

Het succes van die journalistiek met de camera heeft er niet toe geleiddat beeldmakers een volwaardige plek kregen bij kranten en tijdschriften.Fotojournalisten bleven de dyslectische neefjes. In dit volgenshoofdredacteuren en directies visuele tijdperk zijn journalisten,vormgevers, beeldredacteuren en documentalisten in dienst, maarfotojournalisten bij hoge uitzondering. Bij bezuinigingen, zoals nu,krijgen freelancers de eerste en hardste klappen.

Het monopolie op snelheid van de professionele fotograaf is met de dokaen de fotozender bij het grofvuil beland. Dé nieuwsfoto van 2004 was hetbeeld van de neergestoken Theo van Gogh, gemaakt met een megapixeltelefoon. Het wordt griezeliger als redacties lezers gaan oproepen leuke foto's opte sturen onder het mom van burgerjournalistiek. De gedachte dat je deerfenis van De Jong, Koning, Ruigrok en al die anderen in handen kuntleggen van toevallige passanten is net zo stompzinnig als het idee datwillekeurige voorbijgangers die krant gezaghebbend kunnen volschrijven. Hetgemak waarmee beeld de wereld rondzwerft en wordt gemanipuleerd, moetredacties ten opzichte van die gratis fotografie juist wantrouwig maken.

Veel van die redacties lijken niet te beseffen hoe belangrijk dooreigen, integere auteurs gemaakte foto's zijn voor hun geloofwaardigheid.Het overgrote deel van het beeld om ons heen is gemaakt om te verleiden,te amuseren, iets te verkopen. Bedrijfsleven en overheid geven miljoenenuit om ons in hun werkelijkheid te laten geloven. Ontevreden aandeelhoudersverstoren het imago, dus blijven fotojournalisten die verder kijken dan deglimmende CEO buiten de deur. Voetbalbonzen probeerden fotografen teverbieden nog iets anders dan de wedstrijd te fotograferen, want beeldenvan rellen of wangedrag doen het produkt geen goed. Vaak leveren bedrijvenen instanties zelf gratis beelden.

Met de moorden op Fortuyn en Van Gogh heeft dit land volgens velen zijnonschuld verloren. Daar zijn fotojournalisten als meest zichtbareexponenten van de media al langer achter. Schelden, duwen, trekken, slaan,beeld opeisen, het is dagelijkse praktijk. Er zijn wijken waarfotojournalisten niet meer willen werken. Wie bedenkt dat die fotograaf eenslecht verzekerde zelfstandige is met voor vijftien mille zelf aangeschaftespullen om zijn nek, moet daar begrip voor op kunnen brengen.

In die complexe, verbrokkelende samenleving is de noodzaak om verder tekijken dan het beeld dat overheden, raden van bestuur, reclamemakers enpr-adviseurs ons voor willen schotelen groter dan ooit. Fotojournalistendoen dat nog steeds, iedere dag. Ze zijn kwetsbare eenlingen die omallerlei nobele en minder nobele redenen de verantwoordlijkheid nemen diegrote mediabedrijven steeds vaker laten liggen.

Ga dus naar de Zilveren-Camera-tentoonstelling kijken, en verbaas uerover dat er mensen zo gek zijn om iedere dag geïnspireerd deconfrontatie met de werkelijkheid aan te gaan, zodat we weten hoe die eruit ziet. Nog wel.

Meer over