ENGAGEMENT KOMT NIET UIT EEN VERFTUBE

VAN OUDSHER, zo schrijft de schilder/kunstonderwijzer D. Kraaijpoel in zijn vermakelijke en stichtende boek Was Pollock kleurenblind?, bestaat er een hechte relatie tussen moderne kunst en sociale revolutie....

Geleidelijk is, mede door het failliet van het in kunstzinnige kringen onwaarschijnlijk populaire marxisme, de politieke bezieling wat afgenomen, maar het oudbakken linkse gedachtegoed woekert nog steeds voort. Termen als progressief, vernieuwend en reactionair, stelt Kraaijpoel vast, duiken nog geregeld op in recensies of worden gebruikt door kunstenaars die nog geboren moesten worden toen deze begrippen al passé waren.

Het zijn woorden die ook graag in de mond worden genomen door Catherine David. De Franse samenstelster van de tiende Documenta noemde onlangs in een interview met NRC Handelsblad bijna alle hedendaagse schilderkunst reactionair, behorend tot een andere epoche. Deze opvatting verklaart dat op de tiende vijfjaarlijkse moderne-kunstexpositie in het Duitse Kassel weinig schilderijen te bezichtigen vallen, maar wel een hoop foto's, films, 'geluidssculpturen' en vreemdsoortige voorwerpen.

Kunstenaars die van deze tijd zijn, moeten zich volgens David 'op een strategische manier opstellen tegenover de media, bepaalde politieke situaties en de heersende cultuur'. Zij behoren zich uit te spreken over de globalisering en de daarmee gepaard gaande veranderingen op economisch, politiek en cultureel gebied. Daarom ook draagt de volumineuze catalogus bij de tentoonstelling de titel Politics - Poetics, en staat hij vol met - doorgaans nogal warrige - beschouwingen over de relatie tussen politiek en kunst.

Documenta X is erg slecht ontvangen. De arrogante en communicatief niet bijster sterke David werd door de pers met hoongelach begroet. Kranten schreven haar expositie de grond in (Le Figaro sprak van een regelrechte ramp). Kunstliefhebbers toonden zich teleurgesteld ('geen verbeelding of gevoel', vond Rudi Fuchs). Het internationale galeriewezen gaf schriftelijk blijk van zijn ongenoegen.

Bezoekers zoals ik liepen even verveeld rond in het Fridericianum, het hoofdgebouw van de Documenta, wierpen daarna nog een blik op enige als kunstwerken gepresenteerde objecten, en zochten vervolgens troost op een terrasje.

Het is ook niet zo'n gelukkige gedachte om kunstwerken te selecteren op grond van hun boodschap, op grond van hun politieke motieven en doelstellingen. De goede bedoelingen van de kunstenaar, dat is een heel treurig onderwerp, merkt Kraaijpoel terecht op. De eis dat kunstenaars betrokken zijn, of nog erger: maatschappelijk geëngageerd, heeft een oceaan van middelmatige werken voortgebracht. 'Zodra de kunst ergens van moet getuigen, zakt het niveau.'

Kunst die een boodschap wil verkondigen, wordt inderdaad al gauw prekerig, en verliest het vermogen te ontroeren. De sprookjeswereld van de kunst en de harde realiteit van het maatschappelijk leven sluiten ook slecht op elkaar aan.

Politieke vraagstukken zijn over het geheel genomen te ingewikkeld om in een kunstwerk afdoende te behandelen. Kunstenaars vestigen wel eens de aandacht op een of andere misstand, maar een praktische oplossing voor sociale problemen weten zij zelden te bieden.

In de regel nemen zij hun toevlucht tot simplificaties, en doen zij een beroep op emoties die verstandige besluitvorming eerder bemoeilijken dan vergemakkelijken. Zo hebben bevlogen kunstenaars in de jaren zeventig en tachtig herhaaldelijk geprotesteerd tegen de 'waanzin van de bewapeningswedloop', maar een doordacht voorstel om de spanningen tussen Oost en West te verminderen, is van hun kant nooit vernomen.

Zeker in de westerse parlementaire democratieën is politiek een nogal vervelende bezigheid die onder andere maatgevoel, kennis van economie en recht, de bereidheid zich in praktische details te verdiepen en sociale vaardigheden vereist. Dat zijn niet de kwaliteiten waarin kunstenaars doorgaans uitblinken.

De wijsheid van kunstenaars lijkt over het geheel genomen ook nogal overschat te worden. Zij moeten vaak hun opinies over de zin van het leven, de inrichting van de samenleving en de toekomst van de wereld ventileren.

Maar goed beschouwd is er helemaal geen reden om bijzondere belangstelling te tonen voor deze meningen. Dat iemand aardig met een schilderkwast overweg kan, wil niet zeggen dat hij ons kan vertellen hoe onze democratie moet worden verbeterd. Dat iemand in staat is een vlot leesbaar verhaal te schrijven, betekent niet dat hij verstand heeft van internationale betrekkingen. Waarom zou artistiek talent gepaard gaan met politiek inzicht?

Waarschijnlijk is het maar het best als kunstenaars zich bij hun leest houden. Laat ze muziek maken, doeken volschilderen, of verzen schrijven om ons een beetje verstrooiing te bieden. En laat ze politiek maar overlaten aan die saaie technocraten die onze beschaving verdedigen tegen grootse en meeslepende visies.

Meer over