BOEKRECENSIENeurenbergprocessen

Fascinerende verslagen uit Neurenberg, ‘bastion van verveling’ ★★★★☆

Steffen Radlmaier verzamelde fraaie ooggetuigenverslagen van het eerste proces in Neurenberg, waar de verveling gauw de overhand kreeg. Hoofd­aanklager Benjamin Ferencz, 100 jaar inmiddels, blijft in zijn boekje vaak hangen in kalenderwijsheden.

null Beeld Typex
Beeld Typex

De notie dat de kopstukken van het Derde Rijk onbeduidende figuren waren, wordt in de regel toegeschreven aan Hannah Arendt, die de ‘banaliteit van het kwaad’ belichaamd zag door Adolf Eichmann. Maar al zestien jaar vóór het proces tegen Eichmann, in 1961, verbaasden journalisten die het (eerste) proces van Neurenberg bijwoonden zich over de ‘alledaagsheid’ van de 22 aanwezige verdachten. Aan de vroegere luchtmaarschalk Hermann Göring – de verdachte die het meest tot de verbeelding sprak – werden de uiterlijke kenmerken toegeschreven van de medewerker van een variététheater of een kaartjesknipper op de tram. ‘Een zekere charme kan hem niet worden ontzegd’, meende de Amerikaanse sterverslaggever John Dos Passos.

Admiraal Karl Dönitz, die door Hitler als diens opvolger was aangewezen, oogde als een ‘werkloze conducteur’. Een van de toeschouwers zag – voor zover bekend als enige – een gelijkenis tussen generaal Alfred Jodl en komiek Stan Laurel. Van Julius Streicher, maker van het antisemitische schotschrift Der Stürmer, was bekend dat hij in het bezit was van een enorme pornocollectie. En zo zag hij er ook uit. ‘Een geile grijsaard’, noteerde Dos Passos.

Hjalmar Schacht, de financier van het Derde Rijk, had wel iets van een ziedende walrus. ‘Demonstratief houdt hij afstand tot de anderen, alsof hij wil aangeven dat hij hier bij vergissing terechtgekomen is’, schreef de tot Brit genaturaliseerde Peter de Mendelssohn. ‘Dit hier zijn heel kleine mannetjes’, concludeerde hij na de zoveelste zittingsdag. ‘Misschien maakt dat hun samenzwering tot de eminente aangelegenheid die ze is.’ Ilja Ehrenburg, ook een habitué op de perstribune van het Paleis van Justitie, schreef: ‘Om iets te bouwen, heb je een geniale geest nodig, maar om iets te vernietigen hoeft dat niet.’

Historisch unicum

Het aardige van de ooggetuigenverslagen die de Duitse journalist Steffen Radlmaier heeft gebundeld, is dat ze stammen uit een tijd waarin de verwerking van de Tweede Wereldoorlog nog moest beginnen. Duitsland was nog het land van onverbeterlijke antisemieten en militaristen die in de omgang met hun overwinnaars ‘braaf, rouwmoedig, soms zelfs onderdanig’ waren, maar die intussen wel het cijfer 88 op de gehavende gevels van Neurenberg kalkten: een verwijzing naar de achtste letter van het alfabet. HH dus – Heil Hitler. Onder de verzamelde buitenlandse journalisten deden geruchten de ronde over pogingen van SS’ers die, trouw aan hun eed, de kopstukken van het Derde Rijk uit hun gevangenschap zouden willen bevrijden.

De waarnemers waren zich ervan bewust dat ze getuige waren van een historisch unicum. Nooit eerder werden de leiders van een overwonnen natie door een tribunaal berecht, ‘niet omdat ze de oorlog hebben verloren, maar omdat ze hem zijn begonnen’, zoals de Amerikaanse hoofdaanklager Robert Jackson het in zijn openingsverklaring zei. En nooit eerder hadden aangeklaagden zich moeten verantwoorden voor delicten die nog niet strafbaar waren gesteld op het moment waarop ze werden gepleegd. In Neurenberg zou de mensheid in ere worden hersteld, meende de uit nazi-Duitsland gevluchte schrijver Alfred Döblin. Maar velen twijfelden aan de duurzaamheid van de structuren die ten behoeve van het proces waren opgetrokken.

William L. Shirer vreesde dat ‘bangelijke muggenzifters in de juridische wereld’ spoedig de grootse prestatie van Jackson en de zijnen zouden ondermijnen. John Dos Passos werd aan het twijfelen gebracht door een Fransman die zich afvroeg of de geallieerden met een proces tegen Duitse oorlogsmisdadigers niet hun eigen misdrijven (zoals het bombardement op Dresden) wilden verheimelijken. En de van oorsprong Hongaarse journalist Hans Habe – inmiddels tot Amerikaan genaturaliseerd – meende in Neurenberg getuige te zijn van een mislukt experiment. Om een veelheid van redenen: de aanklachten waren te ruim geformuleerd, de aangeklaagden vormden een te divers gezelschap, ze zaten samen in de beklaagdenbank, waardoor ze niet tegen elkaar wilden getuigen, de medeplichtigheid van de overwinnaars (die Hitler niet tot de orde hadden geroepen toen dat nog kon) bleef buiten beschouwing en de Duitsers zouden met het proces niet tot inkeer worden gebracht.

Verveling

Toen de waarnemers na een paar procesmaanden waren gewend aan de aanblik van 22 aangeklaagde nazi-kopstukken op harde houten banken, veranderde het spektakel in ‘een derderangstheater’ en werd de rechtszaal waarin geschiedenis werd geschreven afgewaardeerd tot ‘bastion van verveling’. In arren moede – ze waren er nu toch – legden zij zich toe op de beschrijving van de faits divers in de marge van het proces. Markus Wolf, die later furore zou maken als spionagechef in de DDR, schreef over de verbazing die de Russen in Neurenberg wekten ‘als heel normale mensen [die] met mes en vork eten en niet eens smakken’. William Shirer beklaagde zich over zijn povere huisvesting en over ‘het weerzinwekkende eten dat de army de Duitse krijgsgevangenen in de verste verte niet zou durven voorschotelen’.

‘Procestoerist’ Peter de Mendelssohn beschreef een wandeling door de stad zonder mededogen als een helletocht door een ruïnelandschap dat werd bevolkt door schimmen en ‘jongetjes met snottebellen en met zweren in het gezicht’. Philip Fehl, de uit Oostenrijk afkomstige correspondent van The Atlantic Monthly, schreef over de confrontaties met het recente naziverleden tijdens zijn verblijf in het Grand Hotel van Neurenberg: het patroon van de dikke vloerbedekking in zijn kamer bestond louter uit kleine hakenkruisen. ‘In het bestek in de eetzaal was niet alleen ‘Hotel Reichsparteitag’ gegraveerd, op heft en grepen waren ook protserig adelaar en hakenkruis aangebracht.’

In oktober 1946, bijna een jaar na zijn aanvang, werd het proces afgesloten met vonnissen die in Moskou als ‘verbazingwekkend mild’ en in Zuid-Afrika als uitzonderlijk hard werden ervaren, maar die de meeste Duitsers volmaakt onverschillig lieten. De kranten beschreven ingetogen de laatste uren van de elf terdoodveroordeelden (tegen Martin Bormann was dit vonnis bij verstek uitgesproken). Hun galgenmaal bestond uit ‘varkensvlees uit blik, tomaten- en aardappelsalade, pannenkoek en koffie’.

Lessen van de hoofdaanklager

Op het eerste proces van Neurenberg (tegen de kopstukken van het Derde Rijk) volgden nog processen tegen de uitvoerders van de naziterreur: SS’ers, politiebeambten, juristen, artsen, industriëlen en bankiers. Deze vervolgprocessen resulteerden in 24 doodvonnissen, waarvan er 12 zijn uitgevoerd.

Een van de terdoodveroordeelden was SS-generaal Otto Ohlendorf. Die voerde, aldus de Amerikaanse hoofdaanklager Benjamin Ferencz, ‘het meest interessante en weerzinwekkende argument [aan] ter verdediging van de genocide’. Zijn ‘rechtvaardiging’ kwam erop neer dat volwassen Joden moesten worden omgebracht omdat ze nu eenmaal Joods waren, en dat hun kinderen moesten worden omgebracht omdat ze ‘tot vijanden van Duitsland’ zouden opgroeien als ze zouden beseffen dat hun ouders waren vermoord.

 Benjamin Ferencz Beeld Getty
Benjamin FerenczBeeld Getty

En wat de verovering van half Europa betreft: dat was ‘een wettige preventieve aanval’ ter voorkoming van een Sovjetinvasie. ‘Ik had niet gedacht dat ik tientallen jaren later, op mijn 99ste, hetzelfde argument zou horen uit de mond van de president van de Verenigde Staten toen hij dreigde Noord-Korea te ‘vernietigen’ als het de Verenigde Staten zou bedreigen’, schreef Ferencz (inmiddels 100 jaar oud) in een boekje waarin hij ‘negen lessen voor een bijzonder leven’ optekende.

Een hoogbejaarde hoofdaanklager bij de processen van Neurenberg heeft het nageslacht hoe dan ook iets te vertellen. En Ferencz doet dat ook – bij tijd en wijle. Maar in het boekje, het resultaat van gesprekken die hij heeft gevoerd met Guardian-redacteur Nadia Khomami, koketteert hij ook met zijn tegendraadsheid en met kwaliteiten die stuk voor stuk variaties zijn op het hoofdmotief van zijn lange leven: geef nooit op. Zolang hij iets te zeggen heeft, zal hij blijven spreken – laat hij Khomami noteren. Maar met kalenderwijsheden als ‘angst is slechts zo negatief als je het toestaat te zijn’, ‘de wereld is vol goede mensen die goede daden doen’, ‘word niet wat je haat’ of ‘heb ergens passie voor’ doet Ferencz zichzelf onbedoeld tekort.

null Beeld Cossee
Beeld Cossee

Steffen Radlmaier (red.): Het proces van Neurenberg – Oorlogsmisdadigers, sterreporters en het eerste internationale gerechtshof. ★★★★☆ Uit het Duits vertaald door W. Hansen. Cossee; 350 pagina’s; € 24,99.

null Beeld Spectrum
Beeld Spectrum

Benjamin Ferencz: Negen lessen voor een bijzonder leven – Wijze lessen van de 100-jarige aanklager van de Neurenbergprocessen. ★★★☆☆ Uit het Engels vertaald door Janine Langeveld. Spectrum; 143 pagina’s; € 17,99.

Meer over