BOEKRECENSIEMark Rutte

Fascinerend portret van Mark Rutte biedt een weelde aan details ★★★★☆

Journalist Petra de Koning biedt in haar fascinerende portret van premier Mark Rutte een weelde aan details over zijn opmerkelijk alledaagse bestaan. Wie haar wat heeft verteld, krijgen we niet te weten.

Beeld Silvia Celiberti

In het kerstreces van 2012 gaf Mark Rutte geschiedenisles op de Burton Academie, een internaat voor hoogbegaafden dat is opgericht door een oude schoolvriend, Lodewijk Dekker. Na een paar dagen zei een leerling dat ze ‘ontzettend teleurgesteld’ was in hem. ‘Ik dacht dat politici bijzonder waren. Maar wat jij kan, Mark, dat kan ik ook.’ Rutte gaf haar gelijk, hij was niet bijzonder. Wat hij deed was ‘mensenwerk’. Hij vond dat mooi.

Nederland kijkt al tien jaar naar Mark Rutte, sinds de corona-uitbraak zelfs vaker dan ooit. En Nederland lijkt, gezien de waarderingscijfers, nog lang niet op hem uitgekeken. Misschien juist omdat hij zo helemaal niet bijzonder is. Maar wie is dan toch die man die het land door de coronacrisis moet loodsen en daarbij zo min mogelijk de leiding lijkt te willen nemen?

Een portret, zo noemt NRC-journalist Petra de Koning het boek dat ze over hem schreef. Zoals Volkskrant-columnist Sheila Sitalsing vier jaar geleden een portret van de premier maakte. Sitalsing is in haar boek Mark tegelijk analytisch en beoordelend, ze vindt van alles van ‘Mark’ en laat dat blijken. Tegelijk legt ze verantwoording af: achterin staan noten en een register, ze geeft de namen van iedereen met wie ze sprak.

Geen verantwoording

De Koning doet dat anders. Ook zij heeft klaarblijkelijk veel mensen uit de omgeving van Rutte gesproken, ze hebben haar van alles toevertrouwd. Daarnaast is ze een zorgvuldig observator. Met als resultaat dat ze haar onderwerp dicht op de huid zit. Ze komt met feiten, petites histoires en voorvallen die nog niet bekend waren. Maar wie wat vertelde, blijft gissen. Een verantwoording ontbreekt. Er staat alleen: ‘Dit boek is gebaseerd op gesprekken, meestal twee of drie keer, met mensen die hem op allerlei momenten in zijn leven en politieke loopbaan hebben meegemaakt.’ Daar moeten we het mee doen.

Wie de schrijver dat vertrouwen gunt, wordt beloond. Haar gesprekspartners waren mededeelzaam. Er is een weelde aan details over Rutte de scholier, student, vakantieganger, zoon, vriend, manager, docent, politicus, ruziemaker, vredestichter, premier. Uit het samenkomen van al die rollen stijgt een beeld op dat zowel fascinerend als verbazend eenduidig is: we hebben hier te maken met de belichaming van controledwang. Om te beginnen controle over zichzelf, maar uiteindelijk over het hele land. Het premierschap is dan niet meer dan een logische bestemming.

Maximale controle

Dat zit er al vroeg in. Zijn moeder noemt hem ‘de directeur’ vanwege zijn bazige karakter. Op de middelbare school doet hij spelletjes waarbij hij de politicus was en een vriendje hem moest interviewen. In 1987 – Rutte is dan 20 en nog niet eens voorzitter van de JOVD – schrijft een vriend een boekje waarin ‘premier Rutte’ de hoofdrol speelt. Later vertelt hij zijn omgeving dat hij de eerste liberale premier in honderd jaar wordt.

Ook in zijn persoonlijke leven wordt zo min mogelijk aan het toeval overgelaten. Elke zaterdag boodschappen doen voor zijn moeder: een slof sigaretten en een fles jenever – heerlijk zondige inkopen voor een zo onkreukbare zoon. Op zondag koffie drinken bij Kitty Drenth, zijn bovenbuurvrouw en de moeder van een jeugdvriend. Doordeweeks op de fiets naar zijn werk, meestal met een appeltje in de hand. Op weg naar Paleis Noordeinde altijd bij dezelfde verkoper de daklozenkrant kopen, meeneemcappuccino halen bij hetzelfde café. Verspreid door het jaar wat korte vakanties, altijd met dezelfde mensen naar dezelfde bestemming volgens hetzelfde stramien. Als huisje 91 bezet blijkt, is dat ‘een ramp’.

Maximale controle is er ook in zijn omgang met mensen. ‘Ministers kregen soms het idee dat Rutte met hen omging alsof hij hun handleiding had gelezen’, schrijft De Koning. Zo gaf hij Timmermans vaak complimenten omdat die daarvan hield. Hennis knuffelde hij, daar hield zij van. Over Schippers zei hij vaak dat ze hem zo goed kende, dat hoorde ze graag. Nog zo’n gewoonte: wandelen met Diederik Samsom, die andere architect van Rutte II; beurtelings langs de Vliet bij Leiden of vanaf een strandtent door de duinen.

Alledaags

Een aardige en inderdaad helemaal niet zo bijzondere man, dat is het beeld dat opstijgt uit het boek. Lief voor zijn moeder, trouw aan zijn vrienden, voorspelbaar in zijn omgang met collega’s en ondergeschikten en zeer benaderbaar, ook voor wie met andere overtuigingen in het leven staat. En altijd is er dat soepele meebewegen, de neus van de meerderheid achterna.

Die alledaagsheid leer je in dit boek tot achter de komma kennen. Wat welkom is in een tijd waarin Rutte meer in beeld komt dan ooit. Tegelijk hoop je, wellicht tegen beter weten in, op meer. Maar ook na de laatste pagina blijft het onbegrip. Misschien valt er niets te begrijpen, is er geen drama, diep geheim of splijtende aandrang die het leven van deze kreuk- en krasvrije Hagenaar richting geeft.

Zelfs over zijn liefdesleven, dat ene hoofdstukje waarnaar je heimelijk toch nieuwsgierig bent, valt geen tragedie te onthullen: sekssymbool in China, dat is hij geweest. Ja, en er was een Noors meisje, in de trein van Bodø naar Florence.

Maar dat was midden jaren tachtig.

Beeld Brooklyn

Petra de Koning: Mark Rutte. Brooklyn; 220 pagina’s; € 20.

Meer over