RecensieBerenice Abbott: Portretten van het moderne leven

Fotografie van Berenice Abbott toont het rauwe New York van de jaren dertig ★★★☆☆

New York, jaren dertig. Beeld Berenice Abbott / Getty Images
New York, jaren dertig.Beeld Berenice Abbott / Getty Images

Met majesteuze lijnen en harde contrasten accentueerde fotograaf Berenice Abbott het harde, rauwe New York van de jaren dertig. In Amsterdam is nu een overzichtstentoonstelling van haar werk te zien, de eerste in Nederland.

Wie wil zien hoe snel de aanblik van een wereldstad kan veranderen, spoede zich naar Huis Marseille in Amsterdam. Daar hangen bijna tweehonderd originele afdrukken van de Amerikaanse fotograaf Berenice Abbott (1898-1991), die New York in de jaren dertig vastlegde. Majestueuze, zakelijke foto’s in zwart-wit zijn het, afgewogen composities van de stad die van zichzelf zo’n dynamische aanblik heeft dat de fotograaf geen visueel spektakel hoefde toe te voegen: New York had aan zijn eigen hartenklop genoeg.

De tentoonstelling – de eerste in Nederland aan Abbott gewijd – heeft Changing New York (naar haar belangrijkste project) als hoofdthema, maar de reikwijdte is groter: ze laat zich ook bekijken als voorbeeld van hoe de artistieke opvattingen over de fotografie de eerste helft van de 20ste eeuw veranderden. Het eeuwig slopen en bouwen op zoek naar extra vierkante meters kenmerkt New York. Abbotts foto’s tonen die metamorfose in háár tijd, en de hedendaagse toeschouwer hoeft geen kenner van de stad te zijn om te constateren hoe dramatisch haar aanblik in een kleine eeuw is geëvolueerd.

Berenice Abbott kwam als twintiger in Parijs terecht. Zoals veel moderne Amerikaanse kunstenaars die het deprimerende klimaat na de Eerste Wereldoorlog en de puriteinse sfeer ten tijde van de drooglegging ontvluchtten en opbloeiden in het Europese brandpunt van de moderne kunst. Abbott kon daar aan het werk als assistent van de grote Man Ray, raakte ingevoerd in diens avant-gardistische kringen en kreeg, met dank aan kunstverzamelaar en mecenas Peggy Guggenheim, de beschikking over een eigen camera en donkere kamer. Minstens zo belangrijk: ze leerde Eugène Atget kennen, de fotograaf die het 19de-eeuwse Parijs, de stegen met krotten, werkplaatsen, paardenkarren en koetsen had vastgelegd.

Zoal Atget het verdwijnende Parijs met een klinische blik en oog voor details fotografeerde, zo bekeek Abbott een paar jaar later haar New York. Wat een verschil met de generatie die haar was voorgegaan, met exponenten als Edward Steichen en Alfred Stieglitz. Die toonden de metropool in al haar schilderachtigheid: het Flatiron Building tijdens een sneeuwjacht, met de silhouetten van kale bomen, de paarden die hun karren door de straten trokken – representanten van een vrijwel voltooid verleden.

Berenice Abbott: Canyon, New York City, 1936.  Beeld Getty Images
Berenice Abbott: Canyon, New York City, 1936.Beeld Getty Images

Zakelijke benadering

Abbott zette zich met haar zakelijke benadering in de jaren dertig nadrukkelijk af tegen dergelijke romantiek. Met harde contrasten tussen licht en schaduw en composities die het grootsteedse karakter van de stad en de immense afmetingen van de wolkenkrabbers accentueerden. Tegenover de lieflijke, krullerige kanten van New York plaatste ze de intimiderende gevel met hoge zuilen van The New York Stock Exchange, het beursgebouw dat de plaats delict van de krach vormde. Tegelijkertijd had ze oog voor de schrijnende armoede die ook in de stad kon worden aangetroffen. Zoals de armzalige krotten, de schamele onderkomens van de door de economische crisis aan lager wal geraakte werklozen. Abbott zwoer het schilderachtige af dat de fotografie had gekenmerkt en stelde er een rauwe, waarachtige stijl tegenover.

Ook de portretten die zij in de jaren twintig, maakte van vooraanstaande lieden (onder wie vele New Women, de powervrouwen die vaak openlijk afweken van de heteronorm) uit het culturele leven worden gekenmerkt door die frisse ongenaakbaarheid. Mooie karakterkoppen maakte Abbott van ze, van kunstverzamelaar en mecenas Peggy Guggenheim, de schrijvers James Joyce en Djuna Barnes. Vergelijk die portretten eens met het fraaie maar ook behaagzuchtige portret dat Steichen in hetzelfde decennium maakte van filmster Gloria Swanson, met het gezicht van een pop, bedekt door een voile met bloemmotief.

Abbott stelde tegenover het picturalisme in de fotografie een heldere, niets verbloemende stijl. Haar werk weerspiegelt de tijdgeest van ontnuchtering. De Roaring Twenties waren ook in overdrachtelijke zin voorbij: een grimmige tijd van economische ellende, conservatisme, haat en oorlogsdreiging diende zich aan.

 Berenice Abbott: New York City, jaren dertig. Beeld Berenice Abbott
Berenice Abbott: New York City, jaren dertig.Beeld Berenice Abbott

Huis Marseille besteedt ook aandacht aan de wetenschapsfotografie waarvoor Berenice Abbott eind jaren dertig belangstelling opvatte. Ze zag voor fotografie een belangrijke rol weggelegd bij het populariseren en inzichtelijk maken van wetenschappelijk onderzoek. Haar foto’s van natuurkundige en elektrische fenomenen, het blootleggen van patronen en wetmatigheden daarin, mogen in haar tijd baanbrekend zijn geweest, door de ogen van de 21ste-eeuwer zien ze er enigszins gedateerd uit. De technische mogelijkheden van digitale opnametechnieken zijn zo spectaculair dat het moeilijk valt Abbotts bijdrage aan de wetenschapsfotografie nog als anders dan curieus te betitelen.

Berenice Abbott: Portretten van het moderne leven.

★★★☆☆

Fotografie

Huis Marseille, Amsterdam, t/m 1/12.

Meer over