Engagement is nu wetenschap

Ook de alternatieve troonrede gelezen die maandag paginagroot in de krant stond afgedrukt? Een groepje wetenschappers, journalisten en bestuurders (onder wie Dorien Pessers, Arjo Klamer en Wouter van Dieren) schreef een rede voor Beatrix die Kok niet zou hebben behaagd....

Alle thema's, waarvoor in de jaren zestig en zeventig de mens de straat opging, kwamen aan de orde in deze 'troonrede'. Als het groepje 'eendags-koninginnen' z'n zin kreeg, zou ieder na de middelbare school verplicht een jaar in de zorgsector moeten werken, zou Schiphol kleiner worden in plaats van groter, en zou het internationale bedrijfsleven niet langer in staat worden gesteld onze democratie 'te ondermijnen'. 'Dat we het cynisme vaarwel zullen zeggen, en aan de wederopbouw gaan beginnen', besloten de schrijvers vol vuur.

Geen kunstenaar, geen schrijver behoorde tot de opstellers van deze troonrede. Kunst en zulk openlijk engagement, o nee, daar rust een smet op. Kunst die neigt naar een politieke overtuiging of maatschappelijke betrokkenheid, is allang verdacht. Zulke kunst riekt naar ondubbelzinnige boodschappen, naar educatie en emancipatiedrift.

Kortom, naar alles wat de kunst van nu niet wil zijn.

Toch is daarmee niet gezegd dat er geen hedendaagse geëngageerde kunst meer bestaat. Alleen heeft ze zich vermomd: als wetenschap. Ze is aan het onderzoeken geslagen, aan het inventariseren, het catalogiseren. Het commentaar - in de wetenschap doorgaans het eind van een onderzoek - blijft in de 'geëngageerde' kunst achterwege of wordt impliciet gelaten.

De jonge Zwitser Thomas Hirschhorn is een voorbeeld van een kunstenaar die je als maatschappelijk geëngageerd zou kunnen omschrijven. Op een tentoonstelling in Zürich deelt hij de samenleving op in 'twintig problemen'. Van watersnood tot kinderen, van het Palestijnse vraagstuk tot overgewicht: Hirschhorn inventariseert het leed van nu op grote verkiezingsborden . De lezer mag een oordeel vellen.

Op een bijna identieke manier gaat de 29-jarige Oostenrijker Oliver Ressler te werk. Ook deze kunstenaar biedt geen esthetiek, maar research - zoals is te zien in het Amsterdamse W139. Alleen spitst Ressler zijn onderzoek toe op één kwestie: de macht van het grootkapitaal.

Vijfhonderd citaten uit jaarverslagen van multinationals en financiële bedrijven van overal ter wereld drukte de kunstenaar af op de rafelige muren van het kunstenaarsinitiatief. Elk citaat bevat dezelfde holle frasen over kapitaalgroei, over meest gemotiveerde werknemers, over progressie, beweging naar voren. Even verderop, in een kubus van licht hout, laat Ressler zes critici aan het woord over de strategieën van deze global players.

Ressler stuurt de kijker niet, hij velt geen oordeel. Toch sorteert zijn onderzoek effect, niet door de uitspraken van de critici die je op revolutionaire gedachten brengen, maar door de neutrale uitstalling van die vijfhonderd citaten op de muur. Ieder die weleens langs de Zuidas van Amsterdam rijdt of per trein Den Haag binnenkomt, weet tot welk een uiterlijke eenvormigheid het bedrijfsleven in staat is. Ressler bewijst hoe schrikbarend eenvormig ook de bedrijfsfilosofieën zijn, of ze nu in Japan, Duitsland, of Amerika zijn uitbedacht. Ressler toont aan dat George Orwell alsnog gelijk heeft gekregen. 1984 bestaat nu, alleen hebben maar weinigen er erg in.

Meer over