Feest van ambiance en entourage aan de gracht Concertgangers laven zich aan wijn en spel

Natúúrlijk deden ze 'Aan de Amsterdamse grachten'. Wie het Prinsengrachtconcert doet, ontkomt er niet aan. Of ze Nelly Miriciou, José Cura of Maxim Vengerov heten, hoog of laag zingen of vioolspelen: de toegift staat vast....

Dus zetten violisten Leila Josefowicz, Roby Lakatos en surprise-gast Jaap van Zweden zaterdagavond rond de klok van elf (het carillon van de Westertoren zweeg wijselijk) zo virtuoos en ingewikkeld mogelijk in. Maar zodra de eerste noten van het bekende liedje weerklonken, zongen, klapten en wiegden zo'n 20 duizend bezoekers mee.

Wat in 1982 begon als een initiatief van pianowinkel Cristofori aan de Prinsengracht en niet meer behelsde dan een feestelijk openlucht-recital, is uitgegroeid tot een volwassen Grachtenfestival als opmaat van het culturele seizoen. Alsof daar al geen Uitmarkt voor is, en een Festival Oude Muziek en de Gaudeamus Muziekdagen, en alsof we de hele zomer hunkerend zonder één concert hebben moeten doorstaan.

Zo is het niet, maar ondanks het enorme aanbod, trekt ook dit jaar het Grachtenfestival rond de 45 duizend bezoekers, vanaf het openingsconcert met Handels Watermusic door het Harmonieorkest St. Michaël uit Thorn tot en met de Music for the Royal Fireworks, eveneens van Handel, gistermiddag door het Nederlands Fanfare Orkest onder leiding van Jacob Slagter.

Het Grachtenfestival is vooral een feest van ambiance en entourage. Natuurlijk vormen de Utrechtse kerken ook een stemmig decor voor het Festival Oude Muziek (dat vrijdag begint), maar het Amsterdamse festival, met oude en nieuwe muziek, noodt tot een veel uitbundiger wijze van muziekbeleving.

Lang voordat Leila Josefowicz en de leden van het Roby Lakatos Ensemble ook maar hun instrumenten beginnen uit te pakken, nemen zatermiddag bezoekers al stelling rond het ponton voor het Pulitzer Hotel op de Prinsengracht. Gewapend met flessen wijn, bier en nootjes verdrijven ze de tijd. Dat het violistisch vuurwerk vanaf het podium het uiteindelijk moet opnemen tegen genoeglijk dronkemansgekeuvel is, zeg maar, een bedrijfsrisico inherent aan dit fenomeen.

Toch is het opvallend hoe de uitgenodigde musici elk jaar in deze ongedwongen sfeer de aandacht weten vast te houden. Het zijn de superentertainers onder de klassieke musici, die moeiteloos virtuositeit en muzikaliteit combineren met een onmiskenbare feeling voor dit publiek. Klappen tussen de delen door is een doodzonde in het Concertgebouw, maar de pas 22-jarige Josefowicz neemt het applaus, begeleid door enthousiast getoeter, stralend en met genoegen in ontvangst.

Er is dan ook weinig wat haar optreden kan verstoren. Zodra haar stok de snaren raakt, spatten de vonken er vanaf. Waar Josefowicz speelt is het nooit koud. Haar vuur zet elke muziek in lichterlaaie, om het even of het de Derde sonate is van Grieg, de Suite Populaire Espagnole van De Falla of de Valse scherzo van Tsjaikofski. Oerkracht is haar basiskwaliteit, verfijning haar gave.

In temperament hoeft zigeunerviolist Roby Lakatos geen duimbreed op haar toe te geven. Wat Josefowicz uit haar onderbuik haalt, schudt Lakatos daarentegen schijnbaar achteloos uit zijn mouw. Ook zonder wijn al een feest, die twee vioolvirtuozen bij elkaar: de één aards en hartstochtelijk, de ander superieur en geraffineerd. Dubbelgrepen, pizzicati met de linker- en de rechterhand, flageoletten en vogelfluitjes, het cirkelde allemaal even moeiteloos tussen de grachtenpanden als die ene melodie, die zo langzaamaan de tune van het festival is geworden. Maar Lakatos bewees hier vaker geweest te zijn. Behalve de grachten, bezong hij met zijn viool ook de tulpen van Amsterdam.

Meer over