oog voor detail

Er worden veel hoofden afgehakt in de kunst, maar nooit zag ik er een zoals deze

Veel van wat ons bezighoudt, is al eeuwenlang voer voor kunstenaars. Wieteke van Zeil verbindt hun werk aan de actualiteit. Deze week: hoofd.

DETAIL
1. Henricus Jansen, scène uit Dat Liedekin van Here Halewijn, 1904, kleurenlithografie, 40,8 x 55,6 cm, Universiteit van Amsterdam. Te zien t/m 19 juni in de expo Godinnen van de Art Nouveau in het Allard Pierson Museum Amsterdam. Beeld Allard Pierson Museum Amsterdam
DETAIL1. Henricus Jansen, scène uit Dat Liedekin van Here Halewijn, 1904, kleurenlithografie, 40,8 x 55,6 cm, Universiteit van Amsterdam. Te zien t/m 19 juni in de expo Godinnen van de Art Nouveau in het Allard Pierson Museum Amsterdam.Beeld Allard Pierson Museum Amsterdam

Er worden heel veel hoofden afgehakt in de kunst. Holofernes, Goliath, Johannes de Doper – kunstenaars zijn er dol op. Maar nooit zag ik een hoofd dat zo verontwaardigd en komisch kijkt naar zijn moordenaar. En zelfs doorpraat. Heer Halewijn, een vrouwenmoordenaar uit een middeleeuws verhaal, heeft eindelijk zijn straf gekregen. Een prachtige prinses is het gelukt hem in een onbewaakt moment te onthoofden. En nog, je zal het niet geloven, zit hij haar te mansplainen met dat zwevende hoofd. Dat ze even een zalfje moet halen op het galgenveld, voor zijn bloederige hoofd, en dat ze beter een hoorn kan gaan zoeken om zijn vrienden in te lichten. De prinses reageert kalmpjes: ‘Ik neem geen advies aan van moordenaars.’ Zoals het hier getekend is, met dat Monty Python-achtige kakelende hoofd, stel ik me voor dat hij op dat moment uit de lucht kukelt in het gras. Maar dat staat niet in het gedicht. Kunstwerken kunnen een eeuwenoud verhaal sfeer en urgentie geven, en zo is het met dit mondeling overleverde verhaal van Heer Halewijn (een spookachtig horrorverhaal, zijn naam lijkt niet voor niets op Halloween) gegaan.

1. Henricus Jansen, scène uit Dat Liedekin van Here Halewijn, 1904, kleurenlithografie, 40,8 x 55,6 cm, Universiteit van Amsterdam. Te zien t/m 19 juni in de expo Godinnen van de Art Nouveau in het Allard Pierson Museum Amsterdam. Beeld Allard Pierson Museum Amsterdam
1. Henricus Jansen, scène uit Dat Liedekin van Here Halewijn, 1904, kleurenlithografie, 40,8 x 55,6 cm, Universiteit van Amsterdam. Te zien t/m 19 juni in de expo Godinnen van de Art Nouveau in het Allard Pierson Museum Amsterdam.Beeld Allard Pierson Museum Amsterdam

De tentoonstelling Godinnen van de art nouveau in het Allard Pierson Museum, die net klaarstond toen de musea moesten sluiten, laat mooi zien hoe eind 19de eeuw het idee van de femme fatale de kunst in zijn greep kreeg. Vrouwen konden bedwelmen, hypnotiseren, met seksuele betovering de man bevangen, de vrouw, kortom, stort je met haar schoonheid te gronde. Er zijn fantastische voorbeelden te zien, en deze serie met vier Halewijn-illustraties is er onderdeel van. Een totale mannenfantasie natuurlijk, schrijft ook Sander Bink in de bijbehorende catalogus. De femme fatale werd gecreëerd door de wensen en de blik van de man, en verbeeldt zijn lusten en angsten. Opmerkelijk genoeg is dit fenomeen tegelijk opgekomen met de eerste beweging voor vrouwenrechten. Die gingen toen nog om een soort basisrecht te mogen bestaan. Schoolgaan, studeren, werken, meedoen in een democratie. Elke kracht heeft een tegenkracht, zo lijkt ook hier zichtbaar.

2. Lucas Cranach de Oudere, Salomé met het hoofd van Johannes de Doper (detail), c. 1530 Museum of Fine Arts, Boedapest. Beeld Museum of Fine Arts, Boedapest
2. Lucas Cranach de Oudere, Salomé met het hoofd van Johannes de Doper (detail), c. 1530 Museum of Fine Arts, Boedapest.Beeld Museum of Fine Arts, Boedapest

De femme fatale was wel ideaal voor de kunst, want dit was de tijd van sierlijke vormen. Dat werkte goed bij tragische vrouwen. De Art Nouveau duurde kort, maar leverde een compleet nieuwe blik op de wereld op. Naast een gevoelige, melancholische, ook een vrolijke. En het drong tot alles door; dit is de tijd van de mooiste boekomslagen, geveldecoraties, huisnummerplaten, vazen en sieraden.

Heel anders dan de meeste Goliaths en Holofernessen in de kunst, zweeft dat bloederige hoofd van Halewijn hier tussen vrolijke decoratieve patronen. Wat het natuurlijk nog paradoxaler maakt allemaal, ik hoor er bijna de stem van John Cleese bij. Toch is het zeldzaam in de kunst, zo’n dood hoofd dat contact blijft zoeken. Dat dat niet alleen komisch kan zijn maar ook heel indringend zie je bij Lucas Cranach en Caravaggio, waar de hoofden van Johannes de Doper en Goliath ons recht aankijken met open mond, alsof ze nog iets van ons verwachten of willen zeggen. Het is een sterke truc van de kunstenaars om ons direct betrokken te maken.

3. Caravaggio, David met het hoofd van Goliath (detail), 1610, Galleria Borghese, Rome. Beeld Galleria Borghese
3. Caravaggio, David met het hoofd van Goliath (detail), 1610, Galleria Borghese, Rome.Beeld Galleria Borghese

1. Henricus Jansen, scène uit Dat Liedekin van Here Halewijn, 1904, kleurenlithografie, 40,8 x 55,6 cm, Universiteit van Amsterdam. Te zien t/m 19 juni in de expo Godinnen van de art nouveau in het Allard Pierson Museum Amsterdam.

2. Lucas Cranach de Oudere, Salomé met het hoofd van Johannes de Doper (detail), c. 1530, Museum of Fine Arts, Boedapest

3. Caravaggio, David met het hoofd van Goliath (detail), 1610, Galleria Borghese, Rome.

Volg Wieteke van Zeil op ­Instagram:@artpophistory

Meer over