Erfenis

Met liefde denken aan de huurmoordenaar

Toen hij 16 was las hij Gone, Baby, Gone, van Dennis Lehane, waarin dodelijk scherp, via de verdwijning van een 4-jarig meisje, wordt beschreven hoe verraderlijk de grijze zone is tussen gebruik en misbruik van kinderen. En hoe gerechtigheid niet altijd politiek correct verkregen wordt. Zoiets zou Michael Koryta zelf ook wel willen schrijven. Indringend, met een waas van film noir uit de jaren veertig, vijftig.

Op 21-jarige leeftijd debuteerde hij met Tonight I Said Goodbye, waarin hij privédetective Lincoln Perry introduceert. 'Fantastisch debuut, intelligent, briljante dialogen, welkome nieuwe stem in een tijdloze traditie, zó'n goede debutant, het is beangstigend.' Loftuitingen voor het eerste deel, en ook voor de volgende twee in wat een serie werd, Sorrow's Anthem en A Welcome Grave.

Het werd tijd voor een stand-alone waarin hij thema's kwijt kon die hem vanaf het begin intrigeerden zoals familiebanden, tweestrijd, loyaliteit. Neem een vader en een zoon, een belasting die erfelijk is, de tragische wirwar van verkeerde mensen op verkeerde plaatsen, of goede mensen op... Het motto zou kunnen zijn: I envy the night/for its absence of light (Dax Riggs, 'Ancient Man').

De eerste zin - hij hecht veel waarde aan openingszinnen - zou luiden: 'Frank Temple III liep om tien uur 's ochtends de districtsgevangenis uit, met koppijn en een dagvaarding aan zijn broek wegens openbare dronkenschap, en hij bedacht dat het tijd werd om de stad vaarwel te zeggen.' En zo ontstond Envy the Night, in de Nederlandse vertaling: Erfenis, waarmee Koryta de Los Angeles Times Book Prize voor de beste thriller van het jaar won. Eerdere winnaars waren George Pelecanos, Michael Connelly en T. Jefferson Parker.

Op de dag dat Frank Temple 13 jaar werd kreeg hij van zijn vader een schimmelig, ingebonden boek met blauwe kaft cadeau, Doden of gedood worden. Een handboek over close-quarters combat (man tegen man gevechten). Met praktijklessen erbij. Het boek was eerst van zijn grootvader, Frank Temple, toen van zijn vader, Frank Temple II, en nu van Frank Temple III, erfopvolger van twee oorlogshelden en een moordenaar. Zijn grootvader en vader hadden zich in verschillende oorlogen heldhaftig gedragen, zijn vader werd FBI-agent. Dat hij daarnaast ook huurmoordenaar was hoorde Frank III pas later: toen FT II door een vriend werd verraden, waarna hij zelfmoord pleegde.

Sindsdien is Frank het noorden kwijt en zwerft rond door diverse staten, af en toe wat studerend. Als hij hoort dat de vriend-verrader terugkomt naar Wisconsin, waar de vrienden ieder een blokhut hadden, is hij alleen nog uit op wraak. Zijn vader heeft hem na jarenlange training tot een dodelijk wapen gemaakt, dat komt hem nu van pas.

Een topthriller annex klassieke tragedie, de vader die de zoon belast met een erfenis van geweld; haat, liefde, loyaliteit. Het is gauw gezegd, grote begrippen, het gevaar van clichés, maar dan zó opgeschreven dat de worsteling van een jongeman om toch nog met liefde te kunnen denken aan zijn vader, de huurmoordenaar, die alleen maar slechte mensen vermoordde, dat die strijd te ruiken is op papier. Een mengeling van bloed- en ijzergeuren, aangevuld door de frisse, maar ook donkere geuren van dennenbomen in de bossen van Wisconsin; de aangename, branderige stank van een autoschadebedrijf, waar auto's worden opgelapt die al ter dood veroordeeld zijn; de goede en slechte mensen die allemaal een reukspoor achterlaten, in het werk van een auteur die weet hoe je een spannend verhaal moet vertellen, met mensen om dood te schieten en dialogen om te zoenen. Met wendingen waarover geduizeld kan worden, en een plot om in te lijsten.

Meer over