Fluitist met sprankelende waterval

muziek..

Lonneke Regter

AMSTERDAM Publiek gegarandeerd als de Frans-Zwitserse fluitist Emmanuel Pahud optreedt, al jaren een graag geziene gast van het Concertgebouw. Hij en het BBC National Orchestra of Wales onder leiding van Thierry Fischer trakteerden donderdag een goed gevulde Grote Zaal op het Fluitconcert van Jacques Ibert, een relatief onbekend werk vergeleken met het doorgaans ijzeren repertoire dat de Robeco Zomerconcerten kenmerkt.

Pahud, solofluitist van de Berliner Philharmoniker en vorig jaar in Frankrijk onderscheiden als ‘Chevalier dans l’Ordre des Arts et des Lettre' voor zijn bijdrage aan de Franse muziekcultuur, voelde zich als een vis in het water in het idioom van Ibert. Hij viel gretig op het virtuoze werk aan en vertolkte het Allegro in een duizelingwekkend tempo.

Knap, zoals de fluitist in het slotdeel de ene sprankelende waterval na de andere tevoorschijn toverde. Hij speelde met vaart en een fors volume, een combinatie die weinig fluitisten kunnen evenaren. Niet zonder risico: zijn optreden kreeg in de hoekdelen af en toe clowneske trekken. Gelukkig liet Pahud in het Andante zijn frivole kant varen en charmeerde hij met diepzinnige, fluweelachtige lijnen.

Het beste van zichzelf toonde de fluitist in de toegift, de Ballade van de Zwitserse componist Frank Martin uit 1938: van de eerste seconde tot de laatste wist hij met een expressieve, dramatische vertolking te boeien. Tegelijk bewezen hij en de dirigent Fischer in ruim zes minuten de muzikale kracht van hun landgenoot Martin, een componist voor wie Fischer zich sinds jaar en dag sterk maakt.

Misschien koerst de Zwitserse dirigent af op een onderscheiding voor zijn inzet voor Zwitserse muziek. In ieder geval kon Fischer het beste uit de voeten met Martins solowerk voor fluit en kamerorkest. De Boléro van Ravel liet hij na een superspannend begin van blazers met een bijna onhoorbaar begeleidingsritme uitmonden in banaal, rommelig kabaal.

Meer over