En toen was er beeld

Een verrassender combinatie is nauwelijks denkbaar. De Amerikaanse striptekenaar Robert Crumb, afkomstig uit de underground, heeft het boek Genesis uit de Bijbel ‘verstript’....

‘Dat kan interessant zijn. Ik wil graag horen hoe hij reageert. Uit kerkelijke kringen heb ik nog geen enkele reactie’, zegt Robert Crumb (66) wanneer hij van het plan hoort zijn boek voor te leggen aan een zwager die dominee is. ‘Maar wees voorzichtig. Het kan een schok zijn.’

In de Verenigde Staten wordt zijn Genesis voorzien van een parental guidance. Niet omdat het zoals in Crumbs goede oude tijd op de pagina’s een gekrioel van billen, borsten en dijen is, maar toch. ‘Als een orthodoxe christen de boekhandel inloopt en denkt: hé, een stripverhaal over de Bijbel, leuk voor m’n kinderen, en hij komt thuis en ziet wat ik getekend heb, dan daagt hij misschien de schmuck van de winkel voor de rechter.’

En dat terwijl ook de meest orthodoxe gelovige tegen de inhoud van Genesis in de versie van Crumb niets kan inbrengen. Crumb, beroemd geworden als grootmeester van de underground comix met zijn door veelvuldig drugsgebruik geïnspireerde strips over mr. Natural en Fritz the Cat en later met zijn tekeningen van de groten uit blues en country, volgt de tekst van de Bijbel op de voet. ‘Dit is het hele verhaal. Niet meer dan twee woorden heb ik weggelaten.’ Veel tijd stak hij in het zoeken naar de beste transcriptie. Voor zijn Genesis gebruikte hij veel Joodse teksten, vanwege de precisie, maar ook de King James Bible, om de statigheid van de taal.

Het schokkende is eerder dat de tekenaar zo dicht bij de tekst bleef. Al die honderden bijrollen, aan wie zelden iemand een gedachte heeft gewijd, krijgen bij Crumb een gezicht. Hij tekent de twaalf zonen van Jacob, maar ook de vrouwen en zonen van Esau, de zonen van Esau’s zoon Rehuel en van Esau’s vrouw Oholibama. Een eindeloze stoet ruige mannen en woeste vrouwen trekt langs op de pagina’s. Veelal zijn ze stokoud, de Bijbel noteert immers leeftijden tot 969 jaar voor de eerste mensen.

Het begon allemaal met een uitgever die wel brood zag in een door Crumb getekende versie van de Bijbel. De tekenaar begon enthousiast aan het verhaal van Adam en Eva, vertelt hij vanuit zijn huis in het dorpje Sauve, Zuid-Frankrijk.

Na een pagina of dertig had hij Noach met zijn ark op de berg Ararat laten stranden en was ‘het wilde gedierte, al het kruipende gedierte en al het gevogelte, alles wat zich op de aarde roert’, door een gat in de romp naar buiten gekomen. Crumb keek om zich heen en begreep dat hij nog lang in het gezelschap van dit boek zou verkeren. ‘Nu moet ik doorgaan, dacht ik. Maar vraag me niet hoe.’

‘Vier jaar heb ik als een monnik gewerkt. Het is bijna mijn dood geworden. Ik was incommunicado. Maar het is als met de aanleg van de trans-Siberische spoorlijn: als je eenmaal in de Gobiwoestijn bent, kun je niet meer terug.’ Omdat inkleuren hem nog eens vier jaar zou kosten, bleef het boek zwart-wit.

Wat Crumb per se niet wilde: er een satire van maken. ‘Daar is het verhaal van zichzelf te uitzinnig voor. Tegelijk wortelt het zo diep in onze cultuur. Je moet het serieus nemen. Het is een waanzinnig verhaal. Overigens is het ook primitief en achterlijk, ik heb er geen bruikbare moraal in kunnen ontdekken. Neem het verhaal over de zonen van Jacob die de stad Sichem branden en plunderen, enkel en alleen omdat de zoon van de heerser van de stad verliefd wordt op hun zus Dina. Dat is buitenproportioneel geweld. Wie wil leven naar deze tekst, heeft een groot probleem. Dat zie je aan de joden, die wat God tegen Abraham zegt letterlijk nemen: ‘Ik ben de Here die u uit Ur der Chaldeeën heb geleid om u dit land in bezit te geven.

‘Nee, het enige wat ik ervan leerde is beter tekenen. Voor een kameel draai ik mijn hand niet meer om.’

Zijn inspiratie haalde Crumb niet uit de bijbelse taferelen van de schilders uit de gotiek en renaissance. En al helemaal niet uit illustratoren als Gustave Doré. ‘Te romantisch allemaal. Veel te ver verwijderd van de morsige werkelijkheid van 2000 voor Christus.’

In de Genesis van Crumb is het leven zwaar. Door een nog bijna lege wereld trekken nomaden rond, met hun familie en hun vee. Bij het vuur vertellen de mannen elkaar ’s avonds verhalen en uit die verhalen is Genesis ontstaan.

Terwijl de aartsvaderen met hun kale kruinen en knobbelneuzen heel aards zijn, is God juist in al zijn grandeur getekend, met golvende manen en een baard tot op zijn knieën, het doorgroefde gelaat vaak omgeven door een stralenkrans. De ogen fonkelen en zijn handen zijn knoestig. Werkhanden, zoals die van de mensen.

‘Het waren patriarchale samenlevingen’, verklaart Crumb. ‘Ik heb God getekend zoals hij uit het boek naar voren komt. Een strenge, mannelijke man.’

Ook dat de engelen geen vleugels hebben wanneer ze naar Jacob afdalen is volgens hem conform de tekst. ‘Vleugels zijn een middeleeuwse uitvinding. De Bijbel zegt daar niets over. Hun naam in het Hebreeuws is boodschapper, zo heb ik ze getekend.’

Directe bronnen over kleding en uiterlijk zijn er amper, zo bleek hem. ‘Alleen de Egyptenaren zijn goed gedocumenteerd. Van de Sumeriërs resteert weinig, van de Assyriërs meer, maar die zijn van na Genesis. Niemand kan zeggen of de aartsvaders er inderdaad als Arabieren uitzagen, met mantels en tulbanden. Ik teken ze vaak met korte tunieken of ontblote bovenlijven. Eerder als Azteken of oude Inca’s.’

Voor één bijbelse figuur nam hij een vriend als model, ‘een oude Marokkaan hier in het dorp. Hij was architect en heeft me ook geholpen met de bedoeïenententen.’

Robert Crumb, in 1943 in Philadelphia geboren, kreeg een katholieke opvoeding. ‘Ik leerde de catechismus, de dogma’s, de zeven hoofdzonden, de sacramenten. Maar dat betekent niet dat ik al die oude verhalen kende. Het Oude Testament speelt sowieso niet meer zo’n grote rol. Wie leest er nu nog profeten als Daniël, Ezechiël, Jeremia, Deuteronomium?’

Op de vraag of hij zelf gelovig is, komt een verrassend antwoord. ‘Ik ben een gnosticus. Dat wil zeggen dat ik naar God zoek en ook naar goddelijke ervaringen. Maar ik verwacht niet die bij bestaande godsdiensten te vinden. Wel had ik in 2000 een droom waarin hij aan me verscheen. Zoals in die droom, zo heb ik hem getekend.’

Een nieuwe Crumb is een gebeurtenis op wereldniveau. Zijn Genesis wordt eind oktober tegelijk in twaalf landen gepubliceerd. Voor de ‘Europese persconferentie’ in het Centre Pompidou in Parijs rukken verslaggevers van heinde en verre uit om vragen af te vuren.

De tengere man voor wie die vragen bedoeld zijn, lijkt uit een andere tijd te komen. Zijn lange, smalle handen steken ver uit de mouwsgaten. Met zijn ronde brilletje, zijn baard en zijn driedelige pak zou hij moeiteloos voor een ouderling kunnen doorgaan, ware het niet dat daarvoor zijn das te frivool is.

Wanneer een Zwitserse dame wil weten waarom hij God niet als een grote negerin tekende, snuift hij van verbazing en zegt dan dat hij zich aan de patriarchale sfeer van het boek heeft gehouden, waarin over God als ‘hij’ wordt gesproken. ‘Een negerin als God zou erg afleiden van het verhaal.’

De vraag met wie hij zich het meest heeft geïdentificeerd, bevalt hem beter. ‘Dat moet toch Jacob zijn. Die was niet zo heel moedig, hij liet zich koeioneren door zijn vrouwen en heeft z’n erfenis op een sluwe manier veiliggesteld.’

Meneer Crumb, heeft u dit boek gemaakt om uw schuld in te lossen, omdat u vroeger aan de drugs bent geweest, wil een Frans tijdschrift weten. ‘Nee, zo snel kom je er niet van af. Daar is meer voor nodig dan vier jaar tekenen.’

‘Moet je kijken’, zucht hij op zeker moment vermoeid. ‘We zitten hier met een zaal vol mensen, allemaal vanwege dat boek. Het is bespottelijk wat een invloed de Bijbel heeft.’

Het zit erop. Voor Crumb begint een promotietournee door de Verenigde Staten. Hij steunt bij de gedachte. En daarna, op naar Exodus? ‘Geen denken aan. De afgelopen jaren heb ik me vaak afgevraagd of het boek al deze inspanningen waard is. Bovendien, Exodus bevat nog veel actie, met die tocht uit Egypte. Maar daarna gaat de vaart eruit. Het evangelie zou weer wel kunnen, maar dat is al vaak gedaan. Bovendien, er zijn er vier. Welke moet je nemen?’

Daar zou de dominee hem wellicht bij kunnen helpen. Die heeft aanvankelijk moeite te kijken naar tekeningen van verhalen en figuren die niet eerder verbeeld werden. De protestantse kerk doet immers niet aan afbeeldingen. Wanneer de onwennigheid is overwonnen, prijst hij het menselijke van de weergave. ‘Dat is helemaal in overeensteming met de Bijbel.’ En hij vindt het mooi dat God bij Crumb als Here wordt aangesproken, terwijl tegenwoordig vaak Jahweh de voorkeur krijgt.

Meer over