Filmlaboratorium Hilversum

Vandaag is op het Nederlands Film Festival in Utrecht de TV-Filmdag. De band tussen film en televisie is inniger dan ooit....

DE GROTE PRIJS van de stad Utrecht, de prijs voor 'een bijzonder talent aan het begin van een beloftevolle carrière', werd op de openingsavond van het Nederlands Film Festival uitgereikt aan Martin Koolhoven. De jonge regisseur is een coming man in de Nederlandse film. Met de televisiefilms De orde der dingen en Suzy Q. gaf Koolhoven een visitekaartje af dat indruk wekt.

De televisie als opleidingsinstituut van filmregisseurs - niemand kijkt ervan op. Nog maar zeven jaar geleden werd Frans Weisz' inzending van de VPRO-serie Op Afbetaling afgewezen voor de strijd om de Gouden Kalveren. Televisie is geen film, luidde destijds het argument.

'Die discussie, die tweespalt tussen film en televisie is voorbij', stelt Jan-Rutger Achterberg, die samen met Robert Kievit eindredacteur drama bij de VARA is, de omroep die films van Ger Poppelaars, Gerrard Verhage en Frans Weisz in voorbereiding heeft. 'Film en televisie kruipen naar elkaar toe. Omroepen benaderen scenario's met een filmische blik, en filmmakers hebben meer oog gekregen voor stijlen die aan televisie zijn ontleend. Kijk naar de Dogma-regisseurs, die een reportage-stijl hanteren om waarachtiger te filmen.'

Dana Nechushtan, Mijke de Jong, Nicole van Kilsdonk - Joost de Wolf, groepsredacteur culturele en verstrooiende programma's van de VPRO, noemt de namen met tevredenheid op. 'Er is een lichting regisseurs komen bovendrijven voor wie televisie en films bij elkaar horen. Zij maken films voor televisie, maar leveren niet in op de vormgeving of andere filmische middelen. In hun regie is het dagelijkse televisie-gebruik geïntegreerd.'

Nechushtan is het toonbeeld van een filmmaker die de televisie gebruikt als opmaat tot een loopbaan in de cinema. Ze begon bij de serie 20 + van Veronica, stapte over naar Het Labyrint (VPRO/

VARA), maakte de stijlvaste Vestdijk-verfilming Ivoren Wachters (VPRO), om uit te komen bij haar speelfilmdebuut: Total loss, die in januari 2000 in première gaat.

Hilversum is niet alleen een laboratorium voor jonge regisseurs. Ook filmmakers die niks op hebben met de beeldbuis, dienen naar het Gooi af te reizen.

Wie met een substantiële subsidie een film wil draaien, moet een omroep achter zich zien te krijgen. Lukt dat niet, dan hoeft hij ook niet aan te kloppen bij het CoBo-fonds (Coproduktiefonds Binnenlandse Omroep), wat zo'n 800 duizend gulden kan schelen. Een grote bijdrage van het Stimuleringsfonds, maximaal 500 duizend gulden, wordt eveneens onbereikbaar.

Het blijft een gekke situatie, vindt producent Matthijs van Heijningen, dat de dramaturgen van de omroep voor een belangrijk deel bepalen welke regisseurs de Nederlandse bioscoopschermen halen. 'Maar het tij is niet te keren, en het is daarom beter de samenwerking te zoeken.'

Van Heijningen is wel te spreken over de 'Telefilms', een initiatief van het ministerie van OC & W, die vorig jaar voor het eerst op televisie te zien waren, en waarvan er weer twaalf in de maak zijn. Deze films, met budgetten van 1,7 miljoen gulden, 'geven de industrie een impuls, en maken het mogelijk op korte termijn een productie van de grond te tillen'. Alleen: 'Ook hier ligt de inhoudelijke macht volledig bij de omroepen.'

'De omroepen dreigen inderdaad te maatgevend te worden', zegt Wim Odé, chef van de afdeling Drama bij de NPS, die woensdag met Dichter op de Zeedijk van Gerrard Verhage een Gouden Kalf voor het beste televisiedrama won. 'Als wij het niet leuk vinden, dan gaat de onderneming niet door. Dat is een slechte zaak, die op lange termijn een zekere eenduidigheid kan voortbrengen. Al zijn er ook nog types als Miriam Kruishoop die iets hebben van: mijn rug op met dat kleine scherm.'

'Is het slecht als er iemand in Hilversum zich mee bemoeit?', vraagt De Wolf zich af. 'Moet je dan de producenten erop loslaten, van wie sommigen gebaat zijn bij een snelle productie? Ik denk dat overleg en aanpassingen uiteindelijk een betere film opleveren. Het is door dit systeem niet mogelijk te snel tevreden te zijn.'

Ryclef Rienstra, directeur van het Fonds voor de Film, kent de klachten uit de praktijk. De verschillende fondsen sturen filmmakers met tegenstrijdige adviezen naar huis, en omroepen zouden het script opofferen aan de identiteit van de vereniging. 'Toch zie ik in de dagelijkse praktijk niet dat films lijden onder de invloed van omroepdramaturgen. Sterker: het is meestal in een oogopslag te zien als een script via een omroep bij ons binnenkomt. Daar is dan al stevig aan gewerkt.'

De honoraria die omroepen bieden, dáárover blijft het steggelen. Vooral de VPRO moet het ontgelden, omdat de omroep voor een aflevering van Lolamoviola zo'n 175 duizend gulden beschikbaar stelt, eentiende van een Telefilm. De Wolf: 'Lolamoviola biedt filmmakers de kans via een ventweg richting het grote werk te rijden. Wie erin stapt, kent de voorwaarden. Zo'n film komt deels met knip- en plakwerk tot stand, maar kan, zoals voor Paula van der Oest of Martin Koolhoven, een stap in de goede richting zijn.'

Toch komt, denkt hij, door de komst van de Telefilms, het budget van Lolamoviola onder druk te staan. 'De prijzen gaan omhoog. 1,7 Miljoen voor een Telefilm van 90 minuten - dat is wel heel veel geld. We moeten ervoor waken dat de Telefilm niet een formule 1 op een skeltercircuit wordt.'

De Nederlandse film en de televisie hebben elkaar nodig, stelt Robert Kievit van de VARA vast. 'Er is een tendens om groter te denken, om meer richting commercie te gaan. De kleinere, kwetsbare film is op de televisie aangewezen, en de omroepen kunnen zich dankzij films als De Poolse Bruid onderscheiden van de concurrentie.'

Meer over