EERST LACHEN

EERST WAREN ER MULTICULTURELE KOMEDIES EN PAS NU KOMT ER NEDERLANDS MULTICULTI-DRAMA. HET BUITENLAND BEGON DAAR JUIST MEE. 'ZELFSPOT IS EEN TEKEN VAN VOLWASSENHEID.'..

MERLIJN SCHOONENBOOM

Hij doet z'n best, de Marokkaan op zoek naar werk in de 'sales': 'Ikverkoop alles, zelfs een burqa aan Ayaan Hirsi Ali.' Maar het enige wat hemlukt is uitsmijter te worden bij een disco, en dan nog alleen omdat hijzegt dat hij Italiaan is. En dus weigert hij Marokkanen bij de deur: 'Hebje een lidmaatschap?'.

De grappen zijn weer wrang, in de eerste reeks van Shouf shouf de serie.Vijf jaar geleden zouden ze misschien niet eens zijn uitgezonden, maar injanuari, als de serie in twaalf afleveringen bij de Vara uitkomt en acteurMimoun Oaïssa de grap maakt, is het zo maar ineens gewoon.

Het multiculturele thema dringt het komende seizoen in een versnellingde bioscoop en tv binnen. De eerste films hadden een duidelijkeovereenkomst: ze waren om te lachen. Shouf shouf habibi! (2004) en Hetschnitzelparadijs (2005) gingen over Marokkanen, Madame Jeanette (2004)over Surinamers.

In de films en tv-series die er aan komen mag ook nog opvallend veelgelachen worden. De vette lach bij Shouf shouf de serie, en de nieuwe Shoufshouf-film in 2006. 'Een glimlach', in het geval van de filmversie vanDunya en desie, aldus producent Lemming: 'komisch en hartverwarmend'. 'Omte lachen? Dat is wel de bedoeling, ja', zegt scenarioschrijfster ManoushkaZeegelaar Breeveld over De burgemeester van Zuidoost, over eenstadsdeelvoorzitter in de Bijlmer.

De oogst is echter diverser: ook 'realistisch drama' - AIVD, en Kicks,van Shouf shouf habibi-regisseur Albert ter Heerdt ('soms hard enconfronterend, maar ook geestig) -, een familiefilm (Marokkanen schaatsenniet) en een rap- en r & b-film (De bolletjesblues van Karin Junger, overeen Surinaamse bolletjesslikker), behoren ineens tot de mogelijkheden. Endat is nieuw in Nederland.

Op een filmavond in het Institut néerlandais in Parijs, januari 2005,werd de film Shouf shouf habibi! getoond. Die was in Nederland de bestbezochte Nederlandse film van het jaar 2004, en heeft sindsdien een tochtlangs veertig landen gemaakt. De reacties in Parijs - waar de film niet isuitgebracht - waren gemengd: dat hebben we al zo vaak gezien, tekende eenNederlandse journalist op uit de mond van een bezoeker.

Geen vreemde reactie, want Frankrijk kent al sinds eind jaren tachtigeen traditie van de multiculturele komedie, zegt Patricia Pisters,hoogleraar Filmwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Er was echterwel sprake van een 'voortraject': 'Frankrijk had eerst de kleinschaligebanlieu-cinema, pas later multiculturele kassakrakers voor eenmiljoenenpubliek, zoals Métisse (1993) Ciels, les Oiseaux et la Maman(1999). In Amerika was dat ook het geval: eerst in de jaren zeventig deblaxploitation-stroming, later Spike Lee, die met een multiculturelekomedie de African American cinema gestalte gaf.'

In Nederland waren Shouf shouf en Het schnitzelparadijs überhaupt deeerste films met een multicultureel thema, zegt Pisters: 'Er ging niets aanvooraf.'

Met andere woorden: Nederland, waar de term 'multicultureel drama'jarenlang de opiniepagina's beheerste en waar geen grap kon worden gemaakt,volgt in de bioscoop een omgekeerd traject. Een opmars van demulticulturele komedie zag je de laatste vijf jaar weliswaar ook inEngeland (Bend it like Beckham), in Scandinavië (Jalla! Jalla!) en inDuitsland (Kebab Connection), maar altijd samen met andere genres, zoalshet Duitse arthousesucces Gegen die Wand.

Nederland begon met multiculturele komedies, voordat er van enig dramasprake was. 'En dan ook nog eens films met harde grappen', zegt Harry Bos,programmeur bij het Institut néerlandais: 'Fransen vinden datpolitiek-incorrect, een komedie over één groep, in plaats van zoals inFrankrijk altijd gemengd; een zwarte, een jood, een Algerijn.'

Misschien niet verwonderlijk dat men juist in Frankrijk het Nederlandsefenomeen rijp achtte voor studie. Dominique Caubet is hoogleraar aan hetInstitut National des langues et civilations orientales, in Parijs. Zeheeft een boek geschreven over de opkomst van Marokkaanse kunstenaars inNederland: Shouf shouf Hollanda, opgebouwd uit interviews met schrijversAbdelkader Benali en Hafid Bouazza, rapper Ali B, schilder Rachid Ben Alien anderen. 'Ik ben de eerste die ze als groep presenteert, en hun invloedop het Nederlandse culturele klimaat centraal stelt.'

Voor Caubet is het duidelijk: 'Nederland is niet, zoals vaak wordtbeweerd, laat met de multiculturele film. Het is juist heel erg snel. Zosnel dat het stappen over heeft geslagen. Frankrijk heeft de traditie vankolonialisme achter zich; migrantengroepen zijn al honderd jaar aanwezig.De groep Marokkaanse kunstenaars in Holland zijn allemaal van rond 1970,ze waren de eerste generatie die geheel hier is opgegroeid. Hun oudersstonden nog buiten de samenleving.'

Een gedeeld kenmerk, volgens Caubet? 'Zelfspot komt meestal ná hetdrama, maar niet bij de Marokkaanse kunstenaars. Ze stappen van niets naarhet beste. Waarom? Zelfspot is teken van volwassenheid. Het is het enigeechte kenmerk dat ik in mijn interviews zag.'

Scenarioschrijfster Zeegelaar zegt iets soortgelijks: 'Ik ken geen volkdat zoveel zelfspot heeft als de Surinamers. Als we moeilijkheden hebben,maken we er een uur later al moppen over.'

Toch ligt de situatie complexer. De grappen en verwikkelingen komen totnu toe vooral uit de koker van Hollandse scenaristen en regisseurs. Andersdan in Frankrijk, Engeland en Amerika zijn het hier alleen acteurs die hunervaring in brengen. Scenarioschrijvers en regisseurs met eenniet-westerse achtergrond zijn er nauwelijks.

Geen probleem, volgens Leontine Petit, producente van HetSchnitzelparadijs en van de komende film over Dunya en Desie.Klankbordgroepen? Niet nodig. Eigen 'research' volstond: 'Ik kijk zelf veelnaar The Box en MTV: de muziekindustrie is immers veel verder dan defilmwereld. Later hebben we met de acteurs besproken welke grap wel of nietzou kunnen. Pas op het allerlaatst is de film getest voor het potentiëlepubliek, door hetzelfde bureau dat ook al Shouf shouf had getest. Alleenkleine wijzigingen zijn doorgevoerd.'

Vier tot tien jaar zal het duren, denkt Petit, voordat er een generatiescenarioschrijvers en regisseurs met niet-westerse achtergrond Nederlandsefilms maken.

Zal dat verschil maken? De Surinaams-Nederlandse Manoushka ZeegelaarBreeveld was eerst alleen actrice in Madame Jeanette - 'De eersteSurinaamse film na Pim de la Parra's Wanpipel dertig jaar geleden'. Ook indeze film kwam het scenario van een Nederlander. Voor De Burgemeester vanZuidoost, met dezelfde producent (René Seegers) en regisseur (Paula vander Oest) schrijft zij echter het scenario.

'Als ik op tv een rol speel, moet dat altijd overdreven gaan over deculturele achtergrond. Dan hoor ik: jij moet iets Surinaams, dus ietsmoeilijks met Winti. Ik grijp nu mijn kans om gewoon een goed verhaal temaken, maar dan wel vanuit mijn achtergrond. Ik hoor natuurlijkverschillende geluiden, ook kritische. Hannah Belliot zei: ik ga niet naarMadame Jeanette, want het gaat over drugs en prostitutie. Onzin natuurlijk,want het ging in feite over sterke vrouwen. Of dat soort opmerkingen doorwerken? Je ziet inderdaad nooit Surinaamse artsen en advocaten, en dieheb je natuurlijk ook gewoon.

'Het publiek is verder dan de film. In de Bijlmer leeft alles doorelkaar, en dat gaat vrij goed. Dat zie je nauwelijks terug in films.Terwijl het autochtone publiek dat ook wil zien.'

De volgende stap zal dus zijn: de multiculturele film wordt 'gewoner',het wordt een film met multiculturele elementen. Zoals acteur MimounOaïssa zei in de Filmkrant: 'Stap 1: Er zijn helemaal geen''vreemdelingen'' te zien op het witte doek. Stap 2: Ze zijn er wel maarze worden gezien door ''witte ogen'' en krijgen hooguit één clichématigescène. Stap 3: De clichés worden uitgediept en op de korrel genomen zoalsin Shouf shouf habibi!. Stap 4: Allochtonen worden als mensen benaderd.'

Die verandering lijkt zich nu aarzelend voor te doen. HetStimuleringsfonds heeft een opleidingsklasje voor allochtonescenarioschrijvers voor jeugdfilms, 'Kind en kleur'. Het castingbureau OiMundo ziet een toestroom van aanmeldingen: 'Was het bij de serie Dunya enDesie nog moeilijk om acteurs te vinden, na het Schnitzelparadijs denkenallochtone jongeren: dat willen wij ook.' De filmacademie is begonnen meteen campagne om meer allochtoon talent te trekken. En het Filmfonds brachtvorige week een rapport uit Nederlandse films voor Wesley, -zlem, Rachidèn Marieke, waarin filmmakers er op wordt gewezen dat een grote groepkijkers in de leeftijd 14 tot 24 vergeten wordt.

Echt vanzelf lijkt het allemaal toch niet te gaan. Bijtelevisie-omroepen hebben de voorgestelde hervormingen van de PubliekeOmroep voor meer behoedzaamheid gezorgd. Alleen muziekzender The Box heeftde multiculturele serie (comedy en soap) tot 'speerpunt' verheven. 'Dat isnu eenmaal onze doelgroep.'

Geld, zegt een woordvoerder van het Stimuleringsfonds dan ook: daarheeft een verdere uitbreiding van ons aanbod toch mee te maken.

Ook Krijn Meerburg, programmeur van zo'n 26 bioscopen, zietmulticulturele films pas echt ontstaan op het moment dat er commercieelbelang wordt gezien. 'In Amerika zag je dat er op een gegeven moment filmsvoor bijvoorbeeld de Spaanse en Griekse doelgroep gemaakt werd.'

Commercie als bevrijding? De publieksgerichte komedie bleek eennoodzakelijke eerste stap, volgens hoogleraar Patrica Pisters. 'Dekomedies doorbraken het taboe. Ze hadden geen vormingsdoel', zegt Pisters,'maar dat effect hadden ze wel. Pas nu zullen andere, meer serieuze genresop kunnen komen. De vraag is of de filmwereld - die de komende tijd juistde commerciële film op de agenda wilde zetten - ook open staat voordiversiteit en de auteursfilm.'

Meer over