Elk madrigaal een scherpgeslepen kleinood

Don Carlo Gesualdo: Madrigali Libro II. The Kassiopeia Quintet. Globe...

Frits van der Waa

Op de grens van de 16de en de 17de eeuw, toen de solozang van de barokzich aandiende, sputterde de Renaissance nog wat na in het meerstemmigemadrigaal: de laatste pennenvruchten van een era, die doen denken aan nogeenmaal opflakkerende, grillige kaarsvlammetjes.

Vooral de zes boeken met madrigalen van Carlo Gesualdo, vorst vanVenosa, zijn een specimen van deze fascinerende uitbloei van een tijdperk.Het Kassiopeia Kwintet, een internationaal gezelschap van jonge zangers dieallen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag hebben gestudeerd,heeft zich ontfermd over dit delicate, maar kernachtige oeuvre.

De cd-reeks van Globe houdt zich netjes aan de volgorde van publicatie,en aangezien er geen twee bundels op één schijfje passen, bevatten decd's naar huidige maatstaven weinig muziek - ongeveer evenveel als ervroeger op een lp stond. Zelfs dan is de collectie van miniaturen te grootom in één keer te bevatten - zoals een uitstalkast vol glinsterendejuwelen het gedetailleerde edelsmeedwerk aan het zicht onttrekt.

In zijn tweede boek, dat verscheen in 1594, is Gesualdo nog niet toe aande maniëristische, ultra-expressieve chromatische experimenten die zijnlatere werk uniek maken, maar evengoed is elk madrigaal een scherpgeslepenkleinood, waarin de tonen de (dikwijls literaire) taal op de voet volgen.Het onderwerp is eigenlijk altijd hetzelfde: de verrukkingen en vooral dekwellingen van de liefde, die bij de dichters onveranderlijk beelden vandood en smart oproepen.

De expressie van dit alles is bij het Kassiopeia Kwintet in goedehanden, maar in de marge had het nog wat beter gekund. Al is de balanstussen individuele stemkwaliteiten en een versmolten geluid uitstekend,soms kost het net iets te veel tijd voor de samenklank stabiel is. Enhoewel in de opname de intimiteit van het genre goed getroffen is, was eensprankje meer ruimtelijkheid niet onwelkom geweest. Niettemin zijn devolgende afleveringen iets om naar uit te zien.

Rachmaninov: All-Night Vigil. Estonian Philharmonic Chamber Choir o.l.v.Paul Hillier. Harmonia Mundi.

Serge Rachmaninov kennen we vooral van zijn even doortimmerde alsmeeslepende pianoconcerten, waar al veel van zijn herkomst in doorklinkt.Nog Russischer van klank zijn zijn gewijde composities, zoals de Liturgievan Johannes Chrysostomos en de Vigilie. Het laatste werk, gecomponeerd in1914, is nu uitgebracht door Harmonia Mundi in een eersterangs uitvoeringvan het Estlands Philharmonisch Kamerkoor, dat in het afgelopen HollandFestival opzien baarde met vertolkingen van werken van Arvo Pärt.

Instrumenten kwamen er niet aan te pas in de Russisch-orthodoxe kerk,dus alles steunt op de stemmen, die reiken van subsonische bassen totsopranen die associaties oproepen met samengebalde lichtbundels. De Vigiliebestaat uit vijftien delen, maar zelfs binnen een enkel onderdeel legtRachmaninov regelmatig een traject af dat vanuit diepe duisternis evolueerttot euforische engelenzang, of andersom - en dat alles binnen een idioomdat eerder kerkgewelven dan een concertzaal voor ogen roept.

Rautavaara: Garden of Spaces, Clarinet Concerto, Cantus Arcticus.Helsinki Philharmonic Orchestra o.l.v. Leif Segerstam. Undine.

Het vocale aandeel op deze cd met werken van de Finse componistEinojuhani Rautavaara (1928) komt uitsluitend voor rekening van eenheleboel gevederde vrienden. In zijn Cantus Arcticus uit 1972 combineertRautavaara een orkest met een grote hoeveelheid opgenomen vogelgeluiden.Het resultaat is bevreemdend, maar bepaald niet onwelgevallig. Samen metde andere werken op deze cd maakt het werk van Rautavaara een ietwatnaïeve indruk. Het harmonisch gekwispel in het orkestwerk Garden of Spacesis ondanks de veelheid aan texturen nogal eenzijdig, en het Klarinetconcertis met uitzondering van het derde deel perfect bruikbaar als filmmuziek.

Frits van der Waa

Meer over