Boekrecensie

Emily St. John Mandel schrijft gestaag verder aan wat een überroman lijkt te worden ★★★★☆

Alles hangt met elkaar samen in Zee van rust, de nieuwe roman van Emily St. John Mandel, die vier eeuwen bestrijkt, waaronder de 24ste. Ondanks de complexe structuur leest het verhaal opvallend soepel.

Hans Bouman
null Beeld Silvia Celiberti
Beeld Silvia Celiberti

Twee jaar geleden werd de Amerikaanse Emily St. John Mandel in één klap naar het literaire wereldpodium gekatapulteerd dankzij een roman die ze zes jaar daarvoor – ook toen al met succes – had gepubliceerd. Maar ja, Station Elf ging over een verwoestende pandemie en toen covid-19 in de eerste maanden van 2020 het Westen bereikte, leek Mandels boek nauwelijks minder dan profetisch.

Station Elf is net als zijn opvolger Het glazen hotel (2020) een virtuoos gecomponeerde roman die speels heen en weer springt door de tijd, waarin gaandeweg de stukjes op hun plaats vallen en pas aan het slot het gehele tableau zichtbaar wordt.

Dat blijkt ook het geval in Mandels nieuwe roman, Zee van rust (Sea of Tranquility). In dit boek krijgt het begrip ‘heen en weer springen in de tijd’ zelfs een extra dimensie, in de vorm van tijdreizen.

Emily St. John Mandel geeft ook een interview aan het Volkskrant Magazine van dit weekend: ‘Ik heb een hele a-romantische kijk op het schrijven, het is gewoon mijn werk’

Sprongen in de tijd

Zee van rust kent vier verhaallijnen. De eerste speelt in 1912, als Edward St. John St. Andrew, telg uit een gegoed Brits geslacht, naar Canada afreist in de hoop het daar te gaan maken. Op een dag heeft hij, in een bos op Vancouver Island, een mysterieuze ervaring. Hij staat onder een hoge esdoorn als er plotseling een soort zonsverduistering lijkt plaats te vinden. Edward heeft het gevoel zich in een binnenruimte, een station of een kathedraal te bevinden, hij hoort vioolklanken en een ander, ‘nooit eerder gehoord geluid’. Dan duikt er een onduidelijke figuur op die beweert een katholieke priester te zijn en die hem vragen stelt over wat hij zojuist heeft gezien.

Vervolgens springen we naar 2020. Musicus Paul, die we nog kennen uit Het glazen hotel, geeft een optreden waarbij hij ook een videoclip vertoont. In die clip zit een ‘hikje’, zo waarschuwt hij van tevoren. En inderdaad: aanvankelijk zien we een opname van een bos, inclusief een hoge oude esdoorn, maar dan volgt er één seconde van totale duisternis waarin vioolklanken en het geluid van een treinstation te horen zijn, alsook ‘een vreemd soort pfoef dat aan hydraulische druk deed denken’. Na afloop van het concert wordt Paul benaderd door een onbekende man met een deukhoed, die bovengemiddeld nieuwsgierig blijkt naar de vertoonde clip.

Opnieuw maakt het boek een tijdssprong, nu naar 2203. Olive Llewellyn, woonachtig in Kolonie Twee op de maan, reist naar de aarde voor een signeertournee rond haar succesroman Marienbad. In dat boek beschrijft ze een apocalyptische pandemie en haar nasleep. Tijdens de tournee wordt ze geïnterviewd door een merkwaardige journalist, die haar vraagt naar een bepaalde scène in haar boek. En inderdaad: die scène vertoont sterke overeenkomsten met de ervaringen van Edward in 1912 en de videoclip van Paul in 2020.

Wat is hier aan de hand? Gearriveerd op ongeveer eenderde van het boek is het de lezer duidelijk dat de verhaallijnen die zijn gesitueerd in respectievelijk de 20ste, 21ste en 22ste eeuw met elkaar te maken moeten hebben. Maar op welke manier? Waarom keert een bepaalde gebeurtenis telkens terug en wat heeft die gebeurtenis in vredesnaam te betekenen? Om dat duidelijk te maken is er nog een vierde verhaallijn, die in de 24ste eeuw speelt, als men de technologie van het tijdreizen onder de knie heeft.

Emily St. John Mandel  Beeld Sarah Shatz
Emily St. John MandelBeeld Sarah Shatz

Wezenlijke vragen

De hierboven geschetste verhaallijnen suggereren een nogal geconstrueerde, misschien zelfs maniëristische roman. Het knappe van Mandels schrijverschap is dat Zee van rust, net als haar eerdere in het Nederlands vertaalde romans, ondanks de complexe structuur uitgesproken soepel leest. Het is opnieuw een bij vlagen spannend boek, waarin de verhaallijnen uiteindelijk in dienst blijken te staan van een reeks wezenlijke vragen die Mandel aan de orde stelt. Ze nodigt de lezer uit zich te bezinnen op de vraag wat echt is, wat werkelijk betekenis heeft, wat de waarde is van herinneringen en wat herinneringen eigenlijk zijn.

In het kader daarvan is het natuurlijk onmogelijk om bij de romantitel Marienbad niet te denken aan de film L’année dernière à Marienbad (1961) van regisseur Alain Resnais en scenarioschrijver Alain Robbe-Grillet, pilaarheilige van de nouveau roman. Ook in deze film zijn de werking en betrouwbaarheid van het geheugen belangrijke thema’s, alsook de vraag wat ‘echt’ is en wat niet.

Net als David Mitchell lijkt Emily St. John Mandel bezig haar eigen ‘überroman’ te schrijven: een grote, meerdelige roman waarvan de tot dusver verschenen boeken onderdelen zijn. Niet alleen binnen haar romans hangt alles met elkaar samen, ook onderling verwijzen de romans geregeld naar elkaar. Naast Paul komen in Zee van rust enkele andere personages voor uit eerdere boeken – Mirella Kessler, Vincent Smith, Jonathan Alkaitis – en uiteraard herkennen we in Olive Llewellyn en haar pandemieroman een verwijzing naar Mandel zelf en haar Station Elf. Personages uit die roman doken opnieuw op in Het glazen hotel.

In Zee van rust verdiept Mandel zich in de mogelijkheid om schoonheid te vinden in een wereld waarin voortdurend de dood dreigt. Net als in haar eerdere boeken houdt ze de lezer voor dat de waarde van het bestaan is te vinden in compassie, moed, creativiteit en liefde. Natuurlijk is dat geen nieuwe boodschap. Maar ligt de taak van de literatuur niet vooral in het op telkens nieuwe wijze presenteren van oude waarheden?

Emily St. John Mandel: Zee van rust. Uit het Engels vertaald door Lucie Schaap. Atlas Contact; 256 pagina’s; € 22,99.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact
Meer over