Elvis' gitarist Scotty Moore overleden

Een van de mooiste en  meest veelzeggende uitspraken over de dinsdag overleden Scotty Moore, de vaste gitarist van Elvis Presley, is afkomstig van Stones-gitarist Keith Richards. 'Toen ik het nummer Heartbreak Hotel voor het eerst hoorde', zei Richards eens, 'wist ik wat ik met mijn leven moest gaan doen. Ik wilde gitaar spelen, en precies zó klinken. Iedereen wilde Elvis zijn, ik wilde Scotty worden.'

Scotty Moore veranderde de popmuziek, met zijn karakteristieke, messcherpe maar elegante speelstijl op zijn Gibson Super 400. Moore combineerde oude bluesgitaarlicks met de countrygitaren van Merle Travis en Chet Atkins én swingjazz van bijvoorbeeld Les Paul. Het geluid van zijn gitaar trok hij door een Fender-versterker met veel reverb en zo creëerde Moore een ruig en smerige rock-'n-roll-sound, die ontelbaar vaak gekopieerd zou worden. Moore speelde luid en duidelijk op de iconische singles van Elvis, die hij opnam voor het platenlabel Sun, vanaf midden jaren vijftig. De hakkende licks en messcherpe solo's uit Hound Dog, Jailhouse Rock en Blue Suede Shoes zijn onmiskenbaar van Moore, en de gitarist tekende ook voor That's All Right uit 1954, de eerste single van Elvis die Amerika verbijsterde.

Revolutionair

En Moore wist dat hij revolutionair bezig was. In 1964 bracht hij een soloplaat uit met de weinig bescheiden titel The Guitar that Changed the World. Dat uitstapje kwam hem duur te staan. De Elvis-impresario Sam Phillips, die Elvis tien jaar eerder aan de gitarist gekoppeld had, ontsloeg Moore als vaste Presley-begeleider. Overigens zeer tegen de zin van Elvis, die Moore in 1968 alweer terughaalde voor zijn beroemde '68 Comeback Special, een tv-show voor de zender NBC.

Scotty Moore werd in 1931 geboren in een gehucht bij het plaatste Gadsden, Tennessee. Na een korte, na-oorlogse carrière bij de marine legde Moore zich toe op de gitaar. Hij was fan van de countrygitarist Chet Atkins, maar ontwikkelde ook zijn jazz-talent. Moore vormde begin jaren vijftig een eigen band, de Starlight Wranglers, maar kort daarna werd hij door Sam Phillips, de baas van de Sun Studio's, gerekruteerd voor de eerste begeleidingsgroep van Elvis Presley. Volgens Phillips was het kort afgemeten reverb-geluid van Moore's gitaar precies wat de jonge Presley nodig had om door te breken in de ontluikende Amerikaanse rock-'n-roll, die werd aangevoerd door Chuck Berry en Bill Haley.

Moore, Presley en bassist Bill Black doken de Sun Studio in voor eerste opnamen, die eigenlijk bedoeld waren als auditie. Zij speelden nummers als That's All Right, Baby, Let's Play House en I'm Left, You're Right, She's Gone, die eind jaren zeventig zouden worden heruitgegeven op de compilatieplaat The Sun Sessions.

Met de begeleidingsband Blue Moon Boys verscheen Scotty Moore in de Presley-films Jailhouse Rock, King Creole en G.I. Blues. Na Elvis werkte hij jarenlang als begeleider van grootheden als Carl Perkins, Jeff Beck, en Ringo Starr. In 1996 wist Keith Richards zijn grote idool ook over te halen met hem te spelen, bij een sessie in het huis van The Band-drummer Levon Helm in Woodstock. Richards bracht zijn vader Bert mee naar de sessie, zodat die kon zien welke man zijn zoon de rock-'n-roll in had gedreven.

Scotty Moore overleed dinsdag in zijn huis in Nashville, op 84-jarige leeftijd.

Meer over