Eigentijds glas-in-lood kan ook in staal

Ze zijn weer terug, de kleine gekleurde ruitjes die het binnenvallend licht zo subtiel breken en kleuren...

Glas-in-lood werd in de jaren vijftig en zestig vooral geassocieerd met sombere kerkgebouwen en met het muffe huis van oma. Een modern stel dat in die periode een pand met zulk ouderwets glas kocht, sloopte het er doorgaans uit, tegelijk met de suitedeuren en de gestuukte plafonds. Licht en ruim moest alles zijn. Weg met die drukdoenerige opsmuk die kamers kleiner en donkerder maakte.

Inmiddels denken bezitters van huizen en openbare gebouwen er anders over. Het is voor sommige aspirant-kopers een zegen een pand te treffen waarnaar de vorige eigenaar in veertig jaar nauwelijks een vinger heeft uitgestoken, zodat de authentieke details er nog zijn. Maar niet alleen de waardering voor het klassieke glas-in-lood is in ere hersteld. Er is ook veel belangstelling voor nieuw, hedendaags glas-in-lood. Beeldend kunstenaars maken dergelijke kunstwerken volgens de oude technieken in eigentijdse vormgeving en soms met nieuw materiaalgebruik.

In de eerste decennia van deze eeuw, zo memoreert de Amsterdamse glas-in-loodspecialist Peter Philippus - in de tijd van Berlage - ontwierpen grote architecten zelf de tekeningen voor de glas-in-loodramen als er een bouwwerk van hun tekentafel rolde. 'Sinds de jaren vijftig kijken architecten die kant niet meer op', zegt hij somber.

Zoals vroeger gebruikelijk was onder degelijke ambachtslieden komt Philippus uit een familie van brandschilders en glas-in-loodzetters: het vak ging over van vader op zoon. Pa was en is brandschilder en leerde zijn zoons het vak. Peter is de uitbater van de klassieke Amsterdamse Glas-in-Lood Zetterij aan de Quellijnstraat, broer Tom is mede-eigenaar van de oude Zaansche Glas-in-Loodzetterij aan de Looiersgracht in Amsterdam.

De glas-in-loodzetter maakt eerst een paar ontwerptekeningen, waaruit de opdrachtgever er eentje kiest. Vervolgens wordt het gekozen ontwerp op ware grootte overgenomen op stevig papier. Op die tekening zijn de lijnen al zo dik weergegeven als de loden verbindingen zullen zijn, zodat de glazen vlakjes niet zullen gaan wringen met het frame.

De tekening wordt uitgeknipt met een zogenoemde kernschaar. Die knipt niet alleen het papier door, maar spaart tussen de twee stukken meteen een smal gleufje uit. Dat is precies even breed als het liggende streepje in een loden H-profiel, dat gaat dienen als verbinding. In beide uiteinden van zo'n H-profiel wordt een stukje glas geschoven.

De stukjes uitgeknipt papier vormen de mal aan de hand waarvan het glas wordt gesneden. Tussen glas en profiel komt kit, flexibele lijm, waardoor het raam water- en winddicht wordt. De stukjes profiel worden op alle snijpunten aan elkaar gesoldeerd. Lood en soldeerwerk oxideren uiteindelijk totdat het hele frame er egaal donkergrijs uitziet.

Er zijn verschillende soorten glas beschikbaar, van gewoon doorzichtig tot materiaal met bobbeltjes of luchtbelletjes. Fameus doch duur zijn het traditionele 'mondgeblazen antiek' met belletjes en streepjes, en het handgegoten 'tisch-kathedraal'. Dat is een soort bobbelig matglas, lichtjes gewolkt en expres niet egaal, waar je toch doorheen kunt kijken. Omdat het maken van beide soorten arbeidsintensief is en dus duur, zijn er fabrieksmatig geproduceerde goedkopere varianten in de handel.

Wat Peter Philippus betreft, kan een minder dure glassoort een mooi resultaat opleveren, al kickt hij zelf ook wel op dat oude glas. Hij heeft er een sport van gemaakt uit kapotte ramen stukjes uniek glas te peuteren, dat niet meer wordt gemaakt. Dat gebruikt hij vervolgens voor reparaties.

Is restauratie van een oud raam nodig, dan levert dat eigenlijk alleen een bevredigend resultaat op als al het oude metaal wordt verwijderd en het hele raam opnieuw 'in het lood wordt gezet'. Oud lood is vaak zo buigzaam en bros, dat breekpunten aan elkaar solderen maar een paar jaar soelaas biedt en bovendien nooit echt mooi wordt.

Voor nieuw glas-in-lood rekent de Amsterdamse Glas-in-Lood Zetterij rond de 650 gulden per vierkante meter, afhankelijk van hoe ingewikkeld de figuur is die erin moet. Een beeltenis erop brandschilderen is een verhaal apart. Eerst worden de contouren van de afbeelding op het glas getekend, ruitje voor ruitje. In die contouren wordt de 'verf' aangebracht: een mengsel van metaaloxide in een bepaalde kleur en uiterst fijngemalen glas. Het is aangemaakt met azijn, water of olie om er een smeerbare massa van te maken. De ruitjes gaan de oven in, waar bij een temperatuur van boven de zeshonderd graden het fijngemalen glas smelt en de verf in feite verbrandt. De aan het glas gehechte as geeft de uiteindelijke kleur aan de afbeelding.

Ondanks de dip die de branche jaren heeft gekend, heeft ze toch altijd werk geleverd, zegt Peter Philippus. Zeker voor traditionele brandschilders en zetters. Hij verzamelt in zijn zaak de originele ontwerpen van alle stijlen die in Amsterdamse huizen te zien zijn. Is uit een huis het oude glaswerk verdwenen, dan zoekt hij in de buurt naar stijlen en ontwerpen die gebruikelijk waren.

De laatste tijd bewegen zich ook minder traditionele zetters op de glas-in-loodmarkt. Zo is in de Utrechtse Zoomstraat Atelier Lankester een bloeiende zaak. Mike Lankester werkt daar met zes kunstenaars die ramen ontwerpen, onder wie Herman Brood. Lankester hanteert de ambachtelijke werkwijze, maar maakt voornamelijk moderne ramen. Klanten kiezen aan de hand van voorbeelden eerst een ontwerper uit, die vervolgens een paar ontwerptekeningen maakt. Het uitverkoren ontwerp wordt uitgevoerd in de gewenste glassoort en -kleur.

Mike Lankester vindt dat in hedendaagse bouwwerken te weinig wordt gedaan met kleur en licht in glazen oppervlakken. Zo vindt hij het een gemiste kans dat bij herinrichting van winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht lichtkoepels zijn geplaatst van gewoon glas, in plaats van getint glas-in-lood. Dat had volgens hem de killige ruimte meer warmte gegeven. Hij is 'geboeid door de verandering in atmosfeer die je met glas in lood in een ruimte kunt bewerkstelligen. Glas is een basismateriaal, als je daarin een kleur en een patroon aanbrengt, geef je een andere sfeer aan de ruimte'.

Een heel andere reden had beeldend kunstenaar Lia Koster aan de Utrechtse Van der Waalsstraat om 'raamschermen' te maken, zoals zij ze noemt: glazen constructies in deuren, ramen en portieken. Ze zocht een middel om inbrekers te weren. Als ze het frame in de constructie zou maken van staal in plaats van van lood, bedacht ze, moest er een raamwerk ontstaan dat lastig te passeren zou zijn.

Koster heeft nu eigenhandig een techniek ontwikkeld om het glas dat in zijn loden frame gekit zit, met lood en al te vervatten in een stalen frame. 'Zo elegant mogelijk', zegt ze, 'zodat het raam niet overduidelijk tegen inbraak bedoeld is.' De constructie voldoet aan de anti-inbrekerseisen van de politie en van de Consumentenbond.

Mieke Zijlmans

Meer over