boekrecensie

Elizabeth Finch is een typische Barnes-roman, maar niet een van zijn beste ★★★☆☆

Julian Barnes schreef een roman over een vrouw met duidelijke trekken van zijn oud-docent Anita Brookner. De verteller is in vele opzichten haar tegenpool, en laat zich moeilijk kennen.

Hans Bouman
null Beeld Typex
Beeld Typex

In de wereld van Julian Barnes is het verleden mysterieus, uiteindelijk zelfs onkenbaar. Aanvankelijk leggen zijn personages zich daar meestal niet bij neer. Soms levert hun zoektocht iets op. Vaker blijven ze achter met halflege handen, of zelfs dat niet. ‘Wat vrat mijn geliefde eigenlijk allemaal uit in de tijd voor ik haar kende?’, vraagt Graham Hendrick zich obsessief af in Barnes’ tweede roman Before She Met Me. ‘Wat weet ik welbeschouwd echt over Flaubert?’, vraagt een bevlogen Geoffrey Braithwaite in Flaubert’s Parrot. ‘En trouwens, welke van de drie opgezette papegaaien waarvan wordt geclaimd dat ze Flauberts inspiratiebron waren, is nu precies de echte?’

Ook in veel van zijn latere boeken, van Talking It Over tot Love, etc. en van Arthur & George tot The Sense of an Ending, laat Barnes het thema van het ongrijpbare of op zijn minst betwiste verleden terugkeren. Zijn nieuwe roman, Elizabeth Finch, vertelt over de universitair docent uit de titel. En inderdaad, zij is een enigmatische figuur tot wie de verteller van dit boek, ene Neil, maar niet echt kan doordringen.

Geen biografie

Zoals ik begin dit jaar al opmerkte in het Grote Verheugnummer van deze krant, is de figuur van Elizabeth Finch in een aantal opzichten geïnspireerd op schrijver en kunsthistoricus Anita Brookner, met wie Barnes vele jaren bevriend was en over wie hij bij haar dood in 2016 een prachtige necrologie schreef. Diverse typeringen uit die necrologie komen we in de roman opnieuw tegen, soms in bijna letterlijk dezelfde bewoordingen.

Daarbij zij nadrukkelijk opgemerkt: Barnes schenkt Finch in dit boek een aantal eigenschappen en uiterlijkheden van Brookner. Het is geen biografie, zelfs geen gefictionaliseerde.

Neil ontmoet EF – zoals hij haar consequent noemt – wanneer hij, als volwassene, een avondcursus ‘Cultuur en beschaving’ bij haar volgt. Ze blijkt charmant maar compromisloos, elegant maar onmodieus. Hoewel je de komma’s, puntkomma’s en punten in haar formele dictie als het ware kunt horen, spreekt ze niet in boekentaal. Het lijkt onmogelijk haar te provoceren. En: ze rookt als een ketter. Neils groeiende fascinatie voor haar krijgt gaandeweg gepassioneerde trekjes.

Tijdens de cursus wordt de hele Europese cultuurgeschiedenis doorgenomen, maar Finch blijkt een bijzondere belangstelling te hebben voor de 4de-eeuwse Romeinse keizer Julianus de Afvallige: de laatste grote Europese heerser die zich tegen het opkomende christendom verzette. Julianus’ dood op het slagveld in Perzië maakte definitief de weg vrij voor het christelijke geloof, wat volgens Finch ‘de doodsteek voor het Europese denken’ betekende.

Immers: het nieuwe monotheïsme betekende ook een grenzeloze intolerantie ten opzichte van alles wat anders was. Het betekende inquisitie, censuur, brandstapels, kruistochten, vrouwenonderdrukking, seksuele onderdrukking, onderdrukking van de wetenschap…

Julianus heeft in de loop der eeuwen talloze schrijvers en denkers geïnspireerd, van Voltaire en Milton tot Ibsen en Gore Vidal (en in ons land Jan van Aken). Zelfs Adolf Hitler liet zich in zijn tafelgesprekken positief over de Romeinse keizer uit en een verwijzing daarnaar komt Elizabeth Finch op een conflict te staan met een van haar cursisten. ‘Mijn vader is in de oorlog omgekomen en u vertelt mij dat ik Hitler moet lezen?’

Een essay binnen de roman

Als de cursus is afgelopen, blijven Finch en Neil nog zo’n twintig jaar bevriend, waarna de eigenzinnige vrouw ons al op een kwart van de roman ontvalt en Neil haar complete bibliotheek erft. Hij besluit dit als een impliciete opdracht te beschouwen om een essay over Julianus te schrijven. Waarmee een tweede vergeefse speurtocht naar de kenbaarheid van een mens begint.

Neils essay vormt het middendeel van het boek en hij betoont zich een minder bevlogen schrijver dan zijn schepper. Het betogende aspect van de roman dreigt het verhalende soms te overheersen – ongebruikelijk bij Barnes. In het slotdeel zet Neil zijn speurtocht naar Elizabeth Finch voort, belandt via een Nederlandse medecursiste nog even in Alkmaar (ze eten er samen kaasfondue), maar verwacht dan allang niet meer dat zijn vragen beantwoord zullen worden.

Hoewel het niet een van Barnes’ beste romans is, ademt Elizabeth Finch een fascinerende combinatie van bevlogenheid en gelatenheid. Finch belichaamt beide. Ze is bevlogen in haar compromisloze eigenzinnigheid, haar intellectuele autonomie en misschien zelfs de gepassioneerde wijze waarop ze nicotine tot zich neemt, zonder zich daar een moment voor te verontschuldigen. Maar wanneer de buitenwereld reageert met onbegrip of zelfs afkeer, trekt zij zich met waardige gelatenheid terug. Zij is zichzelf genoeg.

Niet te veel ruggegraat

Neil is in veel opzichten Finch’ tegenpool. Hij is de acoliet, de man die van zichzelf zegt dat hij nog nooit een project tot een goed einde heeft gebracht, die twee mislukte huwelijken achter de rug heeft waaruit drie kinderen voortkwamen, die nooit echt doorbrak als acteur. Die zomaar bevlogenheid voelde toen Elizabeth Finch op zijn pad kwam, alles over haar wilde weten, maar zich erbij neerlegde toen de sporen doodliepen en de bronnen opdroogden.

Barnes heeft een voorkeur voor personages met niet te veel ruggegraat. We kennen het van Tony in The Sense of an Ending, van Sjostakovitsj in The Noise of Time, van Paul in The Only Story. Neil voegt zich moeiteloos in dit rijtje. Hij is ons venster op Elizabeth Finch en zoals het hem in die rol betaamt, zien we hem nauwelijks. Ook hij blijft onkenbaar.

Julian Barnes: Elizabeth Finch. Uit het Engels vertaald door Ronald Vlek. Atlas Contact; 208 pagina’s; € 22,99.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact
Meer over