Theater

Fedja van Huêt is de drijvende kracht in deze Vrijdag-uitvoering van Michel Sluysmans ★★★★☆

Toneelgroep Maastricht doet alle recht aan het origineel van Hugo Claus, zonder dat het gedateerd volkstoneel wordt. Toch heeft de voorstelling iets kunstmatigs.

Fedja van Huêt en Anniek Pheifer in Vrijdag.
 Beeld Ben van Duin
Fedja van Huêt en Anniek Pheifer in Vrijdag.Beeld Ben van Duin

‘Het wordt nooit meer gewoon’. Tot die conclusie komt Georges Vermeersch op de vrijdag dat hij wegens goed gedrag terugkomt uit de gevangenis. Daar zat hij zijn straf uit vanwege ontucht met zijn dochter Christiane. Zijn vrouw heeft intussen een kind van buurman Erik, nota bene een van Georges weinige vrienden. Ziedaar de setting waarin Hugo Claus in 1969 een van zijn beste toneelstukken schreef: Vrijdag. Met enige regelmaat wordt dit stuk in de Nederlandse en Vlaamse theaters opgevoerd, sinds afgelopen weekend door Toneelgroep Maastricht, in regie van Michel Sluysmans.

Dat het publiek Vrijdag weer eens kan zien, is meteen de grootste verdienste van deze voorstelling die alle recht doet aan het origineel, zonder dat het gedateerd volkstoneel wordt. De Vlaamse taal is gehandhaafd, er is nagenoeg niets geschrapt en Sluysmans neemt de tijd om de vier personages van meerdere kanten te belichten. Fedja van Huêt speelt Georges en hij is de grote kracht van deze enscenering, die in zekere zin kunstmatig is, maar waarin naar het eind toe toch ook de nodige emoties voelbaar worden.

Dat kunstmatige zit vooral in het feit dat de vier Nederlandse acteurs zich die Vlaamse taal eigen hebben gemaakt, en daar hoorbaar erg hun best voor hebben gedaan. Behalve Van Huêt dan: hem past deze tekst als geen ander, zoals hij op dit moment met vet Brabants accent ook te zien is in de film De veroordeling, waarin hij onderzoeksjournalist Bas Haan speelt.

‘Het wordt nooit meer gewoon’ – Van Huêt laat zien wat dat voor hem betekent, hoe hij heen en weer wordt geslingerd tussen hoop en wanhoop, hoe hij zich na zijn thuiskomt een vreemde voelt in zijn eigen huis, zoals hij dat eigenlijk altijd is geweest: een man op slot. In deze voorstelling wil je vooral naar hem kijken en luisteren, en ontdekken wat er in hem is gevaren. Hoogtepunt is de scène waarin hij in een krachtige monoloog hoopt dat alles en iedereen in het moeras weg zal zakken, zodat daarna misschien vergeving, en wie weet, verlossing kan volgen. Zijn zachte kant toont hij als hij zijn vrouw een flesje Soir de Paris cadeau doet, gekocht van het geld dat hij in de gevangenis heeft verdiend met zakjes plakken.

Naast hem speelt Anniek Pheifer zijn vrouw Jeanne, niet als een Vlaams sloofje maar krachtdadig en strijdbaar. Ook in haar vechten schuldgevoel en wrok om voorrang. Pheifer heeft hoorbaar meer moeite met de Vlaamse taal, maar naar het eind toe geeft zij een heldere blik op haar vertwijfeling. Erik wordt gespeeld door Sander Plukaard, altijd een acteur om naar uit te kijken, maar in dit geval is sprake van een nogal merkwaardige spelopvatting. Hij is meer de olijke buurman dan de hitsige minnaar, en ook nogal wuft. Misschien een hint naar onderdrukte homoseksualiteit, resulterend in een afscheidskus tussen de twee mannen? Of is dat te ver gezocht?

Sluysmans is in zijn regie niet bang voor stiltes. Soms horen we enkel het tikken van de klok. Voor een regisseur is de sleutelscène waarin Christiane als in een koortsdroom of visioen terugkeert in Georges’ gedachten altijd een waagstuk. Wat is er tussen die twee gebeurd? Hoe geef je incest vorm? Hier verleidt de dochter (gespeeld door Frieda Barnhard) haar vader, niet om de seks, maar om hem te bevrijden van zijn opgekropte gevoelens en angst. Dat leidt tot een macaber machtsspel, waarin hij hijgt en zij steeds feller tegenstribbelt.

Het toneelbeeld (ontwerp: Michiel Voet) bestaat uit grote zetstukken, beplakt met burgerlijk medaillonbehang. Het zijn schuivende panelen die naar het eind toe dit besmette huis steeds benauwder maken, totdat er slechts een kleine cel overblijft. Ze zijn opnieuw gevangen.

Alles ademt schuld en boete, vergeving en verlossing. In die zin is Vrijdag een intens katholiek stuk, maar met een grote humane kracht. Aan het eind komt Christiane nog even terug en zingt een stukje van We’ve Only Just Begun van The Carpenters. Georges en Jeanne proberen het opnieuw, maar in de straat waarin ze wonen zal het nog stiller worden.

Memorabele opvoeringen van Vrijdag waren die van onder meer ZT Hollandia in regie van Johan Simons (2003), waarin Fedja van Huêt, naast Bert Luppes en Elsie de Brauw, ook al te zien was, toen als buurman Erik. Mooi bezonken Vlaams was de regie van Paula Bangels bij gezelschap De spelerij in 2014, met daarin een prachtige Eva van der Gucht als moeder Jeanne. Dat het stuk ook een valkuil kan zijn bleek uit de opvoering in 2014 door Het Nationale Theater, in regie van Casper Vandeputte, waarin de spelers (Stefan de Walle, Ariane Schluter, Vincent van der Valk) nogal uit de bocht vlogen. Vrijdag werd in 1980 ook verfilmd, in regie van Hugo Claus zelf, met daarin zijn toenmalige geliefde Kitty Courbois als Jeanne.

Vrijdag

Theater

★★★★☆

Door Toneelgroep Maastricht, tekst Hugo Claus, regie Michel Sluysmans.

10/10 Theater Aan het Vrijthof Maastricht; tournee: toneelgroepmaastricht.nl

Meer over