'Er moet iets te ontdekken zijn'

Interview..

Van onze verslaggever Bor Beekman

Rotterdam Buiten in de vrieskou installeren mannen in dikke winterjassen houten huisjes op het Schouwburgplein. Rutger Wolfson (1970), directeur van het International Film Festival Rotterdam, kan er vanuit zijn kantoor op toezien. Het moet een soort Afrikaans dorp worden. ‘Als onderdeel van het Afrika-filmprogramma.’

Er was, op het aanstaande wereldkampioenschap voetballen na, geen speciale reden om juist deze 39ste festivaleditie de focus op Afrika te leggen, zegt Wolfson. ‘Maar het past bij de betrokkenheid van ons festival, en de wens om nieuwe gebieden te ontdekken. Zo richtte het IFFR zich ooit, ook al heel vroeg, misschien wel als eerste, op bepaalde delen van Azië.’

Inmiddels zijn er vrijwel geen witte plekken meer op de wereldfilmkaart. ‘Bijna alles is gecoverd, maar er worden nog altijd maar heel weinig Afrikaanse films op festivals vertoond, uit sommige landen zie je nooit wat. Dat maakt nieuwsgierig, want er is wel lokale productie. Wat gebeurt daar?’

Het is een ambitieus en kostbaar project, in tijden dat het festival moet bezuinigen. En met het risico dat de te ontdekken Afrikaanse cinema minder rijk is dan gehoopt. ‘Maar dat is ook de avontuurlijke kant van dit festival’, zegt Wolfson. ‘Daarin onderscheiden we ons van de rest.’

Het festival kampt met wegvallende sponsors, en is daarom dit jaar, aldus de directeur, ‘misschien iets minder ambitieus op het grensgebied van film en beeldende kunst.’

KPN is hoofdsponsor af, net als Robeco, dat nog wel op kleinere schaal aan het IFFR bijdraagt. ‘Ook in de hele laag daaronder, van kleinere sponsoren en suppliers, voelen we de gevolgen van de crisis. Maar inhoudelijk gezien doen we in de programmering geen enkele stap terug.’

Zijn zakelijk directeur, Patrick van Mil, stapt na anderhalf jaar alweer op, en verruilt zijn functie in maart voor eenzelfde positie bij het Stedelijk Museum in Amsterdam. ‘We zijn hard bezig een opvolger te vinden.’

Net als de festivals van Cannes, Venetië en Berlijn, die bestaan bij media-aandacht, heeft Rotterdam ook te maken met afnemende belangstelling onder filmjournalisten; vorig jaar ontving het festival er honderd minder dan daarvoor. In de Nederlandse filmpers wordt dit jaar vooraf al opvallend veel geklaagd: te obscure filmers, te weinig uitmuntende films. ‘Pers is superbelangrijk’, zegt Wolfson, ‘maar het ontbreekt hier zeker niet aan goede films. En van de voor ons belangrijke makers komen er een hele hoop, van Tsai Ming-Liang tot Harmony Korine.’ En dat couturier Tom Ford niet komt, wiens internationaal geroemde filmdebuut A Single Man wel op het festival te zien is: ‘Die is deze tijd met de Oscars bezig. Hetzelfde geldt voor Jacques Audiard (regisseur van Un Prophète, red.). Van hem weet ik zeker dat hij anders graag zou willen komen.’

In het ‘model-Berlijn’ – populairdere namen boeken om zo aandacht en sponsors te generen – gelooft Wolfson niet. ‘Niet als het over Rotterdam gaat. Hier komen, en dat is eigenlijk heel wonderlijk, nog altijd zoveel mensen met liefde en aandacht voor precies die films die wij selecteren. De programmering is eigenwijs en tegelijk een publiekssucces. Het zou, nog afgezien van onze artistieke overtuiging, ook zakelijk niet slim zijn om daar verandering in te brengen.’

Werner Herzog en Francis Ford Coppola, van wie dit jaar in Rotterdam nieuwe films worden vertoond, zijn wel gevraagd het festival op te luisteren, maar hadden andere verplichtingen. ‘Andere festivals gebruiken een hommage vaak als vehikel om makers naar hun festival te krijgen, voor wat benodigde starpower. Wij vinden het dan toch belangrijker om een onbekender oeuvre te tonen, waarin nog iets te ontdekken valt. Daar komt ons publiek ook voor.’

Vorig jaar daalde het bezoekersaantal van 355.000 naar 341.000. ‘Dat kwam vooral doordat we minder locaties hadden. Dit jaar zijn het er weer minder, dus het totaal aan bezoekers zou best nog wat kunnen zakken. Maar zolang de zaalbezetting gelijk blijft of omhoog gaat, wat vorig jaar zo was, maak ik me geen zorgen.’

De Tiger-competitie, voor eerste en tweede films van jonge makers, is dit jaar sterk bezet, vindt Wolfson. ‘Daar komt ook geluk bij kijken, dat een film je kant op rolt, of net klaar is.’

Het valt de directeur wel op dat het filmklimaat buiten het festival sterk verandert. ‘Vorig jaar was bij ons de nieuwe film van Aleksei Balabanov in première. Dat is een echte meester, maar die film wordt vervolgens internationaal heel slecht verkocht. Dat betekent dat een festival als het IFFR vaak de enige plek is waar zulk werk überhaupt nog op doek te zien is.’

cinema.nl/iffr

Meer over