Boeken

Europa moet blijven doorworstelen, net als de Habsburgers ★★★★☆

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Het Habsburgse rijk was niet perfect maar hield de boel wel bij elkaar. Caroline de Gruyter ziet de Europese Unie hetzelfde doen. De unie is misschien onvolmaakt, maar ze is hard nodig.

‘Herr Habsburg, de taxi staat klaar.’

Met die woorden bonjourde de sociaal-democratische kanselier Karl Renner in 1918 de laatste Habsburgse keizer, Karl I, uit paleis Schönbrunn in Wenen. Het Habsburgse rijk, dat bestond uit het huidige Oostenrijk, Hongarije, Bosnië, Kroatië, Tsjechië, Slovenië, Slowakije en delen van onder andere Italië, Polen, Roemenië en Oekraïne, was in de Eerste Wereldoorlog uiteengevallen in brokstukken. Op een keizer zat niemand meer te wachten, ook het resterende rompstaatje Oostenrijk niet.

In Beter wordt het niet onderzoekt publicist en NRC-columnist Caroline de Gruyter de overeenkomsten tussen de EU en de Habsburgse monarchie. Hoofdvraag: gaat een multinationaal verbond dit keer wel stand houden of krijgen de eurocommissarissen in Brussel op een dag eveneens te horen: ‘Dames, heren, de taxi’s staan klaar’?

De Gruyter noemt haar boek ‘impressionistisch en persoonlijk’, ‘geen doortimmerd traktaat’. Dat heeft voor- en nadelen. Het boek is toegankelijk en De Gruyter is een erudiet reisleider, maar wie 243 pagina’s uittrekt om een vergelijking te maken tussen een duizendjarige dynastie en de EU moet een grof penseel gebruiken.

Dubbelmonarchie

Zo meent De Gruyter dat in het Habsburgse rijk – in 1867 omgedoopt tot de Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie – de onderdanen ‘een persoonlijke band voelden met de heersende dynastie’. Dat zou onder andere blijken uit alle foto’s en Habsburgse prullaria in de koffiehuizen. Volgens De Gruyter is de liefde voor de leiders ‘een van de allergrootste verschillen’ met de EU: ‘Veel burgers worden niet warm of koud van de EU.’

Een pijnlijk bezoek van Romano Prodi, de toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, aan een Brusselse Ikea dient daarbij als illustratie. ‘Ik zag hem ergens tussen de matrassenafdeling en de keukenspullen’, beschrijft De Gruyter. ‘Niemand keek naar hem. Niemand leek hem te herkennen.’

Op zoek naar een Billy-kast of Färgrik-mok had een Habsburgse keizer vast meer bekijks gehad; toch is het twijfelachtig of de familie echt zo geliefd was. Er viel genoeg aan te merken op de conservatieve, vaak onverdraagzame en door inteelt geplaagde Habsburgers, maar De Gruyter concentreert zich bijna uitsluitend op de positieve kanten. Dat komt misschien ook omdat ze in haar boek telkens op bezoek gaat bij nostalgisch gestemde nazaten, zoals de zonen van de laatste kroonprins, Otto.

Trouw aan de keizer

In werkelijkheid was de cultus rond keizer Frans Jozef, die tussen 1848 en 1916 heerste, ook een zwaktebod. De Habsburgers hadden geen verhaal waarmee ze al die volkeren en talen konden verbinden, geen gedeelde lotsbestemming, geen streven of ideaal. Iedereen moest trouw zijn aan de keizer. Veel meer was er niet.

Frans Jozef, bekend van de uitspraak ‘mij blijft niets bespaard’, mat zich het aura aan van een man van het volk. Maar hij stond bij tijdgenoten ook bekend als een niet zo snuggere leider die zo’n beetje elke oorlog verloor waarin hij verzeild raakte en zo saai was dat zijn eigen vrouw hem een minnares moest bezorgen. Toen hij met een ondoordacht militair ultimatum in 1914 een Wereldoorlog in slaapwandelde, was het snel gedaan met de vermeende populariteit.

Wat de Habsburgers en de EU uiteindelijk vooral gemeen hebben, is de worsteling met nationalistische sentimenten onder hun volkeren. De oude monarchen wisten zich daar geen raad mee. Het enige wat ze konden verzinnen was meebuigen als het echt niet meer anders kon. Maar als de Hongaren meer zeggenschap kregen, begonnen de Tsjechen en Slovenen ook weer te klagen. Het leidde tot verlamming en toenemende broosheid.

De Gruyter oordeelt streng over de nationalisten in de Habsburgse tijd. Met hun gestook ondermijnden ze het gezag in Wenen dat in haar ogen juist voor ‘een relatief veilig en voorspelbaar’ bestaan zorgde. ‘Patriotism is the last refuge of the scoundrel’, tekent ze op uit de mond van een ‘Habsburgeroloog’.

Patriottisme

Het probleem was en blijft dat andere grote mogendheden gedijen bij patriottisme. Terwijl de EU, net als de Habsburgers vroeger, moet vrezen voor spanningen tussen lidstaten, is nationalisme voor de VS, Rusland en China vaak een bron van kracht en eensgezindheid.

De Gruyter, die achtereenvolgens in Brussel, Wenen en Oslo woonde, lijkt zich soms net zo weinig raad te weten met nationalistische gevoelens als voorheen de Habsburgers. Als een Hongaarse ambassadeur haar op hoge toon uitlegt waarom haar land altijd zal blijven strijden voor de eigen identiteit en daarom ook geen vluchtelingen opneemt, schrijft De Gruyter: ‘De rol van Hongarije in Europa is schril nationalistisch en recalcitrant... Je beseft, opnieuw: Hongarije in de EU is zoals Hongarije in het Habsburgse Rijk. Dus ik laat haar doorpraten.’

Dat is ook wat de EU te doen staat, concludeert De Gruyter: conflicten tussen lidstaten laten uitrazen en daarna weer wegmasseren. ‘In essentie hetzelfde als de Habsburgers: fortwursteln, doormodderen.’

Wat moet de EU bij elkaar houden als het echt moeilijk wordt? Het antwoord van De Gruyter is ook de titel van het boek: Beter wordt het niet. Het Habsburgse rijk was niet perfect, maar na de ineenstorting volgden chaos, etnische zuiveringen en de terreur van communisme en nazisme. De belangrijkste belofte van de EU blijft onverminderd ‘nie wieder Krieg’.

Het is zo bezien eerder geruststellend dat er geen foto’s van Ursala von der Leyen in cafés hangen en dat Frans Timmermans ongezien naar Ikea kan. De EU heeft geen leider die alle lidstaten in een fataal militair conflict kan leiden. De Habsburgers hadden dat geluk niet.

Caroline de Gruyter: Beter wordt het niet – Een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie. De Geus; 243 pagina’s; € 22,50.

null Beeld De Geus
Beeld De Geus
Meer over