Boekrecensie

Elke vijf minuten kijken of de baby nog wel ademt

Vanaf de eerste zin roept de Argentijnse Ariana Harwicz (1977) een onaangename dreiging op in Sterf, liefste, haar knappe, kleine debuutroman. ‘Ik ging in het gras liggen tussen de omgevallen bomen, en de brandende zon op mijn handpalm voelde alsof ik een mes vasthield – één snelle steek in de halsslagader en ik zou doodbloeden.’ Vanuit het kreupelhout bespiedt de naamloze ik-persoon haar man en zoontje, die vrolijk plonzen in een zwembadje in de tuin, en vraagt zich af hoe het kan dat zij, ‘een zwakke, ziekelijke vrouw’, bij deze twee mensen hoort. Ze besluit hen niet te doden.

null Beeld

Op dat moment durf je haar eigenlijk al niet meer te vertrouwen – en het zal er niet beter op worden. De grens tussen denken en handelen, tussen realiteit en hallucinatie, is lang niet altijd duidelijk. Tegenstrijdigheden beheersen haar bestaan (kijk alleen al naar de intrigerende titel). De jonge moeder wordt woedend bij de gedachte dat haar man vreemdgaat, maar begint zelf een affaire met de buurman. Ze controleert elke vijf minuten of haar slapende baby nog ademt, maar fantaseert ook levendig over zijn dood. Pijnlijk nauwkeurig registreert Harwicz haar wanhoop en verwarring. De vertaling van Eugenie Schoolderman is puntgaaf.

Ariana Harwicz: Sterf, liefste. Uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman. Vleugels; € 23,95.

Meer over