Column

Ella van Poucke is de muziekheld van het jaar

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Merlijn Kerkhof

Beste lezers,

Het is mij een eer en een waar genoegen een nieuwe prijs in het leven te mogen roepen. Gisteren bedacht door ondergetekende. Aan de prijs is geen geldbedrag verbonden, noch een afzichtelijk beeldje. Over de naam moeten we het nog even hebben, maar ik dacht voorlopig aan: Merlijns Muziekheld van het Jaar. Reteprestigieus, nu al.

De prijs gaat naar (ta-dám): Ella van Poucke. De cellist krijgt de prijs omdat ze een voorbeeld is voor haar medemusici – namelijk door voor zichzelf op te komen.

Hoe zat het ook alweer met Ella van Poucke? Begin deze maand brachten we het nieuws dat zij de Nederlandse Muziekprijs niet zou krijgen. De onderscheiding werkt als volgt: musici die ‘beschikken over de kwaliteiten die tot een betekenisvolle internationale solocarrière kunnen leiden’ kunnen door een commissie van het Fonds Podiumkunsten worden toegelaten tot een traject van maximaal drie jaar. Gedurende die periode wordt een musicus financieel ondersteund ten behoeve van zijn of haar ontwikkeling: de musicus kan bijvoorbeeld masterclasses krijgen. Aan het eind van de rit besluit de commissie of de kandidaat inderdaad de prijs krijgt (ceremonie, eer, uitreiking door de minister), al is er al 29.667 euro opgemaakt, zoals bij Ella.

De commissie, cellistloos en half gewijzigd sinds Van Poucke in het traject kwam, oordeelde negatief, hoewel haar naar eigen zeggen was voorgehouden dat de prijs kat in ’t bakkie was – het uitreikingsmoment was al gepland. Van Poucke merkte terecht op dat het vreemd is dat er geen algemene criteria zijn. Ze achtte het bovendien onwaarschijnlijk dat alle commissieleden haar live hadden horen spelen in coronatijd. Maar ze was nog het meest verbolgen over de manier van de afwijzing, gebracht in een een-op-eengesprek thuis bij voorzitter Ad ’s-Gravesande, die haar op Idols-achtige wijze de grond in zou hebben geboord. De voorzitter ontkende.

De Nederlandse Muziekprijs is geen prijs van een particulier fonds, of van een muziekredacteur van een krant, maar een prijs bekostigd uit belastinggeld. De kwestie riep de vraag op of de commissie goed met geld en met mensen omgaat. Het Fonds Podiumkunsten beloofde een onafhankelijk onderzoek in te stellen.

Na de publicatie druppelden de berichtjes binnen van musici die vervelende ervaringen hadden bij de Nederlandse Muziekprijs. Stuk voor stuk ging het om succesvolle musici die op lullige wijze waren afgeserveerd, die vreemde onderbouwingen kregen. Gemene deler: steeds ging het om vrouwen. De Nederlandse Muziekprijs is sowieso een mannenfeestje de laatste jaren: sinds 2010 werd de prijs 13 keer uitgereikt, waarvan twee keer aan een vrouw.

Na dik tien jaar beroepshalve musici geobserveerd te mogen hebben, weet ik dat musici een leven lang moeten omgaan met afwijzing en kritiek. Dat begint op het conservatorium, waar je meekrijgt dat je het nooit goed genoeg doet. Ook de grootste muzikale genieën blijken onzeker, want er is of was altijd wel iemand die die ene passage mooier speelde. Waar je er als literatuurrecensent vergif op in kunt nemen dat je bij een negatieve recensie van een boek van repliek wordt gediend, krijg je als recensent klassieke muziek dan ook zelden commentaar. De musicus accepteert zijn lot gelaten. Of denkt: harder studeren.

En nu is er iemand die een streep trekt en wat terugzegt.

Meer over