Eric Le Sage, Quator ébène

De Piano zondert zich niet af van kwartetleden maar zingt met de snaren mee

Bela Luttmer

Om de muziek van Gabriel Fauré zweven de poëtische woorden die Marcel Proust koos voor de composities van zijn romanfiguur Vinteuil. Niet moeilijk om daarin de klanken van Faurés kamermuziek te herkennen. Het andante moderato van het Tweede pianokwintet uit 1921 bijvoorbeeld, waar zanglijnen zich aaneen rijgen tot één lange melodie die je bedwelmd achterlaat, zeker in de uitvoering van de Franse pianist Eric Le Sage en de strijkers van Quatuor Ébène.

Le Sage, die zich eerder onderdompelde in de muziek van Schumann, werkt aan een serie cd's waarop hij het kamermuziekrepertoire van Fauré laat voorbij komen. Zijn bijzondere band met Fauré is in beide kwintetten duidelijk te horen. Hij voelt zich thuis in een situatie waarin de piano zich niet afzondert van de kwartetleden maar met de snaren mee zingt, de lijnen iets sprekender kleurt en zich soms bescheiden terugtrekt om de etherische sferen niet te verstoren.

Meer over