Interview

Emily Ansenk is eindelijk crisismanager af en kan het Holland Festival ‘in het echt’ openen

Emily Ansenk Beeld Lenny Oosterwijk
Emily AnsenkBeeld Lenny Oosterwijk

Deze week kan Holland Festival-directeur Emily Ansenk eindelijk ‘in het echt’ het Amsterdamse festival voor podiumkunsten openen. ‘Ik dacht dat ik in de live podiumkunsten zou terechtkomen, maar heb bijna alleen maar achter mijn computer gezeten. Superfrustrerend natuurlijk.’

Een half jaar heeft directeur Emily Ansenk zich kunnen inwerken in haar nieuwe functie bij podiumkunstenfestival Holland Festival. Voorstellingen en concerten zien, veel mensen ontmoeten, mee op pad met de programmeurs. ‘Ik vond het geweldig, en ik wilde vooral ook veel zien, want ik moet dertig jaar theatergeschiedenis inhalen.’ Maar toen kwam in maart 2020 corona. ‘Sindsdien is het alleen maar crisismanagement geweest.’ Veertien maanden later staat Ansenk aan de vooravond van haar eerste ‘echte’ festival.

Het Holland Festival kan doorgaan als ‘testevenement’, bezoekers moeten zich vooraf laten testen. Ideaal is die ‘extra drempel’ niet, bovendien moet de anderhalvemetermaatregel worden nageleefd. Dat betekent dat het festival maar eenderde van de gebruikelijke 80 duizend bezoekers kan ontvangen. ‘Maar nadat wij vorig jaar in allerijl een onlinefestival uit de grond hadden gestampt, hebben we besloten: de volgende editie willen we live laten doorgaan. Daarbij hielden we al rekening met de anderhalve meter. Als je het positief bekijkt, kun je zeggen dat we toen het juiste scenario hebben gekozen. Al hadden we natuurlijk op meer gehoopt.’

Kunsthistorica Ansenk (50) was tot 2019 directeur van de Rotterdamse Kunsthal. Ze was ‘als consument’ al een liefhebber van de podiumkunsten, en een incidentele bezoeker van het Holland Festival. Hoe het is om directeur te zijn van een groot, bruisend, goed bezocht internationaal theaterfestival, weet ze nog niet. ‘Ik dacht dat ik in de live podiumkunsten zou terechtkomen, maar heb bijna alleen maar achter mijn computer gezeten. Superfrustrerend natuurlijk.’

De voorstelling The Planet a Lamet is te zien op het Holland Festival. Beeld Gregory Lorenzutti
De voorstelling The Planet a Lamet is te zien op het Holland Festival.Beeld Gregory Lorenzutti

Ansenk is algemeen directeur en vertrouwt artistiek op een ervaren team van programmeurs, plus het systeem van associate artists, waarbij een programma wordt samengesteld rond één of twee kunstenaars. In nauw overleg dragen zij collega-kunstenaars aan of selecteren de programmeurs andere artiesten die passen in de door hen geagendeerde thematiek.

Ansenk: ‘Hun werk en ideeën zijn leidend, maar met de selectie van de ‘artists’ bepalen wij natuurlijk mede de agenda.’ Daar wil ze komende edities nog sterker op inzetten: ‘De associate artists moeten nog vaker een aanvulling zijn op onze blinde vlekken.’ Dat bedoelt ze op het gebied van diversiteit en inclusie, in thematiek en in vormtaal. ‘Zo maak je het programma ook begrijpelijker voor het publiek.’

Dat was het voorheen ‘soms wel en soms niet’, zegt Ansenk. Niet omdat het festival elitair zou zijn, want die gedachte noemt ze achterhaald: ‘Ruth Mackenzie heeft zes jaar geleden al stevig ingezet op democratisering en interactie.’ Maar het festival zou wel zichtbaarder mogen zijn in Amsterdam, vindt ze, met meer gratis toegankelijke evenementen, bij voorkeur ook in buitenwijken. ‘Voor dat soort accentverschuivingen had ik graag wat meer tijd gehad, maar ja.’

Wel heeft het festival er dit jaar twee bijzondere locaties buiten het centrum bij: culturele broedplaats De School in Amsterdam-West, en museum Het Hem in Zaandam. Een reeks ‘feeërieke’ installaties in de openbare ruimte kan niet doorgaan. Daarvoor was een evenementenvergunning nodig en die verstrekt de gemeente pas weer na 1 juli.

Ze wil de zichtbaarheid van het festival gedurende het jaar vergroten. ‘Wij bieden interessante contextprogrammering met lezingen en debatten. Waarom zou dat niet ook in november kunnen? Ik zou het publiek graag actief betrekken bij een doorlopend artistiek gesprek. Idealiter speelt dit festival de rol van vertaler, van de kunst naar het publiek. Dat deed ik bij de Kunsthal ook.’

The Sheep Song van FC Bergman. Beeld Kurt van der Elst
The Sheep Song van FC Bergman.Beeld Kurt van der Elst

De twee plekken hebben gemeen dat je ieder jaar weer ‘blanco’ begint, aldus Ansenk. ‘Dat betekent steeds opnieuw puzzelen. Zo kun je goed anticiperen op de tijdgeest en actuele keuzen maken.’ Een andere overeenkomst is het belang van goed koopmanschap: ‘Toen moest ik slim inkopen, nu slim coproduceren.’ Want het Holland Festival is weliswaar internationaal toonaangevend, het heeft maar een fractie van het budget van vergelijkbare festivals.

Maar Ansenk ziet ook een belangrijk verschil in beleving tussen beeldende kunst en theater. ‘In een museum kun je kunst op je eigen voorwaarden bekijken. Het theater dwingt meer concentratie af. Daarbij moet je je altijd verhouden tot een ander mens in de ruimte: in die relatie tussen publiek en performer schuilt de magie.’ Die is direct, en emotioneel, en moeiteloos voor iedereen te ervaren. ‘Je hoeft geen kenner te zijn om te kunnen genieten van het Holland Festival. Ik denk dat we dat nog beter moeten uitdragen.’

Holland Festival, 3 t/m 27/6.

Middelpunten

De twee artiesten rond wie het programma van het Holland Festival dit jaar is opgebouwd, zijn de Frans-Oostenrijkse theatermaker Gisèle Vienne (1976) en de Japanse componist Ryuichi Sakamoto (1952). Sakamoto is bij het grote publiek bekend van zijn soundtracks voor films als Merry Christmas, Mr. Lawrence (1982) en Bernardo Bertolucci’s The Last Emperor (1987) en The Sheltering Sky (1990. Vienne onderscheidt zich met bedwelmende, toverachtige en tegelijk verontrustende producties. In haar oeuvre focust zij zich op de duistere kanten van de mens: onze angsten, droombeelden en geheimen.

Meer over