Boekrecensie

Elizabeth Strout schrijft treffend en lichtvoetig over het menselijk tekort ★★★★☆

In haar sterke nieuwe roman keert Elizabeth Strout terug naar Lucy, de hoofdpersoon van twee eerdere boeken. In een parlandoachtige stijl verhaalt ze van veel meer dan een mislukt huwelijk.

Elma Drayer
Elizabeth Strout Beeld Getty
Elizabeth StroutBeeld Getty

Vermoedelijk zal ik niet de enige zijn die moest wennen aan de parlandoachtige stijl van de Amerikaanse schrijfster Elizabeth Strout (1956). Vermoedelijk zal ik evenmin de enige zijn die zich snel gewonnen gaf. Op lichtvoetige wijze zo veel weten te zeggen over het menselijk tekort – het is een benijdenswaardige gave.

In haar onlangs verschenen roman Oh William! (die in de Nederlandse vertaling de nogal fletse titel Het verhaal van William meekreeg) keert Strout terug naar Lucy, hoofdpersoon in het prachtige Ik heet Lucy Barton en ook figurerend in de roman-in-verhalen Niets is onmogelijk. De drie boeken laten zich prima los lezen, maar ze verdienen het om ooit in één band terecht te komen, zo fraai grijpt alles in elkaar.

De inmiddels 64-jarige Lucy, geslaagd auteur in New York, sinds kort weduwe van haar tweede man, besluit eindelijk te schrijven over haar eerste echtgenoot, de gepensioneerde wetenschapper William. Bijna twintig jaar waren ze getrouwd. Natuurlijk, de tijd rond de scheiding was naargeestig, ook voor hun beide dochters, maar ze zijn sindsdien bevriend gebleven. Sterker, nu pas beseft ze dat William de enige is ‘bij wie ik me ooit veilig heb gevoeld’.

Maar het leven krijgt ook hem te pakken. Als zijn derde vrouw hem plotseling verlaat, raakt hij totaal uit het lood, krijgt last van nachtelijke angstaanvallen. Als hij er niet veel later achter komt dat zijn moeder een brisant geheim met zich meenam in het graf, is zijn ontreddering compleet. Hij vraagt Lucy om samen met hem af te reizen naar Maine, waar hij wil uitzoeken wat er is gebeurd. Ze stemt vanzelfsprekend toe.

Opgroeien in een arm, kil, liefdeloos gezin

Het verhaal van William is meer dan het verhaal van een huwelijk. De roman gaat vooral over de invloed van je kindertijd op wie je als volwassene bent. Lucy werd geboren in een extreem arm, kil, liefdeloos gezin in het Middenwesten, met de nek aangekeken door de rest van de plattelandsgemeenschap. Door haar mooie cijfers (om aan de ellende te ontsnappen blijft ze elke dag zo lang mogelijk op school) kan ze met een beurs studeren. Maar in de betere kringen waarin ze door haar huwelijk met William belandt, blijft ze ‘die vage geur’ bij zich dragen van het milieu waaruit ze komt – Amerika is in de Lucy-romans allesbehalve een idyllische meritocratie.

Zo heeft Williams moeder de gewoonte om haar steevast te introduceren met de woorden: ‘Dit is Lucy. Lucy is helemaal met niets begonnen.’ Over haar allereerste vakantie met William en haar schoonmoeder: ‘Ik had géén idee – echt géén idee – wat ik moest doen; hoe de kamersleutel werkte, wat ik naar het zwembad aan moest, hoe ik bij het zwembad moest zitten (ik had nooit leren zwemmen). En alle anderen leken me zo wereldwijs, alle andere mensen wisten precies wat ze deden; lieve hemel, ik was doodsbenauwd! (…) Iemand stak een hand op en een serveerster met een paardenstaart, gekleed in een kort broekje, kwam de bestelling opnemen; hoe wist iedereen wat hij moest doen?’ Ook later voelt ze zich, ondanks haar succes als schrijfster, ‘op een heel fundamenteel niveau onzichtbaar’.

Minder opmerkelijk motief bij Strout is hoe wij elkaar ten diepste een raadsel blijven. Hoe prettig Lucy Williams gezelschap ook vindt, hem werkelijk doorgronden lukt haar niet. We kennen niemand, mijmert ze op zeker moment, niet eens onszelf. ‘Behalve misschien een heel, heel klein beetje.’ Dat Strout de lezer het idee geeft haar personages wél te begrijpen is de knappe paradox.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Elizabeth Strout: Het verhaal van William. Uit het Engels vertaald door Barbara de Lange. Atlas Contact; 205 pagina’s; € 22,99.

Meer over