En dan nu het weerbericht van de achttiende eeuw

Het heeft twee jaar langer geduurd dan verwacht, maar het resultaat mag er zijn: bijna duizend pagina's historische weergegevens. Het vijfde deel van Jan Buismans serie Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen behandelt de periode 1675-1750....

De hoofdrol in het vijfde deel is weggelegd voor Nicolaus Cruquius. DezeNederlandse waterstaatkundige en cartograaf (hij werd geboren als NikolaasKruik, maar nam net als veel tijdgenoten een Latijnse naam aan) begon in1706 met systematische waarnemingen met een barometer en thermometer. Datleverde een ononderbroken reeks op tot 1754, de eerste ter wereld. Ideaalmateriaal voor Buisman, die graag in oude weergegevens snuffelt en eroverschrijft.

Naast Cruquius' cijfermateriaal, verzamelde Buisman tientallendagboeken, ooggetuigenverslagen en waarnemingen van boeren, molenaars,vissers, schippers en soldaten. Gewone burgers die voor hun werk of gewoonuit belangstelling het weer noteerden. Buisman plaatst het weer in een historische context; hij brengt geschiedenis en meteorologie bij elkaar.

Het vijfde deel beschrijft een dieptepunt in de Kleine IJstijd (quatemperatuur), wat vermoedelijk de eerste Noord-Hollandse Twaalfstedentochtopleverde, verschillende dramatische stormen en de strijd tussen Celciusen Fahrenheit.

Het dikke boekwerk bevat ook een verhaal over de kerstvloed van 1717.Daarbij kwamen 13.300 mensen om; het was de ergste natuurramp in deachttiende eeuw. Toch is de stormvloed in geen enkel geschiedenisboek terugte vinden. Historici waren tot de jaren zeventig van de vorige eeuwnamelijk helemaal niet geïnteresseerd in het weer of inklimaatveranderingen.

Het boek bevat het volgende ooggetuigenverslag van de kerstvloed: 'Hetzeewater quam hier om 2. uure 's nagsts zoo hoog en schielijk opzwellen dathet niet alleen onze oude Stadt overliep; maar ook in de nieuwe Stadt quam't water zoo hoog dat elk verbaast toezag en veele menschen door 't gebruisontwaakt van hunne bedden in 't water stapten: want het stroomde nu dooralle straaten.'

Buismans boek zit vol met dit soort getuigenverslagen, die de kalecijfers van de meetreeksen inkleuren. Dat maakt het boek tot eeninteressant naslagwerk voor zowel meteorologen als historici.

Ook voor liefhebbers van weer, water en geschiedenis bevat het een schataan informatie. Praatjes over het weer blijven vaak oppervlakkig; dit boekis dat zeker niet.

Koen Hilferink

Meer over