Achter het boekEva Meijer

Eva Meijer waagt zich aan het magisch realisme: ‘Als het perspectief net niet klopt, zie je juist beter hoe de echte wereld in elkaar zit’

Hoe schrijft de schrijver? In haar nieuwe roman laat Eva Meijer allerlei onverklaarbare dingen gebeuren. Noem het magisch realisme, zo je wilt. Maar die rivier die van de ene op de andere dag ontstond, die bestaat dus echt. 

Eva Meijer Beeld Marie Wanders

Aan schrijven gaat bij Eva Meijer vaak lezen vooraf. Het begon al tussen de kasten van de openbare bibliotheek van haar geboortestad Hoorn.

‘Mijn lagere school zat naast de bibliotheek. Dat was ideaal: ik kon elke dag langsgaan, drie boeken lenen – want zo veel mocht je er – en die de volgende dag weer terugbrengen. Ik heb in hoog tempo de bieb uitgelezen. Eerst de kinderboeken en toen die uit waren door naar de volwassenenboeken. Het is voor mij een toegang geweest tot andere werelden.’

Op de bovenste verdieping van de bibliotheek las ze voor het eerst iets van René Descartes, schreef ze in voetnoot 49 van De grenzen van mijn taal (2019), haar ‘klein filosofisch onderzoek naar depressie’. Ze was toen 13 jaar en ‘herkende zijn eenzaamheid in de Meditaties als de mijne’.

De 17de-eeuwse filosoof Descartes twijfelt in zijn Meditaties aan alle kennis die hij heeft. ‘Weet je, Descartes is best wel leesbaar, ook als je jonger bent. Ik vond dat een enge filosoof op die leeftijd, omdat hij tornde aan alles wat vaststaat.’ Hoe kun je weten dat iets bestaat, dat iets echt is, dat kennis betrouwbaar is? De existentiële vragen vormden de opstap naar zijn beroemde stelling: ‘Ik denk dus ik besta.’

Het is achteraf zomaar te zien als voorbereidend werk voor De nieuwe rivier, haar onlangs verschenen vijfde roman. In de pakkende vorm van een whodunit onderzoekt Eva Meijer of onze zintuigen wel alles waarnemen wat er op de wereld is. Ze voert daarbij haar personages herhaaldelijk naar, jawel, de bibliotheek van het stadje Koraalboom. Het is er geheimzinnig en griezelig – de plek waar alles op losse schroeven komt te staan.

Is de bibliotheek nog steeds een belangrijke plek voor u?

‘Ik heb later, toen ik in Den Haag aan de Hogeschool der Kunsten studeerde, een tijdje in de bibliotheek in de Schilderswijk gewerkt. Het leuke daar was dat de bibliotheek een zinvolle middag gaf aan kinderen die anders door hun ouders de straat op werden gestuurd. Maar ik heb nooit meer die grote liefde gevoeld die ik als kind had voor de wonderen van de bibliotheek. Wel is mijn liefde voor lezen gebleven.

‘De plek van de bibliotheek is voor mij dus niet per se belangrijk, maar wel het feit dat al die verhalen er zijn, al die werelden. De bibliotheek in De nieuwe rivier is volgens mij min of meer vanzelf ontstaan. Maar dat weet je ook niet. Alles volgt uit dingen die je hebt gelezen en die daarna gaan gisten. Op dit punt in mijn leven lees en schrijf ik veel en het voelt alsof ik in dialoog ben met al die dode filosofen en al die andere schrijvers.’

Schrijver en filosoof Eva Meijer (40) schreef negen boeken in de afgelopen tien jaar: naast vijf romans ook vier filosofische essays en boeken. Haar werk vindt weerklank: het is al in zeventien talen verschenen.

Het hart van haar oeuvre tot nu toe vormen de vier titels die zijn voortgekomen uit haar promotieonderzoek in de filosofie over de talen en politieke rechten van ‘niet-menselijke dieren’. Het vogelhuis (2016; 4 sterren in de Volkskrant) is daarvan de bekendste. Onderzoeker Len Howard kiest ervoor haar leven te leiden te midden van een troep koolmezen. Voor een vluchtig mensenoog zijn die vogels misschien inwisselbaar voor elkaar. In werkelijkheid, ontdekt Howard, hebben ze ieder een eigen persoonlijkheid.

De blik zo kantelen dat de mens niet meer het middelpunt is van alles, dat doet Eva Meijer graag. Vandaar dat ze in 2018 bleef haken aan een reportage in The Guardian over de Río Nuevo, de nieuwe rivier die van de ene op de andere dag was ontstaan in de Argentijnse provincie San Luis. ‘Als de natuur zegt dat het genoeg is’, kopte de Britse krant. De vraag was of de boeren de sojateelt dermate hadden opgevoerd dat de balans van de natuur was verstoord en de aarde het heft in handen had genomen.

Beeld Marie Wanders

Het krantenverhaal begon zo: ‘Na een nacht van hevige regenval hoorde Ana Risatti een onheilspellend gebulder buiten haar huis. Ze dacht dat het nog steeds de regen was en stapte naar buiten. ‘Ik viel bijna flauw toen ik zag wat het wel was’, zegt Risatti (71). Het water viel niet uit de hemel, het stroomde door een diepe geul die het ’s nachts aan de andere kant van het hek rond haar huis had getrokken.’

In De nieuwe rivier verstopt Meijer haar inspiratiebron niet. Na een korte proloog laat ze de lezer meekijken over de schouder van Janet Stone, een verzonnen verslaggever van The Guardian, die een reportage schrijft over het fictieve dorp Koraalboom in een niet nader genoemd land in Latijns-Amerika.

‘De rivier spleet de aarde in tweeën. Weilanden braken doormidden, bomen raakten ontworteld, een enkele koe was te laat weg. Bocht na bocht werd door het land een lijn getrokken en toen de mensen ’s ochtends hun gordijnen openden lag zij daar, bruin en glanzend, ja, je zou kunnen zeggen trots, het uitzicht voor altijd veranderd.’

In De nieuwe rivier gebeuren een boel raadselachtige dingen die zijn ontsprongen aan Meijers fantasie. Moorden met een horrorgehalte aan de waterkant, spookachtige verdwijningen in de bibliotheek. Maar de onvoorstelbare entree van de rivier is dus echt gebeurd. Het is de kern van het spel dat ze in de ‘ecodetective’ speelt: waar lopen waan en werkelijkheid in elkaar over?

In 58 korte hoofdstukken, waarvan sommige een gedicht zijn en andere een brief, verkent Meijer de randen van het waarneembare. Wat speelt zich af in de schaduw? Als je iets niet kunt zien, is het er dan ook niet? Wat is de waarde van dromen? Kun je de hand des doods in je nek voelen?

Inderdaad, met De nieuwe rivier betreedt Meijer het terrein van het magisch realisme. Ze slingert het verhaal langs een stuk of tien personages, maar het blijft duister wie de hoofdrol heeft. Of is dat toch de rivier, die wraak neemt op de mensen die de aarde uitputten?

U leest een reportage in The Guardian en dat eindigt in een roman. Hoe gaat zoiets?

‘De rivier had iets dwingends. Doordat ze steeds van ligging veranderde, konden de bewoners er moeilijk mee leven. Het dwong hen opnieuw over hun bestaan na te denken. De rivier verbond zo veel vragen van onze tijd met elkaar en kwam terecht in een achterkamertje in mijn hoofd. Misschien, dacht ik, moet ik er een non-fictieboek over schrijven. Zo heb ik altijd wel zeven of acht van dat soort ideeën in mijn hoofd.

‘In hetzelfde jaar was ik in Mexico en dat was best een indringende ervaring. Ik was niet eerder in Latijns-Amerika geweest. Als je in een ander werelddeel aankomt, of in een land dat anders is, ga je ook weer opnieuw naar jezelf kijken. Na terugkeer droeg ik dat met me mee en ik ben daar op een losse manier over gaan schrijven.

‘Ik had toen net een paar boeken ingeleverd en een roman echt afmaken is rechtdoor denken, rechtdoor werken. Als je dat rechtdoor werken te lang doet, verdwijnt de lol erin. Dus ik was gewoon lekker aan het schrijven. Toen kwam die rivier terug en werden de scènes die ik schreef toch een soort geheel.

‘In mijn andere romans is er steeds een hoofdpersoon of verteller die je volgt. Omdat ik hieraan schreef alsof het niet echt een boek zou worden, kon ik voor het eerst met verschillende vertellers omgaan. Dat levert een andere dynamiek op. De nieuwe rivier is een boek over de verhalen die we onszelf vertellen over wat voor mensen we zijn. In het Westen zijn die verhalen heel instrumenteel: in ons beeld van de mens zit weinig verbeelding en in deze roman onderzoek ik wat we daarmee hebben verloren.’

Wat bedoelt u daarmee: in ons beeld van de mens zit weinig verbeelding?

‘Het idee van een succesvol leven zoals dat wordt voorgesteld in reclames, televisieprogramma’s en andere informatiebronnen gaat vaak over financieel de boel goed geregeld hebben. Daar zit veel hebberigheid in. Als je het contrasteert met de mythologie in De nieuwe rivier, die veel meer gaat over de relatie die je als mens hebt met het land of met de andere dieren, met de goden of het grotere geheel, dan hebben wij in deze tijd een arm mensbeeld. Het beeld van de mens als een productieve werknemer mist veel van de schoonheid en de magie van ons leven.’

Beeld Marie Wanders

Latijns-Amerika heeft een rijke literaire traditie van magisch realisme. Met een dorp aan een rivier denk je al snel aan Gabriel García Márquez, de bibliotheek is het terrein van Jorge Luis Borges. Zat dat het schrijven niet in de weg?

‘Ik lees Borges graag, omdat je in zijn verhalen een beeld van de werkelijkheid krijgt aangereikt dat net niet klopt. Het perspectief is net scheef, en daardoor zie je juist beter hoe de echte wereld in elkaar zit. Zijn verhalen zijn een mooie, vreemde spiegel.

‘Maar ik heb met de Latijns-Amerikaanse literatuur niet speciaal een sterkere band dan met andere tradities. De dingen waarmee ik nu bezig ben, zijn allemaal wat minder realistisch. Laatst las ik Sneeuw van de Turkse schrijver Orhan Pamuk, en dat is ontzettend mooi, ook omdat hij daar net een paar vreemde elementen aan toevoegt. Dingen die eigenlijk niet kunnen.’

U heeft ervoor gekozen De nieuwe rivier niet in een specifiek land te situeren. Waarom niet?

‘De belangrijkste reden is dat Koraalboom zich niet in deze wereld bevindt, maar in een wereld die er net naast ligt. Er groeien planten die niet bestaan, er worden dingen gegeten die bij dat niet-bestaande land horen, er zijn rituelen die alleen zij hebben. Het is ook een soort sprookje. Als ik het boek zich had laten afspelen in een land dat wel bestaat, had ik het waarschijnlijk lastiger gevonden daar magische elementen aan toe te voegen.’

Beeld Marie Wanders

De dichter in De nieuwe rivier is sojaboer Hugo Frys. Zijn gedichten gaan allemaal over kleuren. Nogal wiedes dat u bij een bezoek in Mexico de kleuren zijn opgevallen. Is dat niet erg voor de hand liggend voor een roman in Latijns-Amerika?

‘Ja, dat is heel voor de hand liggend. Ik denk ook dat de Mexicanen denken: waar heeft ze het over? Maar aan de andere kant denk ik dat mensen weinig stilstaan bij kleur. Het is moeilijk om dingen de hele tijd te zien alsof ze nieuw zijn, terwijl dat eigenlijk wel zou moeten. Kunst en poëzie kunnen je helpen en het ook even opfrissen. Daarom is abstracte kunst zo goed – Mondriaan, of weet ik veel wat. De kleurgedichten gaan over alle associaties die je met kleuren kunt hebben en over hoe ze episodes uit een leven op een soort melancholische manier met elkaar verbinden.

‘Ik weet dus niet of dat nog echt met Mexico te maken heeft, behalve dat je in een ander land getroffen kunt worden door hoe de kleuren daar net weer anders zijn. Maar dat kan ook gewoon de kleur van de lucht ergens anders zijn, dat hoeft niet per se daar te zijn.’

Waarom zou je de dingen om je heen eigenlijk steeds weer als nieuw moeten zien?

‘Omdat het belangrijk is om dingen niet zomaar voor lief te nemen. Het kost natuurlijk veel te veel moeite om steeds weer de afzonderlijke grassprieten te zien, je mag ook gewoon een grasveld zien als je rondloopt. Maar zie dan wel dat grasveld.

‘We zitten zo aan onze schermpjes gekluisterd dat het ten koste gaat van betrokkenheid bij wat er verder allemaal nog is. En ik denk dat het belangrijk is betrokken te zijn bij de wereld, omdat het daar gebeurt. We hebben één leven gekregen, voor zover ik weet. Dat is de tijd die je hebt en die speelt zich hier af, op deze planeet. Dat is een wonder en iets waarmee we voorzichtig moeten zijn.’

Voorzichtig zijn doe je door goed om je heen te kijken?

‘Ik denk dat goed om je heen kijken het begin is van een ontmoeting. Als je een ander tegenkomt, beschouw haar dan ook als een ander mens en bedenk niet meteen al een heel verhaal bij iemand.

‘Je betrokken voelen bij de wereld is ook het begin van je op een goede manier thuis kunnen voelen. Als je erbij betrokken bent, dan voel je ook dat je deel uitmaakt van die wereld. Het maakt het daarna makkelijker te aanvaarden dat kaalheid en verschrikkelijkheid bij het bestaan horen. Maar niet het enige zijn.’

Beeld Marie Wanders

Wanneer begon de opmerkzaamheid bij jezelf?

Ze lacht. ‘Mijn oma zei toen ik klein was: ‘Eef trekt zich dingen altijd heel erg aan.’ Ik dacht: waarom zegt ze dat nou, want het is echt niet zo dat ik heel veel huil ofzo, helemaal niet. Later ontdekte ik wel dat ik te weinig ben afgestompt om op een gemakkelijke manier te kunnen leven.

‘Maar ik let ook niet altijd goed op, hoor. Ik ga soms ook aan mensen of gebeurtenissen voorbij. Opmerkzaam en aandachtig zijn, dat kun je blijven oefenen.’

Wie is Eva Meijer?

Eva Meijer (1980) is de laatste jaren vooral actief als schrijver en filosoof, maar ze heeft ook een praktijk als beeldend kunstenaar en singer-songwriter. Negen boeken, fictie en filosofie, heeft ze al gepubliceerd; het tiende – een novelle – is in de coronatijd opgestuurd naar de uitgever.

Hoe je macht uitoefent met taal is een vraag die haar al jaren bezighoudt. Het bracht haar tot een filosofische beschouwing van de plaats die dieren in onze samenleving innemen. Het bepaalt hun lot dat zij geen mensentaal spreken en niet met ons kunnen discussiëren. Moeten wij ons daarom misschien beter verdiepen in het verstaan van dierentalen?

In 2017 promoveerde ze op dat onderwerp aan de Universiteit van Amsterdam met het proefschrift Political Animal Voices. Momenteel is ze als onderzoeker van mens-dierrelaties verbonden aan de Wageningen Universiteit.

Eva Meijer: De nieuwe rivier. Das Mag; 296 pagina’s; € 23,50.

Beeld Dag Mag

Drie jaar geleden spraken de Volkskrant met Eva Meijer over haar proefschrift, waarin ze betoogt dat er alle reden is om dieren te zien als volwaardige politieke gesprekspartners. ‘Iedereen leest weleens in de krant over wat chimpansees en orka’s allemaal kunnen, en dat zelfs kevers persoonlijkheden hebben.’ 

De grote branden in het Amazone-woud in augustus 2019 riepen de vraag op of de oorzaak daarvan bij de grootschalige sojateelt lag. Is sojajunk Nederland medeverantwoordelijk voor Amazonebranden?

Meer over