Ella Vogelaar en Onno Bosma - Twintig maanden knettergek

’We staan onder de twintig zetels en in de beeldvorming soft op integratie’, schreef Wouter Bos. In Twintig maanden knettergek blikt Ella Vogelaar terug op haar aftreden....

Wouter Bos had al vroeg een begerig oog op haar laten vallen. In oktober 2005, een jaar vóór de verkiezingen waarbij hij toen nog hoopte premier van Nederland te zullen worden, schoot hij Ella Vogelaar aan met de woorden: ‘We moeten eens een keer praten over hoe jij je toekomst ziet.’ In juni 2006 spraken de twee sociaal-democraten elkaar over een mogelijk ministerschap van Vogelaar. Het was, verzuchtte Bos, niet eenvoudig om geschikte vrouwen voor dat ambt te vinden. Haar vond hij geschikt: ‘Je netwerk is groot, je geniet vertrouwen in uiteenlopende maatschappelijke groepen en je hebt veel bestuurservaring.’ In februari 2007 was het zover; Ella Vogelaar trad toe tot het vierde kabinet-Balkenende (voor de verandering een coalitie van het CDA met PvdA en ChristenUnie) als minister van Wonen, Wijken en Integratie (WWI). Vicepremier Bos noemde de door hem ontdekte en aangezochte bewindsvrouw in de Volkskrant ‘een powerhouse’.

De relatie zou echter niet lang zo idyllisch blijven. ‘Ik heb het helemaal met je gehad’, beet Bos in april 2008, het powerhouse toe, naar aanleiding van hun zoveelste aanvaring over de financiering van het opknappen van de Vogelaarwijken. En weer een half jaar verder, op donderdag 13 november, overhandigde de partijleider een vermoeide Vogelaar, net terug van een werkbezoek aan de Antillen, bij wijze van voorbeeld brieven van andere ministers die hun ontslag hadden aangeboden. Ze kreeg tot uiterlijk negen uur de volgende ochtend de tijd om hetzelfde te doen. Ook de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en partijvoorzitter Lilianne Ploumen hadden intussen het vertrouwen in Vogelaar opgezegd. Ze had, zo luidde de toelichting ‘niet meer voldoende gezag’.

Dat is wel een erg vaag argument voor een zo drastische stap als het naar huis sturen van een aanvankelijk bejubelde geestverwante minister. Wat was er gebeurd waardoor Wouter Bos en Ella Vogelaar niet langer door één deur konden? Vogelaar en haar man Onno Bosma doen hierover een boekje open in Twintig maanden knettergek – Dagboek van een ministerschap. Het is een informatief en interessant boek geworden dat licht werpt op de verhoudingen in het kabinet, inzicht biedt in Vogelaars werkzaamheden en ideeën en de botsing tussen haar en Bos helder maakt.

Bosma en Vogelaar volgen met dit politieke dagboek het voorbeeld van Ed van Thijn die in Retour Den Haag zijn perikelen als opvolger van de overleden Ien Dales als minister van Binnenlandse Zaken in het derde kabinet-Lubbers beschreef. Ook Eduard Bomhoff stelde zijn kortstondige en weinig fortuinlijke ministerschap voor de LPF in het eerste kabinet-Balkenende te boek.

Voor in politiek geïnteresseerde burgers is het heerlijk om zo een blik achter de schermen te kunnen werpen en voor de transparantie van het politieke bedrijf kan het ook geen kwaad. Het zou vaker moeten gebeuren.

Enigszins curieus is de vorm waarin dit dagboek is gegoten. Dat komt doordat niet de hoofdpersoon maar Bosma de auteur en de ‘ik’-figuur is; Ella Vogelaar wordt systematisch aangeduid als ‘jij’ of ‘je’, wat lichtelijk storend is. Ook was het niet erg geweest om de ontmoetingen van Bosma met andere partners van bewindslieden, de etentjes met kinderen en vakanties in Frankrijk te moeten missen. Hoe Vogelaar als persoon de al snel inzettende tegenslagen en kritiek probeerde te verwerken, is weer wel interessant.

Veruit het boeiendst is de beschrijving van de snel verslechterende verstandhouding tussen Ella Vogelaar en Wouter Bos. Tegenstellingen uit hoofde van functie, politieke meningsverschillen en persoonlijke onzekerheid en gekwetstheid raakten in elkaar verstrengeld. Vogelaar en haar man zijn in het conflict met Bos uiteraard partij, maar het beeld dat ze schetsen is dermate gedetailleerd en overtuigend dat je erg benieuwd wordt of hierop een weerwoord mogelijk is.

Het begon ermee dat Vogelaar voor het omvormen van de veertig geselecteerde probleemwijken tot ‘pracht’- of ‘kracht’-wijken niet over een eigen budget bleek te beschikken. Haar pogingen om de ‘ronkende zinnen over de noodzaak van een ‘langdurige, intensieve, samenhangende en brede aanpak’ in de wijken met problemen’ te verzilveren met eigen geld stuitten op tegenstand van de minister van Financiën (Bos).

Die lag bovendien tot haar grote ergernis dwars bij de onderhandelingen met de woningbouwcorporaties over de financiering. Terwijl zij het met overreding wilde proberen, jaagde hij de corporaties tegen het kabinet in het harnas door met heffingen te dreigen. Het tegen de klippen op moeten vechten voor geld (op zichzelf niet een ongebruikelijk type conflict tussen de schatkistbeheerder en z’n collega-ministers) bleef de hele periode spelen. Het maakte Vogelaar in de publieke arena kwetsbaar; hoewel ze afspraken wist te maken met corporaties en gemeenten bleef de vraag of de financiering op orde was steeds weer terugkomen.

Het nam niet weg dat Vogelaar zich met hart en ziel op de wijkverbetering stortte. Ze was geregeld in ‘haar’ wijken te vinden en wist er het vertrouwen van zowel ‘oude’ als ‘nieuwe’ Nederlanders te winnen.

Door zich concreet in de problemen te verdiepen, kwam ze geregeld met praktische oplossingen die blijkbaar nog bij niemand waren opgekomen. Zo bleken in de Utrechtse wijk Ondiep, die kampte met overlast door jongeren, de jongerenwerkers om tien uur ’s avonds naar huis te gaan. ‘Dat is zo’n beetje het uur waarop de hangjongeren net lekker op dreef beginnen te komen.’ Tegen de nodige bureaucratische weerstand in zette Vogelaar door dat voortaan in de naar haar vernoemde Haagse wijken de vuilnis niet één maar twee keer per week zou worden opgehaald.

Het verkleinen van de kloof tussen oude bewoners en nieuwkomers, het verminderen van het wantrouwen en het smeden van banden tussen de diverse groepen werd haar mantra. Niet alleen in de Vogelaarwijken, ook in het integratiebeleid als geheel. Dat bracht haar in botsing met (uiterst) rechts. Ze werd het mikpunt van De Telegraaf, sinds een paar jaar weer als vanouds de onversneden spreekbuis van rechts, en van GeenStijl. Schande dat ze geen voorstander was van een boerkaverbod! Bij een overleg in de Kamer over dit kennelijk sterk tot de verbeelding sprekende kledingstuk waren niet minder dan vijf ministers aanwezig; ‘één minister op twintig boerkadraagsters’, merkte Vogelaar droogjes op. In haar afkeer van scherpslijperij, van het dramatiseren van cultuurverschillen, kreeg ze bijval. Van collega Hirsch Ballin, Job Cohen, Nebahat Albayrak, John Leerdam. Wouter Bos hield zich op de vlakte.

Tot hij in februari vorig jaar besloot ‘het voortouw te nemen in het integratiedebat’. In een interview met de Volkskrant pleitte hij in navolging van voorganger Joop den Uyl voor polarisatie in het integratiedebat – even over het hoofd ziende dat Den Uyl wilde polariseren tegen ondernemers en conservatieve politici en niet tegen wat toen ‘etnische minderheden’ heette. Over de hoge toon in het debat over integratie moest, vond Bos, niet langer gezeurd worden. Ook zag hij wel enig heil in een boerkaverbod. Ella Vogelaar, die intussen zelf enige ervaring met de toon van het debat had opgedaan – Geert Wilders schepte er genoegen in haar ‘knettergek’ te noemen – was verbijsterd. Ze nam openlijk afstand van Bos’ uitspraken. Dat leverde een mailtje van de partijleider op: ‘Jammer, onnodig en onverstandig.’ Het leidde vervolgens tot een scherpe briefwisseling tussen het tweetal. Hun politieke meningsverschil (het ‘verbinden inplaats van tegen elkaar opzetten’ van Vogelaar tegenover het polariseren van Bos) kreeg nu ook een hatelijk persoonlijk accent.

‘Je hebt zelf een interview gegeven dat alleen maar verwarring heeft geschapen, de halve wereld vraagt zich af wat de grote leider nu werkelijk bedoeld heeft’, schreef Vogelaar. ‘Het zou je sieren dit onder ogen te zien en inhoudelijk op commentaren in te gaan.’ Bos’ antwoord is op een treurig stemmende manier onthullend. ‘We staan er’, repliceerde hij, ‘electoraal grofweg voor als in 2002: zetels beneden de twintig en in de beeldvorming soft op integratie.’ Hij, zo vervolgde de brief, was degene die de partijlijn volgde. ‘Ik hoor graag van jou hoe jij dat ziet.’ ‘Softe Ella’ was hiermee voor het eerst de wacht aangezegd, maar onbevangen antwoordde zij het ‘toch wel kras’ te vinden dat hij meende de partijlijn uit te dragen, gezien alle kritiek op het polarisatiepleidooi.

Wouter liet het niet op zich zitten. Hij kreeg, schreef hij, uit haar brief niet de indruk ‘dat je je realiseert hoe precair je eigen positie in de partij is. Vanuit de hele partij, maar ook vanuit het kader en bij de Kamerfracties bestaan grote zorgen en vragen mensen zich af of jij de Partij van de Arbeid het hier benodigde profiel kunt geven.’ Hiermee was Vogelaars lot in feite bezegeld, al zou het nog maanden duren voor haar aftreden werd geforceerd.

Vertolkte Bos tegenover Vogelaar inderdaad het standpunt van de PvdA? Even daargelaten dat de partijtop bij haar aftreden in alle toonaarden de apert onjuiste bewering deed dat er helemaal geen politiek meningsverschil was, leek het erop dat Bos het vertrek van Vogelaar wilde aangrijpen om de partij inderdaad op een koers van polarisatie te brengen. Ter voorbereiding van een half maart te houden PvdA-congres verscheen onder regie van voorzitter Ploumen een resolutie: Verdeeld verleden, gedeelde toekomst. Het werkstuk ademde de geest van ‘beschaafd nationalisme’ (Bos). ‘Nieuwkomers, hun kinderen en kleinkinderen moeten zonder voorbehoud kiezen voor de Nederlandse samenleving’, heette het onder meer en er was veelvuldig sprake van ‘ons Nederland’. Tolerantie werd er geïdentificeerd met wegkijken, de resolutie sprak zich uit voor etnische registratie ten behoeve van politiewerk en hulpverlening en voor ‘statusverlagende’ straffen voor overlast gevende ‘rotjochies’ van Marokkaanse of Antilliaanse afkomst. Verder veel zorgelijke woorden over boerka’s, weigering van moslimmannen om vrouwen de hand te schudden en islamitisch onderwijs. Opvallend afwezig in de ontwerpresolutie: de rol van extreem rechts en de toon van het integratiedebat.

In een geheel aan dit thema gewijd nummer van het blad Socialisme & Democratie vliegen de vonken eraf. Eens te meer blijkt hoe ver ook in de PvdA de meningen uit elkaar liggen. Terwijl de een juicht over ‘een zeer wenselijke breuk (...) met dertig jaar denken over integratie binnen de PvdA’, toont de ander zich ontzet over ‘de verregaande aanpassing aan ‘ons Nederland’ die van immigranten wordt gevraagd’. Marcel Duijvestein, Eddy Terstall en Job van Amerongen: ‘De resolutie ademt in alles de sfeer van een aangenaam ‘hup Holland hup!’ en een niet arrogant ‘wij zijn de beste’. Daarentegen schrijven Kees Groenendijk, Paul Kalma en Pauline Meurs: ‘De oproep tot inburgering krijgt de bijklank van ‘wordt zoals wij’.’

Niet alleen de intellectuelen die een bijdrage leverden aan Socialisme & Democratie hebben zich geuit – het nummer is met artikelen van Ahmed Marcouch, Ed van Thijn, Herman Obdeijn en Marlou Schrover, Jean Tillie en anderen zeer de moeite –, ook afdelingen van de PvdA kwamen met een stortvloed aan amendementen. Het partijbestuur ziet de bui inmiddels blijkbaar hangen en heeft de resolutie drastisch herschreven. ‘Ons Nederland’ is vrijwel uit de tekst verdwenen, naast het weigeren handen te schudden blijkt nu ook het rechtse extremisme een groot probleem en de ‘statusverlagende straffen’ zijn ‘effectieve straffen’ geworden, waarbij overigens nog niet duidelijk is of lastige jongeren die ‘nieuwe Nederlanders’ zijn (het woord ‘allochtoon’ is bij de PvdA voortaan taboe) anders moeten worden aangepakt dan oude Nederlandse jongeren. Dat zou, zoals Groenendijk c.s. ook opmerkt, niet stroken met de bepleite eerbied voor de rechtsstaat, die immers voorziet in gelijke behandeling. Zo bevat de herschreven resolutie nog wel meer inconsistenties, maar die kunnen op het PvdA-congres altijd nog worden weg geamendeerd. De nu al veel evenwichtiger geworden tekst laat in elk geval zien hoe zegenrijk partijdemocratie kan werken.

Jammer alleen dat die correctie op de multiculturele paniek die zich van de PvdA-top had meester gemaakt voor Ella Vogelaar te laat komt.

Verdeeld verleden, gedeelde koers? Bijdragen aan het debat over integratie

Socialisme & Democratie 1/2 2009

Boom; 122 pagina’s; euro 9,50

Integratie in crisistijd

Eén woord ontbreekt in alle versies van de PvdA-resolutie over integratie Verdeeld verleden, gedeelde toekomst. Het woord crisis. Wonderlijk, want de auteurs memoreren terecht – zij het zonder veel nadere uitwerking – dat werk essentieel is voor integratie. Het lijkt voor een socialistische partij geen luxe om erover na te denken wat dreigende massawerkloosheid betekent voor de verhouding tussen diverse bevolkingsgroepen. Eerdere conjuncturele inzinkingen hebben migranten onevenredig zwaar getroffen. Dat hindert de integratie en kan de kloof nog verdiepen.

In het kader van het wenselijke stimuleren van de economie zou kunnen worden gedacht aan investeringen die ook de migranten ten goede komen. Bijvoorbeeld door het versnellen van bouw en renovatie in de Vogelaarwijken.

Meer over