Europeanen moeten naar Europese films kijken

'En ik wil de Finse ambassade danken voor haar gastvrijheid', zei Michael Naumann, de Duitse minister van cultuur. Uit de zaal werd opgemerkt dat de discussie over de Europese film niet in de Finse ambassade plaatshad, maar in de ambassade van de 'Noordse' landen....

De Scandinavische landen en IJsland, die zich samen de Noordse landen noemen, hebben immers een gezamenlijk futuristisch ambassadegebouw in het nieuwe Berlijn. 'O, sorry', probeerde Naumann zich te herstellen, 'dan dank ik de Noorse ambassade'. Nu werd het gegiechel een hoongelach, want ook met Noorwegen zat hij fout.

De Duitse minister wist kennelijk niet hoe het in elkaar zat en had ook verder weinig fundamenteels bij te dragen aan de discussie die was georganiseeerd rond de jaarlijkse uitreiking van de Europese filmprijzen in Berlijn, waar de Spanjaard Pedro Almodóvar de grote winnaar werd.

'Europese identiteit' was het begrip waarover het meest gestruikeld werd. Naumans Italiaanse collega Giovanna Melandri was nog het helderst. De Europese identiteit moet volgens haar worden gedefinieerd als 'een verzameling van verschillende identiteiten'.

En daar zit precies het knelpunt. In heel Europa zijn de cijfers hetzelfde. Van alle vertoonde films komt ruim tachtig procent uit Hollywood, gemiddeld vijftien procent uit eigen land en de overige vijf procent uit een ander Europese land of Azië. Toch worden in alle Europese landen samen meer films gemaakt (in 1997 542, wist Giovanna Melandri) dan in de Verenigde Staten (452 in 1997). Ze zijn alleen nergens te zien.

De ook in Berlijn aanwezige Europese commissaris voor cultuur, de Luxemburgse Viviane Reding, pleitte ervoor dat Europese landen elkaars films vertonen. Om dat te bevorderen, wordt in het nieuwe Media-programma van de Europese Commissie meer geld beschikbaar gesteld voor distributie van Europese films in de lidstaten.

Sinds 1988 wordt geprobeerd de Europese film meer cachet te geven door de uitreiking van de European Film Awards. Deze heette aanvankelijk Felix, maar dat aan de Oscar refererende beeldje sprak niet aan. De enthousiaste Engelse producent Nick Powell, nu drie jaar voorzitter van de organiserende European Film Academy, doet er alles aan de prijs op te fleuren.

Door het aantrekken van het tv-station Canal+ als sponsor was de prijsuitreiking zaterdag te zien in meer dan twintig Europese landen en zelfs via Sundance Channel in de Verenigde Staten. En er waren voor de gelegenheid ook genoeg Europese sterren opgetrommeld.

Alleen zijn ze bij het Europese publiek niet allemaal bekend, omdat de Europese film dus nauwelijks zichtbaar is. De Duitse fotografen hadden er moeite mee. Duitse acteurs werden nog wel herkend, maar bijvoorbeeld de Franse actrices Nataly Baye, Irene Jacob en Maria Pitarresi konden onopgemerkt voorbij lopen.

Todo sobre di madre (buiten Spanje luidt de titel All about My Mother) van Pedro Almodóvar kreeg vier prijzen. De film werd uitgeroepen tot de beste Europese film van 1999. Ook de Europese bioscoopbezoekers noemden All about My Mother de beste film en Almodóvar de beste regisseur. Hoofdrolspeelster Cecilia Roth kreeg nog eens de actriceprijs.

De prijs voor de beste Europese acteur ging naar de Brit Ralph Fiennes voor zijn rol in de Hongaarse film Sunshine van Istvan Zsabo, die samen met Israel Horowitz ook de prijs voor het beste scenario kreeg.

De Hongaarse cameraman werd bekroond voor zijn aandeel in Sunshine en in de Italiaanse film The Legend of 1900 van Giuseppe Tornatore.

Antonio Banderas en Roman Polanski werden gehuldigd voor hun 'Europese bijdrage aan de wereldcinema' en de Italiaanse componist Ennio Moricone, ook al niet herkend door de fotografen, voor zijn hele oeuvre. De debuutprijs ging naar Tim Roth voor The War Zone en de prijs van de Europese filmcritici naar Adieu plancher des vaches van Otar Iosseliani. The Straight Story van David Lynch werd bekroond als de beste niet-Europese film.

Geen Nederlanders op het podium, zoals gebruikelijk sinds 1992, toen De Noorderlingen de prijs voor de beste jonge Europese film won. Bij de European Film Academy zijn 23 landen aangesloten. In diverse categorieën kregen zestien daarvan minstens een nominatie. Slechts zes niet, waaronder Nederland.

Hoewel Almodóvar en Moricone nog wat in hun eigen taal zeiden en er soms een paar alinea's Frans of Duits te horen waren, was de voertaal in Berlijn toch Engels, de taal van Hollywood.

Meer over