‘ER IS ALTIJD IETS TE ZEIKEN NATUURLIJK.’

Hij werd vijftig, is 30 jaar professioneel muzikant én zijn Quintet bestaat 25 jaar. Ter gelegenheid van die jubilea ontplooit jazzsaxofonist Paul van Kemenade de komende tijd zo’n 35 activiteiten....

‘God nee, dat zul je mij niet horen zeggen. Alsjeblieft zeg. Nooit. Zo zit ik niet in elkaar.’ Paul van Kemenade wil het even helder hebben: hij denkt helemaal niet over zichzelf als een muzikant die van alle markten thuis is en in veel dingen goed. ‘Dat anderen er zo tegenaan kijken, vooruit.’

Wie het jubileumprogramma van de Tilburgse altsaxofonist bekijkt, ontkomt niet aan het beeld van een veelkunner. Omdat hij vijftig is, 30 jaar professioneel muzikant en zijn Quintet 25 jaar bestaat, zal hij de komende maanden zo’n 35 activiteiten ontplooien. Daar zijn concerten bij met klassieke strijkers, hardcore improvisatoren, West- en Zuid-Afrikanen, moderne jazzmusici en een flamencogitarist. Deze week word de concertreeks ingeleid met speciale avonden in Tilburg, Leeuwarden en Amsterdam waarop Van Kemenade speelt met zijn Quintet en Les Frères Guissé, in duet met pianist Michiel Braam (voor het eerst) en met het Metropole Orkest (voor het eerst live). ‘Ik doe het niet om te imponeren, ik hou gewoon van veel verschillende soorten muziek.’

Het kenmerkt de jazzsaxofonist. Net als die onontkoombare handtekening waardoor je hem onmiddellijk herkent: zijn geluid. Paul van Kemenade is de man van de vet snijdende, druipend glijdende, superdikke altsound. Slechts een handjevol saxofonisten in Nederland beschikt over de karakteristieken van een echte lead-alt en Van Kemenade is er een in hart en nieren. ‘Als die klotesound er maar is. Dat is van het allergrootste belang. Het bepaalt het verloop van een concert. Als ik een moddergeluid heb, ga ik het liefst naar huis toe. Wat doe ik hier, denk ik dan.’

In Van Kemenades kantoor annex studeerruimte boven een garage in Tilburg – ‘het hok’ – ligt een berg van doosjes saxrieten op de vloer. Voor de komende concerten zoekt hij de beste uit. ‘Slechts twee op de tien zijn goed, de rest is brandhout of hoogstens geschikt voor repetities.’

Enkele decennia geleden, toen het hok nog tevens zijn huis was, zat de saxofonist hier al aan zijn sound te schaven. Cannonball Adderley was een voorbeeld, evenals natuurlijk Piet Noordijk en de ‘schitterend gevaarlijke’ tenorsaxofonist Gato Barbieri. Naast de klankkleur was het hun urgente intensiteit die hem inspireerde. Het valt ook op aan van Van Kemenade: zijn stuwende drive om tot het gaatje te gaan. ‘Ik zoek altijd de uitersten op. Mooi hard is niet lelijk. Dat geldt ook voor mooi zacht. Het hele bereik moet erop zitten. Als ik ’s avonds moet optreden ben ik daar ’s ochtends al mee bezig. Dat bouwt op. En als ik dan dat ding in mijn hoofd steek, wil ik spelen ook. Ik heb niet voor niets twee uur gereden.’ Maar echt tomeloos selfkicken is er niet bij. ‘Ik vind maar van een paar concerten op de honderd dat ze redelijk zijn gegaan. Er is altijd iets te zeiken natuurlijk. Dat lijkt me ook heel gezond. Naderhand zeggen: god god, wat waren we toch weer goed zeg, daar schiet je niks mee op. Dat is vaak ook helemaal niet zo.’

Van Kemenade merkt dat hij wel anders is gaan spelen. Het viel hem recent op toen hij tijdens het 25-jarig jubileumfeest van het Tilburgse jazzpodium Paradox weer optrad met enkele van de groepen waarin hij begon. Zoals het orkest Vaalbleek van pianist Niko Langenhuijsen, grondlegger van de levendige Tilburgse scene. Het kost de saxofonist moeite het verschil met vroeger precies onder woorden te brengen. Wiebelend met zijn been: ‘God jezus man, daar denk ik nooit zo over na. Het heeft niet zozeer met notenkeuze te maken. Ik geloof dat ik de allerscherpste kantjes op een andere manier invul. Het vuur is nog hetzelfde, maar de emotie is beter gekanaliseerd. Dynamischer. Het is rijping, en de ervaring met al die verschillende disciplines die erin is geslopen.’

Van Kemenade heeft altijd tussen verschillende subgenres door gelaveerd. Daarmee is hij de verpersoonlijking van wat je als de Tilburgse scene zou kunnen beschouwen. Hij speelde met Amsterdamse impro-musici, maar beperkte zich nooit tot volledig conceptuele muziek. Hij maakte melodieuze jazz, maar altijd met een vleug Amerikaanse avant-garde. In zijn suite-achtige composities klinkt de invloed door van Charles Mingus en Carla Bley. Hij leerde van Zuid-Afrikaanse musici over luie, soulvolle swing en dook in de symfonische wereld met het Metropole Orkest. ‘Ik wil dat zo, het hele scala. Misschien is dat wel lastig voor mensen. Die genieten van mijn muziek bij het ene concert en lopen gillend weg bij het andere. Maar ik trek me daar niets van aan. Ik moet er niet aan denken om elke avond met dezelfde band op het podium te staan, hoe goed ook.’

In het Paul van Kemenade Quintet, met een kwart eeuw één van de oudste actieve Nederlandse jazzgroepen, vond de afgelopen jaren een ingrijpende personeelswisseling plaats. Trombonist Hans Sparla vertrok (21 jaar lid), bassist Eric van der Westen (na 15 jaar) en pianist Jeroen van Vliet (na 18 jaar). Alleen drummer Pieter Bast bleef over. ‘Die zit er pas vanaf 1989 bij. En binnenkort stap ik er ook uit.’ Van Kemenade likt aan zijn sjekkie. ‘Ja jongens, ik wou volgend jaar ook maar eens opstappen. Het is nu mooi geweest.’ Hij grinnikt. Niet dus. ‘Natuurlijk is het jammer na zo een lange tijd. Maar daar moet je snel overheen stappen. Het is logisch dat mensen hun vleugels willen uitspreiden. En ze zijn ook niet voor niets zo lang gebleven natuurlijk, het was leuk.’ Enthousiast is Van Kemenade over zijn nieuwe bandleden, bassist Wiro Mahieu en jonge honden Louk Boudesteijn op trombone Rein Godefroy op piano. ‘Ze gaan heel anders met het materiaal om dan de vorige musici, alleen al door het generatieverschil. Dat houdt me scherp en het inspireert. Ik ben er nog steeds op uit om te leren. Een vocaal gezelschap heeft me onlangs gevraagd voor een project met renaissancemuziek: Josquin des Prez. Zoiets heb ik nog nooit gedaan, dus ik heb daar meteen ja op gezegd. Je kunt als muzikant nooit op je ballen gaan zitten en zeggen: nu weet ik het allemaal.’

Meer over