Boekrecensie

Er was eens een land waar de premier niets van lhbti’ers moest hebben ★★★★☆

Nu in Nederlandse vertaling verschenen: het sprookjesboek dat het startschot vormde voor de Hongaarse anti-homowet, die deze zomer leidde tot zeeën van regenboogvlaggen. De verhalen zijn grappig en bij vlagen ontroerend.

null Beeld Deborah van der Schaaf
Beeld Deborah van der Schaaf

De bekendste premier van Midden-Europa, Viktor Orbán, mag graag beweren dat transseksualiteit een modeverschijnsel is. Al in het eerste hoofdstuk van Sprookjesland is van iedereen, een Hongaars sprookjesboek dat zoveel opzien baarde dat er uiteindelijk een complete ‘anti-lhbti-propaganda-wet’ uit voortvloeide, wordt dat idee gecorrigeerd.

De Hongaarse dichter Krisztina Rita Molnár bewerkte hiervoor een verhaal uit het twaalfde boek van Ovidius’ Metamorfosen dat al tweeduizend jaar meegaat. De libidineuze zeegod Poseidon valt daarin de schone Kainis lastig die zich niet thuis voelt in haar vrouwenlichaam en een wens mag doen: ‘Kainis hoefde niet na te denken. De woorden rolden uit haar mond als pijnboompitten uit een dennenappel op een hete dag: ‘Maak dat ik niet meer een vrouw ben!’’ Poseidon heeft die geslachtsverandering zo voor elkaar. Vanaf dat moment heet Kainis Kaineus en voegt zich bij de Argonauten die op zoek gaan naar het Gulden Vlies.

Er zit óók een transseksuele ree in dit sprookjesboek, Connie, die een nieuw leven begint als Connor. Dieren uit het bos helpen deze transree met een kunstmatig gewei, maar elke keer donderen hun improvisaties van zijn kop. Gelukkig is er een fee met affiniteit met de lhbti-gemeenschap die ervoor zorgt dat twee takken voorgoed met Connors lichaam vergroeien.

Meseorszag mindenkie is de Hongaarse titel van dit sprookjesboek, Sprookjesland is van iedereen heet het in een prachtige Nederlandse vertaling van Mari Alföldy. In zeventien grappige en soms echt ontroerende sprookjes is de hoofdrol telkens weggelegd voor leden van seksuele of etnische minderheden of voor wezens die anderszins slecht passen in het patriarchale kerngezin dat de Hongaarse regeringspartij propageert. Die sprookjes zijn voor Nederlandse kinderen en volwassenen even leesbaar als voor Hongaarse – of ze aan een Europese zegetocht waren begonnen als Viktor Orbán er geen aanstoot aan had genomen, valt te bezien.

Lelieblank

De meest besproken publicatie van Hongarije van de afgelopen dertien maanden begon als initiatief van Dorottya Rédai van de Labrisz Lesbische Vereniging in Boedapest. Aan het begin van de coronatijd benaderde zij een reeks Hongaarse auteurs met het idee de sprookjeswereld diverser te maken. Immers: geen land waarin klassieke rollenpatronen en boreale clichés zo welig tieren als dat sprookjesland met zijn lelieblanke prinsessen in roze jurken die worden gered of wakker gekust door heteroprinsen die de eeuwenoude kunst van het machismo beheersen.

Zo’n land kan opknappen van een Sneeuwwitje die de pest heeft aan roze jurken of een mannelijke Assepoester van Roma-origine of iemand als Margaret de Reuzendoder, die beter met zwaarden overweg kan dan haar mannelijke metgezel.

Voor het project schreef Labrisz ook een wedstrijd uit onder jongeren met schrijfambities. Filosoof Boldizsár Nagy maakte een selectie. Het sprookjesboek met verhalen van bekende en onbekende Hongaarse auteurs verscheen voor het eerst in Boedapest op 21 september 2020. Labrisz wist niet of ze de oplage van 1.500 kwijt zou raken, maar had geen rekening gehouden met het ultrarechtse parlementslid Dóra Dúró, bijgenaamd ‘de grimmige Disneyprinses’. Dit ‘giftige’ boek schoot bij Dúró net zo in het verkeerde keelgat als de giftige appel bij Sneeuwwitje.

Dat volwassenen aan ‘lhbti-gedrag’ doen is tot daaraan toe, kinderen bestoken met ‘homoseksuele sprookjes’ moet verboden worden, stelde de ultrarechtse Disneyprinses in een persconferentie waarop zij het boek voor de camera verscheurde. Het ultraconservatieve onlineplatform CitizenGo had daarna in een mum van tijd 67 duizend handtekeningen verzameld onder een digitale petitie om de titel uit de handel te nemen. Het gevolg was dat de sprookjes in een mum van tijd een tweede druk beleefden van 15 duizend exemplaren, die ook weer binnen een paar dagen was uitverkocht.

Onderwijl roerde zich de met uitstekende politieke instincten begiftigde Orbán. Die was, na eerder campagne te hebben gevoerd tegen migranten en Brussel, op zoek naar een nieuw thema om dalende populariteitscijfers te keren. Wat als je kiezers waarschuwt voor ‘lhbti-propaganda van de EU op Hongaarse scholen’?

In juni nam het door de regeringspartij gedomineerde parlement een wet aan die voorlichting over homoseksualiteit en geslachtsverandering in het onderwijs verbiedt. Die wet leidde tot verontwaardiging en protesten in West-Europa en regenboogvlaggen op het Europees Kampioenschap voetbal. Voor de verkoopcijfers van het sprookjesboek was de wet ook goed, al waren er nu boekhandels die exemplaren vooraf verpakten, zoals dat ook gebeurde met riskante titels voor 1989. Als kroon op het succes werd initiatiefnemer Dorottya Rédai vorige maand door Time Magazine uitgeroepen tot een van de invloedrijkste personen van 2021.

Rédai weet als geen ander dat landgenoten die haar sprookjesboek ‘lhbti-indoctrinatie’ noemen het niet hebben gelezen. Er komen twee samenwonende vrouwen in voor, er is een rijke jongen die valt voor een arme Roma-zanger en in het slotgedicht trouwen twee prinsen, dat is het wel zo’n beetje qua ‘homoseksuele propaganda’.

Bruidsjurk

Vaker wordt deze sprookjeswereld bevolkt door wezens die op andere manieren afwijken van de 19de-eeuwse Grimmeske en de 21ste-eeuwse Orbáneske norm. Een van de fraaiste sprookjes is van de hand van student Edit Penkö. De in een prachtige jurk gehulde prinses Sophie wordt daarin op haar bruiloft met een dappere prins jammerlijk weggesleurd door een draak, althans: dat denken de bruiloftsgasten. In werkelijkheid blijkt die draak een soort vliegende hulpinstantie te zijn geweest die op het nippertje was ingeseind. Zowel die vreselijke bruidsjurk als die afschuwelijke machoprins blijkt prinses Sophie namelijk door papa-koning opgedrongen.

’s Werelds stoere prinsen falen daarna om begrijpelijke redenen deze prinses te bevrijden uit de drakengrot die als een soort blijf-van-mijn-lijfhuis fungeert. En daarom gaat de vanwege zijn beroerde zwaardtechniek door zijn familie als mislukt beschouwde prins Benjamin daar maar eens een kijkje nemen. Die ziet al snel dat Sophie het bij die goede draak erg naar haar zin heeft. Benjamin ontdekt in de verlichte drakengrot dat hij weliswaar een kluns is met zwaarden, maar wel prachtig kan schilderen en knutselen. Nog een held uit dit boek die niet onvermeld mag blijven is het met drie oren geboren konijn Diederik, dat alle twee-origen in zijn bos van een vuurzee redt.

En allemaal leefden ze nog lang en gelukkig. Over honderd jaar zullen historici schrijven: de diversificatie van de sprookjeswereld begon in het land van Viktor Orbán.

null Beeld Matan Publishers
Beeld Matan Publishers

Boldizsár M. Nagy (red.): Sprookjesland is van iedereen. Uit het Hongaars vertaald door Mari Alföldy. Matan Publishers; 196 pagina’s; € 17,95.

Meer over