‘Er moet iets te overwinnen zijn’

Andrej Zvyagintsev..

Van onze medewerker Jan Pieter Ekker

CANNES De Russische regisseur Andrej Zvyagintsev wil graag over zijn film vertellen. Over zijn inspiratiebronnen, over de muziek van Arvo Pärt en over de overweldigende locaties. Maar zodra hem wordt gevraagd zijn werk te duiden, zwijgt hij. De kijker moet het zelf maar uitvinden; zijn interpretatie zou alleen maar in de weg staan. ‘Mijn film gaat, zoals iedere andere film op een of andere manier, over ons allemaal – aardige, mooie mensen die zichzelf terugvinden in tragische, uitzichtloze omstandigheden.’

The Banishment (‘de verbanning’) is de opvolger van The Return, Zvyagintsevs speelfilmdebuut waarmee hij in 2003 op het festival van Venetië werd bekroond met de Gouden Leeuw. Het is opnieuw een soort Griekse tragedie; een film over de onontkoombaarheid van het lot.

In The Banishment verruilen een man en zijn vrouw met hun twee kindertjes een appartement in een industriestad voor een enorm, oud landhuis op het paradijselijke platteland. Daar vertelt de vrouw dat zij zwanger is van een ander.

De film zit vol christelijke symboliek. Alex wast het bloed van zijn broer van zijn handen. De vrouw biedt haar dochter Eva een appel aan. De camera zoomt in op het houten kruis op een deur. De kinderen maken een puzzel van De annunciatie van Leonardo da Vinci.

The Banishment is een van de mooiste en indringendste films van een hoogstaande competitie, maar de Angelsaksische vakbladen, die meer op de economische kant van de film zijn gericht, moesten er niets van hebben. ‘Kunstzinnig gedoe’, was het eensluidende het oordeel.

Zvyagintsev is er niet van onder de indruk. Tijdens een groepsinterview op de pier voor het Majestic Hotel vertelde hij te hebben gelezen dat een van zijn lievelingsfilms, Michelangelo Antonioni’s L’avventura, in Cannes ook met de grond gelijk was gemaakt. ‘Ik heb er niet minder om geslapen.’

Ook het succes van zijn debuut heeft hem niet veranderd, vertelt Zvyagintsev. ‘Ik sta er financieel wat beter voor dan toen, maar ik kan nog steeds geen helikopter kopen. Dat is niet erg, hoor. Iemand die creëert moet hongerig zijn. Er moeten moeilijkheden te overwinnen zijn. Te veel comfort maakt je alleen maar lui.’

De voorbeelden van Zvyagintsev zijn Antonioni, Robert Bresson, Ingmar Bergman, Terrence Malick, Kitano Takeshi en de Waalse broers Dardenne. Zijn referenties vindt hij vooral in de schilderkunst: The Banishment ziet eruit als een fresco. En in de muziek. Toen hij Für Alina van de Estlandse componist Arvo Pärt hoorde, wist hij direct dat hij die muziek wilde gebruiken, hoeveel andere filmmakers hem ook voor waren. Hij schreef Pärt een brief, en werd direct teruggebeld: de componist zei dat het hem een voorrecht was hem zijn muziek te geven. ‘Ik beschouw het als een grote eer, want Pärt is geniaal.’

Zvyagintsev nam zijn film op in de streek rond Luik en in het noorden van Frankrijk. ‘We zochten een stenen stad. Een plek zonder bomen, zonder groen. We hebben gezocht op Sicilië, in Engeland en in Rusland natuurlijk, maar Rusland is heel erg lelijk en ik houd niet van lelijke dingen. Daarom zijn we naar België uitgeweken. België is van een grote schoonheid.’

Meer over