Reportage

Föld is dertig jaar na de première nog altijd een ware uitputtingsslag voor dansers

‘Net als je denkt dat het dansgedeelte te zwaar wordt, mag je om beurten neervallen in de aarde.’

Annette Embrechts
Rechter en voormalig danser Paul Waarts (midden) geeft met choreograaf Krisztina de Châtel (links) tips aan de jonge dansers die Föld instuderen in een loods in Amsterdam-Noord. Beeld Sjoerd Derine
Rechter en voormalig danser Paul Waarts (midden) geeft met choreograaf Krisztina de Châtel (links) tips aan de jonge dansers die Föld instuderen in een loods in Amsterdam-Noord.Beeld Sjoerd Derine

In de hoek van de repetitieruimte in Amsterdam-Noord staan zes schoppen, vier sneeuwschuivers, twee spades en één hark. Benodigd gereedschap om 21 kuub tuinturf zo keurig mogelijk tot een aarden wal te kammen. Deze heuphoge cirkel, een ontwerp van kunstenaar Conrad van de Ven, vormt tijdens de voorstelling Föld (Holland Festival, 1985) een uur lang het loodzware obstakel voor zes dansers – allemaal jonge mannen dit keer. In eerdere versies van deze dansklassieker van Krisztina de Châtel (Boedapest, 1943) deden ook vrouwen mee, vaste dansers uit haar toenmalige gezelschap. Nu ze al jaren geen eigen groep meer leidt, herneemt de 79-jarige choreograaf dit veeleisende sleutelwerk uit haar oeuvre met zes freelancers. Dansers die deze beroemde uitputtingsslag uit de dansgeschiedenis nooit eerder hebben volbracht.

Zestig minuten lang moeten ze op een vroege compositie van Philip Glass voor koor en orgel – Another Look At Harmony Part IV (1975) – de wal zien te slechten, puur op fysieke kracht. Turf happen tot je erbij neervalt. En ondertussen de continu verschuivende bewegingen van armen, romp, schouders, benen, vuisten en voeten in exact het formalistische patroon volbrengen zoals De Châtel het ruim 35 jaar geleden heeft bedacht. Dat is nog geen sinecure, blijkt tijdens een doorloop waarin de dansers, na een week instuderen, voor het eerst de hele choreografie achter elkaar repeteren.

Rechter Paul Waarts (57) kijkt mee. Niet om te oordelen, wel om de dansers te waarschuwen voor momenten waarop het kan misgaan. En om toe te lichten wat de belangrijkste valkuilen zijn: het lastige tellen, de rulle turf en de totale uitputting. Tien jaar lang, van 1987 tot 1997, maakte hij in een vorig leven als danser deel uit van De Châtels gezelschap, op een paar uitstapjes naar andere groepen na. Waarts danste Föld (Hongaars voor ‘aarde’) in theaters, musea, kerken en buitenplaatsen, van Alkmaar (in een rozenkas met opblaasbadje en tuinslang om af te spoelen) tot Canada (met extreem koude voeten, omdat daar de aarde bevroor). Met steun van de regeling Omscholing Dansers specialiseerde hij zich na zijn afzwaaien op zijn 33ste in het strafrecht, eerst als advocaat, daarna als rechter. Zijn specialiteit: fraude-, drugs-, gewelds- en liquidatiezaken.

Danser Paul Waarts (rechts) in 1992 in een uitvoering van Föld van choreograaf Krisztina de Châtel. Beeld Ben van Duin
Danser Paul Waarts (rechts) in 1992 in een uitvoering van Föld van choreograaf Krisztina de Châtel.Beeld Ben van Duin

Voordat het zestal maandag in Amsterdam de première danst en aan een tournee door Nederland begint, benoemt Waarts de drie grootste voetangels van Föld.

Niet de aarden wal is in Föld het grootste obstakel, maar de helse structuur met duizenden kleine wisselingen. Aan de verschuivende patronen in de muziek van Glass hebben de dansers weinig houvast. De choreografie vol stap-, rol-, stamp- en draaibewegingen verspringt vaak tegen de tel in, zo eigenzinnig is De Châtel wel, met haar voorliefde voor repetitieve muziek. ‘Je voelt een paar cues in de muziek aankomen, bijvoorbeeld wanneer de stemmen dat herhalende ‘hadidadi’ vanuit het niets inzetten. Maar een break volgt pas later, bijvoorbeeld als de reeksen aanzwellen. Zo’n gezamenlijke stop mag je nooit missen. Het publiek ziet alles. Je kunt je nergens achter verschuilen.’

Soms moet het kruisen van naar beneden knallende vuisten tien keer precies synchroon, dan zet iedereen weer kort na elkaar een schouderdraai in en schiet ieder been met een fractie van een verschil zes keer omhoog. Met als gevolg: een sierlijke golfslag van rondspattend turf. ‘Krisztina’s bewegingstaal gaat over het draaien van spiralen met je torso rond je ruggengraat. Je bekken blijft recht. Nu zie ik de dansers nog tellen. Maar dat laten ze uiteindelijk los. Dan wordt het een stomende trein van dampende lichamen.

‘Net als je denkt dat het dansgedeelte te zwaar wordt, mag je om beurten neervallen in de aarde. Dat voelt even als een opluchting. Je sluit je ogen met je gezicht naar de middenstip. Ik wil het heroïsche niet weghalen, maar daarna wordt het een kortstondig feestje: spelen in de zandbak. Die tuinturf kent een speciale fluffy samenstelling en voelt zacht en fijn aan, máár hij blijft overal aan plakken: mond, ogen, neus en bezweet lichaam.

‘Op een bepaald moment lijken de dansers net dampende paarden in tegenlicht. De weerstand ontstaat doordat je voortdurend je lijf uit die aarde moet zien op te hijsen. Je moet al je ledematen bij elkaar rapen en terugveren. Maar turf veert niet.’ En zo ontstaat een magische stoet van sluipende, ploeterende en vallende lichamen, alsof het amfibieën zijn die aan wal kruipen en een obstakel platwalsen, weggelopen van een doek van Escher om achterwaarts in canon over een bruinzwart plateau te trekken.

Repetitie van de herneming van Föld in een loods in Amsterdam-Noord. Beeld Sjoerd Derine
Repetitie van de herneming van Föld in een loods in Amsterdam-Noord.Beeld Sjoerd Derine

‘Je geest staat voortdurend op standje ‘monomaan doorgaan’. Maar die laatste draai door de turf voelt als doodgaan. Aan die reeks van één-en-tweetrappen lijkt geen eind te komen. Je moet dus van tevoren goed weten hoeveel energie je voor dat slotstuk nodig hebt. Soms kun je eerder iets gas terugnemen, om daarna extra adem over te houden. Het eerste dansgedeelte kun je heel vaak droog repeteren, dat heeft nog geen voeten in aarde. Maar het gedeelte door de turf kun je maar één keer per dag oefenen. Twee keer trek je niet.’

Het mooie is dat iedereen de uitputtingsslag anders kan interpreteren. Misschien als de natuur die de mens velt. Of de mens die de natuur bedwingt. Deze middag in een loods in Amsterdam, onder het toeziend oog van rechter Waarts, lijken het mannen die opgesloten zitten maar alles uit de kast trekken om uit te breken.

Föld van Krisztina de Châtel door De Châtel sur Place gaat 9 mei in première in het Internationaal Theater Amsterdam. Daarna tournee.

Meer over