Fascinerend boek over Amerikaanse invloed op Hitler (****)

De nazi's hebben uitgebreid in de Verenigde Staten geshopt, blijkt uit een fascinerend boek.

Sander van Walsum
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Een van de taaie mythes die Adolf Hitler over zichzelf heeft geconstrueerd, is dat het nationaal-socialisme zijn autonome schepping is. Onderhand is echter duidelijk dat Hitler zich door andere ideologieën en door andere dictators heeft laten inspireren. De Duitse historicus Ernst Nolte betoogde in 1986 dat Lenin - als leider van een totalitaire staat - een rolmodel voor hem was, en dat er zonder de Goelag geen Auschwitz zou zijn geweest. Daarmee trok hij volgens zijn, overwegend Duitse, critici de uniciteit van de Holocaust in twijfel - een onvergeeflijke zonde in hun ogen. Van de socioloog J.A.A. van Doorn verscheen in 2007 het boek Duits socialisme, over de sociaal-democratische wortels van de NSDAP. En vorig jaar schreef Peter Longerich in de zoveelste biografie van Hitler dat de Deutsche Arbeiterpartei, de voorloper van de NSDAP, ideologisch en organisatorisch al was gerijpt toen Hitler er in 1919 lid van werd. Het nationaal-socialisme heeft, met andere woorden, meerdere geestelijke vaders - van wie Hitler uiteraard wel de belangrijkste was.

Hitler en zijn geestverwanten hebben ook uitgebreid in de Verenigde Staten geshopt, zo blijkt uit Hitler's American Model, een fascinerend boek van de Amerikaanse rechtshistoricus James Q. Whitman. Al in 1928 prees Hitler de rigoureuze wijze waarop de Amerikanen 'Lebensraum' voor zichzelf hadden gecreëerd ten koste van de indianen (wier lot in 1942 door Hans Frank, gouverneur van het bezette Polen, dan ook werd vergeleken met dat van de Joden in Oekraïne). En de opstellers van de rassenwetten van Neurenberg (1935), waarin onder andere het verbod op huwelijken van Joden en niet-Joden werd vastgelegd, oriënteerden zich uitgebreid op de Amerikaanse rechts-praktijk.

De nazi-juristen waren niet zozeer geïnteresseerd in de segregatie tussen blanken en zwarten zoals die in het zuiden van de VS werd toegepast - onder de vergoelijkende formule 'separate but equal'. Zij verbaasden zich er zelfs over dat zwarte Amerikanen aparte wachtruimten en aparte tafels in restaurants kregen toegewezen. Dat is niet waar zij in de eerste plaats aan dachten. Zij stelden vooral belang in de definities die verschillende Amerikaanse staten hanteerden voor blank en zwart, en alle gradaties daartussen. Zij stoften het gedachtengoed af van John C. Calhoun, vicepresident onder de presidenten John Quincy Adams en Andrew Jackson, die opteerde voor deportatie van de zwarte Amerikanen naar eigen woongebieden. En zij bestudeerden de Amerikaanse wetgeving tegen gemengde huwelijken. In dertig Amerikaanse staten werden deze ongeldig verklaard. In sommige staten, waaronder Maryland, kon een interraciaal huwelijk - waarvoor een brede definitie werd gehanteerd - zelfs worden bestraft met 18 maanden tot 10 jaar gevangenis. In het algemeen namen nazi-juristen een voorbeeld aan de manier waarop blanken in de VS hun suprematie hadden weten te behouden.

Non-fictie

James Q. Whitman
Hitler's American Model - The United States and the Making of Nazi Race Law
Princeton University Press; 256 pagina's; euro 21,99.

Hun waardering gold niet alleen de rechtspraktijk in het diepe zuiden van de VS, ook de federale wetgeving was doortrokken van het streven naar marginalisering van de niet-blanke Amerikanen. Racisme was een constitutioneel gegeven. Zo stelde het eerste Congres naturalisatie in het vooruitzicht voor 'elke vreemdeling, being a free white person'. Thomas Jefferson, de derde president van de VS, achtte vreedzame coëxistentie tussen de verschillende etnische groepen op den duur onmogelijk. Abraham Lincoln zinspeelde met hetzelfde argument op een fysieke scheiding tussen blanke en zwarte Amerikanen. Nog in 1922 werd een wet van kracht die bepaalde dat Amerikaanse vrouwen die met een niet-genaturaliseerde Aziaat trouwden hun nationaliteit konden kwijtraken. Deze wet werd in 1930 weliswaar ingetrokken, maar diende nog lang daarna als inspiratiebron voor Duitse juristen die een wettelijke basis moesten zien te formuleren voor het tegengaan van 'rassenschande', de omineuze noemer van interraciale relaties.

null Beeld
Beeld

Dat was nog geen eenvoudige opgave. Zeker niet voor de juristen die waren geconditioneerd door de rechtspraktijk in de Weimarrepubliek en het Tweede Duitse Keizerrijk. Zij wilden het huwelijk buiten de sfeer van het strafrecht houden. En zij zagen de Joden niet als etnische groep, maar als geloofsgemeenschap. En dan hadden ze het nog niet eens over de positie van mensen met minder dan vier Joodse grootouders of over degenen die door de nazi's als Jood werden aangemerkt, maar die volgens de Joodse wetgeving geen Jood waren. De Amerikaanse rechtspraktijk bood in dit geval geen uitsluitsel, want in de VS werden Joden bij het 'Kaukasische' (blanke) ras ingedeeld.

Voor de felste nazi-juristen was dat geen onoverkomelijk probleem. Volgens hen werden Joden in de VS niet als kleurling aangemerkt omdat de VS (nog) niet met een 'Jodenprobleem' kampten. Maar ooit zou het de Amerikanen duidelijk worden dat de Joden een veel grotere bedreiging vormden voor hun samenleving dan de zwarten en de Aziaten - juist omdat zij zich fysiek minder van hen onderscheidden en zich zo ongezien in hun midden konden nestelen. Als de Amerikaanse wetgevers eenmaal van dat gevaar zouden zijn doordrongen, zouden ze ongetwijfeld passende maatregelen treffen. Want de VS genoten zoveel achting in nazi-Duitsland vanwege hun pragmatisme. In het geval van het 'Joodse vraagstuk' zou dat, volgens de Duitse jurist Roland Freisler - de latere voorzitter van het 'Volksgerechtshof' - betekenen dat de Amerikaanse rechters de biologische definitie van ras voor een politieke zouden verruilen.

Freisler zag de New Deal van president Franklin D. Roosevelt als uitdrukking van die pragmatische geest. Als 'de sociale realiteit' dat vereiste, nam Roosevelt het niet zo nauw met de regels van de democratische rechtsstaat, stelde Freisler goedkeurend vast. Zo poogde Roosevelt in 1937 het Hooggerechtshof, dat diverse wetten had geblokkeerd, buitenspel te zetten. Dat hij daar niet in slaagde, deed niets af aan de achting die hij aanvankelijk in nazi-Duitsland genoot. Spijtig was vooral dat Roosevelt, anders dan Hitler, niet op een almachtige partij kon leunen.

Whitman suggereert niet dat de nazi-juristen wetten uit de VS hebben geïmporteerd. Wel zagen zij de VS als het land waar de meeste ervaring was opgedaan met 'rassenwetgeving'. Daarvan zouden de Amerikanen zich veel meer bewust moeten zijn, houdt hij hun - bijna tot vervelens toe - voor. Hij voelt zich niet aangesproken door de tegenwerping van zijn Amerikaanse vakgenoten dat de rassenwetten van Neurenberg onderdeel waren van een uitroeiingsprogramma waarvan onmogelijk kan worden beweerd dat het zijn origine vond in de Amerikaanse rechtspraktijk. Whitman voert tegen dit argument aan dat de 'Endlösung' nog niet op het programma van de nazi's stond toen de rassenwetten van Neurenberg tot stand kwamen. Dat nazi-Duitsland na 1935 extreem radicaliseerde, doet niets af aan de verwantschap tussen zijn rassenwetten en die van de VS in de eerste jaren van het Derde Rijk.

En bij dat oordeel laat Whitman het niet: in de huidige Amerikaanse strafrechtpraktijk - 'schrikbarend hard volgens de internationale standaard' - kun je nog zien waarom de VS ooit door nazi-juristen werden bewonderd. Whitman lijkt in de veronderstelling te verkeren dat zijn argumenten aan kracht winnen door ze veelvuldig te herhalen. En uit zijn penvoering spreekt niet de wens om een breed publiek te bereiken. Zijn boek wordt er echter nauwelijks minder fascinerend door. Ondanks alles is hij erin geslaagd de lezer anders naar nazi-Duitsland én de Verenigde Staten te laten kijken.

Meer over