Filmfestival RotterdamInterview

Fotograaf Pieter Vandermeer maakte de cowboyjaren van het IFFR mee. ‘De enige poeha-makers waren de Nederlandse regisseurs’

Charlotte Rampling, Rotterdam (1987), gefotografeerd door Pieter Vandermeer
 Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Charlotte Rampling, Rotterdam (1987), gefotografeerd door Pieter VandermeerBeeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Pieter Vandermeer (80) was een kwart eeuw lang de hoffotograaf van IFFR. De ene na de andere grote, of later groot geworden regisseur verscheen voor zijn lens. Het festival is wel iets veranderd, na de beginjaren zeventig.

Helemaal zeker is Pieter Vandermeer niet, over het jaar dat hij aantrad als hoffotograaf van het Rotterdamse filmfestival. Vermoedelijk was het 1973. Maar zijn fotoarchief van die eerste jaren is dus ooit volledig in de war geraakt en bijna verloren gegaan, toen een achteloze buurtkat over de tronies van al die zo vermaarde cinefiele eregasten zeek.

Het beestje was binnengeslopen bij de meesterportrettist, die destijds nog werkzaam was als werkplaats-assistent aan de fotoacademie. En een paar jaar eerder vanuit het Friese Grou naar een ‘achenebbisj-woninkje’ in de Rotterdamse binnenstad verkaste, waar hij z’n negatieven midden op de vloer stalde; meer ruimte was er niet. ‘Alle negatieven plakten aan elkaar, door die kat. Ik heb een kinderbadje gekocht, lodeline erin, en zo hup alles erbij gegooid. Wonderbaarlijk veel viel nog te redden. Maar ja, wel één grote rommel. Duizenden negatieven, ga dat maar eens uitzoeken.’

Sindsdien lopen de jaren en foto’s door elkaar; een brei van vereeuwigde vluchtige festival-ontmoetingen. Nu deel van de collectie van het Fotomuseum. ‘Ik was er in ieder geval wel vroeg bij’, besluit Vandermeer.

De goedmoedige fotograaf - op z’n 80ste nog altijd actief - sloft door z’n aangenaam rommelige studio in Rotterdam Crooswijk, waar een kleine greep uit het arsenaal ooit door hem vastgelegde filmgrootheden de wanden siert. De Franse nouvelle-vagueregisseur Eric Rohmer, diens baanbrekende Poolse collega Krzysztof Kieslowkski. Maar ook de zo invloedrijke Nederlandse cameraman Robby Müller. ‘Alweer dood goddomme. Zo’n lieve man. We hadden het vaak over licht.’

Steve Buscemi, Rotterdam, 1993, gefotografeerd door Pieter Vandermeer Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Steve Buscemi, Rotterdam, 1993, gefotografeerd door Pieter VandermeerBeeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Spike Lee, Rotterdam, 1984, gefotografeerd door Pieter Vandermeer Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Spike Lee, Rotterdam, 1984, gefotografeerd door Pieter VandermeerBeeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Hij houdt even stil bij de verbeten turende Dennis Hopper, eveneens in het door Vandermeer geprefereerde zwart-wit. ‘Kijkt wat chagrijnig ja, die Hopper. Ik had hem er net aan herinnerd dat hij bij z’n eerdere bezoek aan Rotterdam zo de beest uithing - vond-ie niet leuk.’

Charlotte Rampling bezet een ereplekje: haar portret prijkt midden in Vandermeers wandcollage van langs de kade gevonden en tegen de muur gespijkerde ready-mades. Roestige fietskettingen, halfvergane scharnieren, de Engelse actrice, een platgereden tube bandenplaklijm. ‘Heeft wel een bepaalde schoonheid toch, zo’n tubetje?’ De nog jonge Rampling, in hooggesloten blouse, blikt doordringend in Vandermeers lens, maar lijkt niet helemaal zeker wat te doen met haar handen. Een juweel van een foto.

Het allereerste ‘Film International’ (de doopnaam van IFFR) begon meteen al legendarisch, in de zomer van 1972. Vanwege de zó slecht bezochte openingsavond, met de Iraanse film De postbode, weigerde de wethouder de ceremonie te openen; de hoogwaardigheidsbekleder zag de vele lege stoelen en vertrok meteen weer. Ook de aanloop naar die avond leent zich voor mythologie: filmgoeroe en organisator Huub Bals had in een advertentie om ‘lekkere meisjes’ verzocht, die als festival-hostesses zouden fungeren. En richtte zich dreigend tot filmlievend Nederland: ‘Als je niet bij Film International bent geweest, moet je verder je smoel houden als er ergens over film wordt gepraat!’

Pieter Vandermeer Beeld
Pieter Vandermeer

De cowboyjaren van het nu 50-jarige International Film Festival Rotterdam kenmerkten zich door Bals’ uitgelezen smaak: die strikte van meet af de juiste films én sloot bondgenootschappen met de internationale filmmakers, die al tijdens de eerste editie toestroomden. Kranten ruimden veel pagina’s in voor het festival en de bezoekersaantallen namen toe; er groeide iets bijzonders in Rotterdam. ‘Och die Bals’, zegt Vandermeer, even voor zich uit starend. ‘Een verschrikkelijke man. En óók een verschrikkelijk lieve man. Huub kon zó horkerig zijn. Had ik iets niet naar z’n zin gedaan, kregen we enorme ruzie. En dan riep hij je daarna bij je: was je boos jochie? Meteen alles weer goed.’

Vandermeer trof zelden buitenlandse cineasten of acteurs die níét op de foto wilden, op de jonge Dennis Hopper na dan, toen de regisseur en acteur het festival in de beginjaren aandeed met z’n legendarische jungle-flop The Last Movie (‘hij was écht onaanspreekbaar’). De doorgaans ongrijpbare nouvelle-vaguevoorman Jean-Luc Godard was poeslief. Zo ook de stugge Rus en meester-cineast Andrei Tarkovski, die eerst alle vragen afkapte tijdens zijn persconferentie in het Rotterdamse Hilton, maar vervolgens wel tijd vrijmaakte voor Vandermeer. ‘Hoe belangrijker en hoe beroemder, hoe makkelijker ze op de foto gaan. Antonioni had eerst niet zoveel zin, maar toen ik zei: het is voor Huub, liep hij meteen mee naar mijn studiootje boven in Lantarenvenster. Dat was gewoon het rommelhok van het oude theater, er hing ook een boiler. Je kon er makkelijk een mooi lichtje maken. Daar heb ik Tom Waits en Jim Jarmusch ook gefotografeerd. Ook zo’n aardige jongen, die Jarmusch. Of Chantal Akerman, wat een bescheiden mevrouw!

‘De enige poeha-makers waren de Nederlandse regisseurs. Orlow Seunke, die dan zei: het gaat niet om mij, het gaat om mijn film. Joh, krijg het heen en weer! Waarom denk je dat die Godard zo beroemd is? Toen heb ik iemand een bord voor Orlows hoofd laten houden terwijl ik ’m fotografeerde - dan maar zo. Later goede vrienden geworden hoor, met Orlow.’

Robby Müller, Rotterdam, 1983, gefotografeerd door Pieter Vandermeer Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Robby Müller, Rotterdam, 1983, gefotografeerd door Pieter VandermeerBeeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Chantal Akerman, Rotterdam, 1983, gefotografeerd door Pieter Vandermeer
Foto: Pieter Vandermeer Beeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum
Chantal Akerman, Rotterdam, 1983, gefotografeerd door Pieter VandermeerFoto: Pieter VandermeerBeeld Hollandse Hoogte / Nederlands Fotomuseum

Gevraagd wat nou een goed portret maakt, vertelt Vandermeer over die keer dat hij besloot dat hij ook ‘natuurfoto’s’ moest kunnen maken. ‘Dus ik terug naar Friesland. Dágenlang bezig, maar alles weggegooid, behálve die paar portretjes van Friese jongens op zo’n terp. Met die natuur werd het niks. Vroeg ik een collega die echt weergaloze natuurfoto’s maakte: hoe doe jij dat nou? Verklap ik je, zei hij, als jij me dan zegt hoe je die portretten maakt. Ik doe maar wat, zei ik. Ik ook, zei hij. Wat een klote antwoord! Maar ik heb erover nagedacht, en het is zo. Ik doe maar wat. Ik zet ze neer, ik praat wat met ze. Het is een moment, hooguit een paar minuten. Maar dan bestaat er niks anders: een cocon. Die spanning, dat is het.’
Midden jaren negentig belandde Vandermeer kort voor het festival met acute bloedvatvernauwing op de intensive care. ‘Ze hebben me gedotterd en inmiddels ben ik al wat bypasses verder. Maar m’n hart is goed. Een klep lekt, dat kijken ze nog na.’ Het jaar erna hield de vaste IFFR-fotoklus op: het festival ging met andere krachten in zee.

Vandermeer is een vaste bezoeker, nog altijd. Aan één ding kan hij maar niet wennen: die met festival-logo’s bedrukte wand in De Doelen, waar de genodigden worden vastgelegd. ‘Dat is toch geen fotografie, met dat kutlicht? Een beetje bij elkaar staan in zo’n licht-doos? Doen ze ook zo op die andere grote festivals, dat wéét ik. Maar je bent toch een independent festival? Dan verzin je toch iets independents, iets anders?’

Hij is niet écht boos, lacht er vrolijk bij. Maar het oude, non-conformistische festivalgevoel zit nu eenmaal diep verankerd in Vandermeer. ‘Die onzin. Dát hoeft niet in Rotterdam.’

Picture This

De foto’s van Pieter Vandermeer, en van diens team medewerkers (onder wie Tineke de Lange en Freek van Arkel), dienen als basismateriaal van de korte Picture This-filmpjes, die tijdens de jubileumeditie voorafgaand aan de films worden vertoond. Samengesteld en van tekst voorzien door IFFR-programmeur Gerwin Tamsma, die steeds weer stilstaat bij een ander aspect van de festivalcultuur. Ook fotograaf Vandermeer zelf figureert er in eentje: hoe die zelden tot nooit de zaal binnenging om zelf een film te kijken. ‘Als het licht doofde, viel ik binnen tien minuten in slaap. Ik was altijd druk. Het is me misschien twee keer gelukt, in 25 jaar. Jonathan Demme gaf me kaartjes voor Stop Making Sense, zijn concertfilm over de Talking Heads. De hele zaal stond te swingen. Toen viel ik niet in slaap.’

Meer over