BoekrecensieEens ging de zee hier tekeer

Eva Vriend laat in Eens ging de zee hier tekeer vragen onbeantwoord ★★★☆☆

Eva Vriend schetst mooi hoe plaatsen die door de Afsluitdijk werden afgesloten van de zee zichzelf opnieuw uitvonden, maar de keuze voor haar hoofdpersonen pakt niet gelukkig uit.

Eva Vriend: Eens ging de zee hier tekeer.Beeld Atlas Contact

Menig scholier zal de aanleg van de Afsluitdijk op school hebben leren waarderen als een ongekend staaltje waterstaatkundig vernuft, voor eeuwig verbonden aan de naam van Cornelis Lely. De rechte streep van 30 kilometer is vanuit de ruimte met het blote oog te zien. Hoe moedig was het zoals de werkers in 1932 het laatste gat dichtten, ter hoogte van het modernistische Monument. Ondanks de mythische stromingen van het tegenstribbelende water.

We leerden over de winst: de veiligheid die de dijk bood als alternatief voor de zwakke bescherming van de Zuiderzee. De aanleg van de polders: de garantie van voedselreserves zodat een Hongerwinter nooit meer zou plaatsvinden. Nieuwe steden – Lelystad, Swifterbant, Dronten, Almere –, werkgelegenheid, ruimte voor recreatie. We zwijgen over de dodelijke saaiheid van het nieuwe land, de polderblindheid, het niet onverdeelde succesverhaal van de nieuwe steden.

Minder aandacht dan voor de zegeningen van de Afsluitdijk en de gedeeltelijke drooglegging van wat nu het IJsselmeer heet, was er in de geschiedschrijving voor het lot van de bevolking langs de voormalige Zuiderzee: de inwoners van plaatsjes als Urk, Volendam, Wieringen en Spakenburg. Vissersgezinnen die generaties lang hun inkomen hadden verworven op de zee en nu hun werkterrein verloren of een nieuw moesten zoeken. Hun geschiedenis is opgetekend door historicus Eva Vriend in Eens ging de zee hier tekeer.

Echt gemakkelijk kan het voor Vriend niet zijn geweest om de de vissers en hun nazaten aan de praat te krijgen. De plaatsjes worden (gegeneraliseerd gesteld) gekenmerkt door godsvrucht, conservatisme en een naar binnen gerichte cultuur. Niet vreemd voor gemeenschappen die door de grote gevaren op zee grote onderlinge verbondenheid hebben, die elkaars troost zoeken bij verliezen op zee en door hun vrijbuitersmentaliteit een aversie hebben tegen overheidsbemoeienis. ‘De natuur bepaalt wat de zee geeft, niet de overheid’, zegt een Urker visser. Het is dat soort korte citaten dat de bewoners typeert: stellig, kort van stof.

Vriend vertelt het verhaal van de Zuiderzee en het IJsselmeer aan de hand van vier personen uit de bovengenoemde plaatsen. Dat pakt niet gelukkig uit. Zo willen, misschien mede doordat de overeenkomsten in hun cultuur groter zijn dan de verschillen, hun karakters niet echt tot leven komen. Bovendien worden naast de vier (voormalige) vissers zo veel mensen ten tonele gevoerd dat het de lezer gaat duizelen. De bijgevoegde stambomen voorin verhelpen dat euvel niet.

Mooi schetst Vriend hoe sommige plaatsjes zich afkeerden van het water (op bescheiden zoetwatervisserij na), het toerisme ontdekten (Volendam) of nieuwe verten verkenden, met het voormalige eiland Urk als exponent van avontuurlijk ondernemerschap. De Urkers bevaren de Noordzee met hun enorme kotters nog steeds en hebben een florerende visverwerkende industrie opgebouwd.

Razend interessant (en kwalijk) is de wijze waarop in de Tweede Wereldoorlog vissers (met name Urkers) schatrijk werden. Enerzijds omdat voedsel schaars was en de, opmerkelijk genoeg, nog grote vangsten in het zoetwatermeer welkom waren. Anderzijds omdat ze de reglementen bij gebrek aan toezicht aan de lieslaarzen lapten en onbeperkt de netten achter de kotter aansleepten. De verhoudingen met de Duitsers waren in de regel hartelijk; een Duitse schuit met pech kon een sleepje naar de haven krijgen, de visser werd beloond met een partijtje diesel.

Na de Bevrijding werden verzetshelden door koningin Wilhelmina beloond met een burgemeesterspost, zo ook in Zuiderzeestadjes. Vriends beschrijving van dat fenomeen stelt teleur. Wat die verzetshelden hebben gedaan, komt nauwelijks aan de orde, net zomin als de verhouding tussen de verzetshelden en de grotelijks van de bezetting profiterende vissers. En hoe waren de naoorlogse verhoudingen tussen die uitersten? Het is een van de onbeantwoorde vragen, net als deze: hoe rijmden de vissers hun streng-orthodoxe godsdienst – waarbij de overheid gold als het hoogste, door God gegeven gezag – met hun lenige opvattingen in de omgang met de Duitsers, de ontduiking van visquota, drank en drugs en hun rol als rentmeester van de zee.

Eva Vriend: Eens ging de zee hier tekeer. Het verhaal van de Zuiderzee en haar kustbewoners. AtlasContact; 368 pagina’s;  €24,99.

Meer over