DagboekLucas van der Land (1923-1984)

Fidel Castro’s publiek kan hem moeilijk volgen

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Fidel Castro Beeld Getty
Fidel CastroBeeld Getty

Santa Clara, 26 juli 1968

Vanmorgen werd iedereen in het hotel om zes uur gewekt om op tijd te kunnen zijn voor de rede van Fidel Castro. De pers wordt met bussen naar het enorme terrein even buiten Santa Clara gereden. Om acht uur is het terrein al grotendeels volgestroomd. Ik probeer te schatten hoeveel mensen er zijn door in gedachten het Ajax-stadion erop af te passen. ­

Ik kom dan tussen de drie- en vierhonderdduizend mensen.

Om even voor negen komt Castro het podium op. De eerste spreker is de secretaris van de studentenvereniging, die een verklaring voorleest namens de studenten. Dan wordt Castro aangekondigd: Primer Secretario del Partida ­Comunista de Cuba y Primer Ministro del Gobierno Revolucionario, el Comandante Fidel Castro.

Castro houdt een uiterst beschouwelijke rede. Hij bespreekt de te volgen weg van de Cubaanse revolutie: het doorvoeren van egalitaire maatregelen, de noodzaak van versterking van het ­revolutionaire geweten om te komen tot de nieuwe mens.

De rede moet moeilijk te volgen zijn voor een groot deel van zijn gehoor; hij snijdt allerlei theoretische vragen aan en werkt met abstracte begrippen.

Hoewel het een toonbeeld is van de didactische, explicerende spreektrant van Fidel Castro, heb ik de indruk dat hij de aandacht van een deel van zijn gehoor nu en dan kwijt is.

Lucas van der Land (1923-1984), ­politicoloog. Ingekort fragment uit Cubaans dagboek. Boom, 1969.

Meer over