Ernst Jünger - tegenstrijdig en omstreden

Hij zou op 29 maart honderddrie zijn geworden, en dan ongetwijfeld opnieuw in krantenartikelen in en buiten Duitsland verheerlijkt en verguisd zijn geworden....

TWEE wereldoorlogen meemaken, beide keren in actieve dienst en in het Duitse leger, en dan toch nog bijna honderdendrie worden: er zit iets schaamteloos aan de levensgeschiedenis van Ernst Jünger. De afgelopen tientallen jaren woonde hij in het plaatsje Wilflingen, in de Zuidduitse deelstaat Baden-Württemberg, waar hij zich blijkens de laatste delen van zijn dagboeken toelegde op dromen, het opschrijven van die dromen en de herinneringen die ze in hem wakker riepen, wandelen in de tuin, corresponderen met bewonderaars en literatuurhistorici die zich in zijn werk verdiepen - en met het verzamelen van kevers en torren.

Het was zo'n gekke hobby nog niet, de entomologie van de gepantserde insecten, voor de man die eveneens de door kogels geperforeerde helm bewaarde die hij in de Eerste Wereldoorlog had gedragen en die, vooral in de eerste helft van zijn leven, als romancier en essayist de diepere zin van het krijgsgeweld trachtte vast te stellen. Een Duitse autopsie-arts moest dezer dagen voor alle zekerheid nog maar eens natellen hoe vaak de kogels Jüngers eigen dikke huid hebben doorboord, want de vermeldingen in de aan hem gewijde secundaire literatuur lopen uiteen van zeven tot veertien treffers.

Hij is, in een poging zijn persoonlijkheid en zijn oeuvre in een woord te karakteriseren, wel 'een verzamelaar' genoemd: een schrijver die het er in de eerste plaats om gaat de door hem waargenomen gebeurtenissen te boekstaven en ze later te ordenen. Die ordening dient een ogenschijnlijk zakelijke, haast klinisch-wetenschappelijke interpretatie van de geschiedenis en geen moreel doel, zij het dat die interpretatie in Jüngers geval wel degelijk ondergeschikt is aan een een enigszins overspannen visie op de geschiedenis. Wat die visie precies behelst laat zich nog niet eenvoudig en zeker niet eenduidig vaststellen; de literatuur over zijn werk groeit de laatste jaren snel en is op geen manier meer onder een noemer te brengen. Ze draagt bovendien een polemisch karakter. Daar is reden voor, want Jüngers werk en levensgeschiedenis bieden sedert de Tweede Wereldoorlog voldoende stof en tegenstrijdigheden om met recht omstreden te mogen heten. Vriend en vijand kunnen er beide munitie voor hun standpunten in vinden.

Wie de nadruk legt op Jüngers vroegste werk, zoals de roman In Stahlgewitteren van vlak na de Eerste Wereldoorlog, treft een auteur die de oorlog en het soldatenleven verheerlijkte en het even louterend als noodzakelijk achtte. In ontluisterende werken als Der Kampf als inneres Erlebnis was dat bovendien een auteur die in de opkomst van het nationaal-socialisme en zijn idealen de adequate reactie zag op wat naar zijn smaak het verderf van de democratie was.

Wie echter zijn tractaat Der Arbeiter. Herrschaft und Gestalt uit 1932 als sleutelwerk aanmerkte trof, voor zover Jünger in dat boek überhaupt te volgen is, de theoreticus van de technocratie, die met een ostentatieve afkeer van heldere formuleringen een filosofie van de technocratie trachtte te ontwerpen. Hij schaarde zich daarmee onder de auteurs die later de pleitbezorgers van de 'conservatieve revolutie' zijn gaan heten, zijn vrienden Carl Schmitt, de rechtsfilosoof, en Martin Heidegger, de metafysicus. Met hen deelt hij niet alleen de zwart-bruine of de naar het zwart-bruine neigende ideeën over het volk, het nationale, de verdorvenheid van de moderne tijd en de noodzaak van het totalitaire, maar ook de voorkeur voor haast ongrijpbare en ogenschijnlijk diepzinnige abstracties.

Er is, ten slotte, zelfs nog een derde Jünger - en dat is de Jünger van de oorlogsdagboeken die onder de verzameltitel Strahlungen verschenen, de novellen en beschouwingen van zijn oude dag en de dagboeken van een hoogbejaarde waarvan inmiddels vijf delen Siebzig Verweht verschenen. En misschien is er nog een vierde, de auteur van de roman Auf den Marmorklippen uit 1939, die wel gelezen is als een satirische allegorie op het Hitler-bewind maar die desondanks gewoon in Duitsland verschijnen kon - wat iets zegt over de onduidelijke strekking van het boek.

Jüngers eerste grote dagboek, Strahlungen, bevat zijn vrijwel van dag tot dag bijgehouden belevenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Jünger was toen als legerkapitein in Parijs gedetacheerd, waar hij zich uitstekend vermaakte met de door hem bewonderde Franse schrijvers en kunstenaars.

De doodenkele keer dat hij op straat een jodenster op een revers ontwaart is hij licht geschokt en hij heeft metterdaad wel eens iemand gewaarschuwd voor een ophanden deportatie. Over het algemeen betoont hij zich er echter de amorele estheet in die ook in zijn andere werken naar voren treedt.

Toen zijn naam in verband werd gebracht met de aanslag op Hitler werd hij uit actieve dienst ontslagen, maar tot een veroordeling kwam het niet. Na de oorlog werd Jünger een pleitbezorger van het supranationale en een Frans-Duitse entente, hetgeen hem op zijn oude dag het eerbetoon opleverde van talrijke Europese politici, Kohl en Mitterrand incluis.

Michaël Zeeman

Meer over