Familie-uitje in Wellington

Met de première van deel drie komt een eind aan 'The Lord of the Rings', het ongewisse avontuur dat een kaskraker bleek....

'Aragorn is een held. Alleen geen klassieke Hollywood-superheld. Hij is niet perfect. Hij is bevreesd en niet bang dat toe te geven. Hij is niet geïnteresseerd in zijn eigen macht, niet arrogant. Hadden maar meer leiders deze kwaliteiten, dan zag onze wereld er anders uit.'

Acteur Viggo Mortensen (New York, 1958), die de stoere Aragorn speelt in The Lord of the Rings, is er goed voor gaan zitten. Hij gebruikt de groepsinterviews niet alleen om het slotstuk van Peter Jacksons Tolkien-verfilming te promoten, maar ook om aandacht te vestigen op zijn andere activiteiten – Mortensen speelt toneel, hij is dichter, fotograaf en schilder, en vorig jaar begon hij Perceval Press, een kleine uitgeverij gespecialiseerd in kunst, poëzie en essays. Mortensens missie op deze persdag: zijn standpunten over de strijd in Irak ventileren. Bang om op een zwarte lijst terecht te komen is hij niet. 'Who cares? Zo'n lijst is nog minder effectief dan een leger orks. Ik word toch wel gevraagd.'

Zijn entree in de volle kamer van het Berlijnse hotel, waar cast en crew zijn neergestreken voor de Europese première van The Return of the King, mag er wezen. Over het rode voetbalshirt van het Deense nationale elftal draagt Mortensen, zoon van een Deense vader en een Amerikaanse moeder, een bruin jack. Daarop zitten twee buttons. 'Proud to be an American against the war', staat op de ene. Op de andere: het logo van de Verenigde Naties. Om zijn nek hangt een opzichtig amulet, een gift uit Nieuw-Zeeland. Schoenen draagt Mortensen niet.

Dat lijkt een trend. Regisseur Peter Jackson doet de press junkets al jaren blootsvoets. De Nieuw-Zeelander roemt de rol van Mortensen. 'Hoewel hij in een laat stadium op de set arriveerde, groeide Mortensen al snel uit tot voorbeeld voor de grotendeels jonge cast. Niet alleen op het gebied van acteren, maar vooral hoe je je in het dagelijks leven gedraagt, en in zo'n grote groep in het bijzonder.'

Mortensen was niet de eerste keus voor de rol van Aragorn. Sterker: de Ier Stuart Townsend wás Aragorn, maar na twee maanden opnamen werd hij vervangen. Jackson vond hem toch te jeugdig.

Waarom hij toehapte, weet Mortensen niet precies. Er waren, erkent hij, genoeg redenen het niet te doen. 'Ik kende de boeken niet, de cast was al een tijd aan het repeteren, en ik moest vijftien maanden naar Nieuw-Zeeland. Mijn zoontje heeft me overtuigd. Voor hem is Tolkien alles.'

De acteur, die debuteerde als amish in Peter Weirs Witness (1985), benadrukt dat in The Lord of the Rings oorlog niet wordt verheerlijkt. 'Aragorn trekt niet lichtzinnig ten strijde. Zijn eerste reactie is om niet te vechten. Maar het moet. En als het dan moet, is hij bedroefd. Je zult Aragorn niet horen roepen dat het voor ”the good of everything” is.'

Dat is ook de invloed van Peter Jackson, zegt Mortensen, die de geest van Tolkien trouw is gebleven. 'Het is een verhaal over opoffering, over hoop. Dat is het gebleven. Peter maakt van de strijd geen gelikte show.'

Over zijn aandeel in The Lord of the Rings doet Mortensen vooral bescheiden. 'Als ik een gedicht maak, een foto of een schilderij, dan is het helemaal van mij, dan zit ik er helemaal in. Hier ben ik een piepklein radartje in een immens geheel; één kleurtje uit het palet.'

Natuurlijk – er komt een moment waarop ook hij zelf een film wil regisseren. Niet om iets anders te doen, maar om een ander soort verhaal te vertellen. 'Eenvoudig zal het niet worden. Ik doe het alleen als ik de final cut krijg, en dat ligt moeilijk. Voor iedere regisseur, en al helemaal voor een debutant.'

Peter Jackson, die ook nog geen grote hit op zijn naam had staan toen hij aan The Lord of the Rings begon, kreeg het recht op de final cut wél. En schreef vervolgens filmgeschiedenis. Voor zijn volgende film, een herverfilming van King Kong, krijgt hij het recordbedrag van 20 miljoen dollar. Jackson: 'Dat is veel geld. Maar daarmee worden drie scenarioschrijvers betaald, twee producenten en een regisseur. Dan is het overigens nog steeds belachelijk veel geld. Maar dat kun je mi¿j moeilijk verwijten.'

Jackson moet de langere dvd-versie van The Return of the King nog monteren, daarna gaat hij direct aan de slag met King Kong. 'Het kan niet anders. Ik wil het team waarmee ik Lord of the Rings heb gemaakt in stand houden. Als ik eerst zes maanden vakantie neem, vliegt iedereenuit. Nieuw-Zeeland is nog steeds een kleine filmindustrie, in elk geval in vergelijking met Hollywood.'

Jackson zet zijn standplaats Wellington ('Wellywood') graag af tegen het machtige Hollywood. 'In Hollywood overheerst cynisme. In Nieuw-Zeeland is iedereen nog opgewonden die mee mag werken aan een film. Acteurs voelen dat. The Lord of the Rings was geen werk, het was een familie-uitje van vijftien maanden.'

De meeste acteurs staan te popelen om opnieuw met Jackson te werken. Elijah Wood (Frodo): 'Desnoods word ik vertrapt door Kong.' En Billy Boyd (Pippin): 'Ik wil de aap spelen. Dat kan ik best. Voor The Two Towers heb ik ook dagen in een boom doorgebracht.'

Beide jonge acteurs zijn niet bang dat het 'gesamtkunstwerk' The Lord of the Rings het enige hoogtepunt in hun carrière zal blijken. Wood: 'Er zijn genoeg andere interessante rollen. Maar groter kan niet, dat is zeker.' Mortensen: 'Het brengt in elk geval veel aandacht mee, ook voor mijn andere werk.'

Peter Jackson: 'Frodo volbrengt zijn missie, maar moet daarvoor een offer brengen. Aan het eind van de film is hij veranderd: hij kan niet meer terug naar de gouw. Of ik zelf nog terug kan? Volgens mij ben ik niet veranderd. Ik houd nog net zoveel van filmmaken als toen ik klein was. Alleen heb ik nu meer ervaring.'

Meer over