Eerlijke jongen met flinke onderbuik

Zo opgewonden, rellerig en hard als het omstreden weblog GeenStijl is, zo rustig is oprichter en baas Dominique Weesie (38).

‘Ik heb dat altijd een ontzettende cowboykrant gevonden, maar de manier waarop hij contact zocht, was heel prettig. De meeste kranten probeerden met verzinsels binnen te komen, maar hij belde gewoon heel rustig op. Hij wilde eerst vrijblijvend een gesprek. Ik heb toen met hem gepraat en hij heeft niets gepubliceerd. Dat gebeurde pas daarna.’

Weesie stelde vervolgens voor om iets te gaan eten, en elkaar in Nederland weer te zien. Van Hulst, directeur van een trainingsbureau, en Weesie werden vrienden. Dit jaar brachten ze zelfs hun vakantie samen door in Spanje.

Het weblog GeenStijl, dat Weesie in 2003 oprichtte, is al vijf jaar de schrik van weldenkend Nederland. Maandelijks trekken Weesie en zijn collega’s naar eigen zeggen 1,7 miljoen bezoekers. ‘Een stelletje psychopaten met een rotte geest’, zo omschrijft hoofdredacteur Henk Steenhuis van HP/De Tijd hen. ‘Een vunzig hoekje voor verongelijkte mensen’, aldus NOVA-hoofdredacteur Carel Kuyl. Het weblog doet zijn best omstreden te zijn en zo in het nieuws te blijven.

Dildo
Zo toont het beelden van ADO-keeper Stefan Postma die met een dildo wordt genomen door zijn vriendin, het laat een naakte Manon Thomas zien en brengt beelden van de Haagse ‘dakmoord’. Ook het beruchte filmpje van een hakkelende minister Vogelaar is van GeenStijl. Een paar weken geleden baarde de site opzien door aan te kondigen de Volkskrant voor de Raad voor de Journalistiek te slepen – eerder door GeenStijl een ‘clubje vingerplanten’ genoemd.

Weesie begint klein met zijn weblog. Hij werkt nog bij De Telegraaf en doet het er een beetje naast, samen met Romke Spierdijk, ook een Telegraaf-verslaggever. ‘Hij kwam naar me toe omdat ik veel over internet schreef’, vertelt Spierdijk. ‘Hij zei dat hij de naam GeenStijl had bedacht, maar verder had hij nog geen idee wat hij ermee moest.’

Op dat moment keken ze zelf naar sites zoals Volkomenkut en Retecool.com. ‘We hadden het idee dat het beter kon. Ze hadden best leuke dingen, maar slecht opgeschreven en slecht gemarket. En zo zijn we begonnen. We hadden elkaar dag en nacht aan de telefoon. Dominique vond het toen vooral leuk om te schrijven. Hij wilde gewoon gave stukjes tikken.’

De site groeit en er komt zelfs een pand. ‘Ik ben één keer bij ze geweest’, zegt voormalig columnist Luuk Koelman. ‘Ze zaten boven een garage in een soort huiskamer en het was bloed- en bloedheet. Er stond een tv aan, er was een koffiezetapparaat en verder stonden er wat computers. Dat was het.’

Anoniem
Tot 2005 slagen ze erin anoniem te blijven. Columnist Nico Dijkshoorn: ‘Iedereen die hen wilde spreken, wensten ze ongezien de tyfus.’ Romke Spierdijk: ‘We wilden niet dat de – vaak linkse – internetgemeenschap al in het begin zou zeggen: oh, ze komen van De Telegraaf, en dat is rechts en dus kut.’

Weesie noemt zichzelf daarom ‘Fleischbaum’. Die naam verzon hij toen hij online games speelde. ‘Oorlogsspelletjes’, vertelde Weesie aan de Volkskrant. ‘We waren zogenaamd Duitsers en daarom hadden we allemaal Duitse namen aangenomen, eindigend op ­baum. Vervolgens gingen we bij de Duitsers in het team zitten en schoten we die gasten allemaal van achteren neer. Heel flauw.’

In 2005 wordt hun identiteit onthuld. En dan verschijnen ze ineens op tv, in een VARA-talkshow. Ambroos Wiegers, die de plaats had ingenomen van Spierdijk, voert het woord.

‘Dat was dramatisch’, zegt columnist Nico Dijkshoorn. ‘GeenStijl werd natuurlijk ervaren als een coole site, en dan zie je daar ineens een zwetende VVD’er in een blauw gestreept shirt zitten. Ik heb daar ontzettend om gelachen. Over dat optreden waren ze zelf ook ontevreden. Daarna hebben ze besloten dat Dominique de woordvoerder werd. Ik denk dat dat heel natuurlijk is gegaan. Zo van: ik doe het wel. Het moest natuurlijk ook gebeuren. Je kunt natuurlijk niet je leven lang Vleesboom of Professor Hoxha (het pseudoniem van Wiegers, red.) heten.’

Toch is Weesie nog altijd terughoudend als het om zijn privacy gaat. ‘Mijn echte ik zul je nooit te zien krijgen’, zei hij oktober vorig jaar in De Pers. ‘Stel nou dat ik zeg, en het is niet zo, maar stel: ik kijk iedere avond gezellig op de bank met mijn vriendin naar Goede Tijden, Slechte Tijden. Dan is er opeens weinig meer over van de stoere Fleischbaum.’

Niettemin staat hij vanaf die tijd consequent de media te woord. Hij valt op door zijn kalme, nuchtere manier van reageren. ‘Je zag heel duidelijk dat hij het ook niet altijd wist, maar hij loste dat op door zo eerlijk mogelijk te blijven’, zegt voormalig BNN-voorzitter Laurens Drillich, die met hem samenwerkte. ‘Als je moet uitleggen waarom je een filmpje uitzendt over een keeper die anaal genomen wordt, en daarmee toch zijn leven een beetje aan het vernietigen bent, dan moet je van goeden huize komen om daar nog iets redelijks over te zeggen. Dat lukt alleen maar met eerlijkheid.’

Van Jole
Van de mensen die door GeenStijl zijn beledigd, wil of durft niemand iets te zeggen over Weesie. Alleen internetjournalist Francisco van Jole, die jarenlang door het weblog werd getreiterd, doet een boekje open. Op zijn eigen weblog noemt hij Weesie ‘het type klassieke gladjakker’. ‘Hij ontwijkt discussies, neemt nooit ergens verantwoordelijkheid voor en vertelt de interviewer altijd wat deze wil horen.’ Volgens Van Jole maakt de GeenStijl-baas ‘als persoon ook niet veel indruk’. ‘Ik ken Weesie in de persoonlijke omgang als weinig uitgesproken. Niet joviaal maar hooguit een beetje slijmerig.’

De directeur van GeenStijl werkt volgens zijn vrienden 80 uur per week en valt niet op door uitbundigheid. ‘Het is helemaal geen luidruchtige jongen. Hij is vrij stil, zegt niet zo veel’, aldus Dijkshoorn. ‘Het is gewoon een gozer met wie je over voetbal zit te lullen. Het is nog steeds een jongen als ik hem bel; de basis is lekker lol trappen.’

‘Er zit ook een heel ontroerend element aan hem’, vindt Dijkshoorn. ‘Hij pist natuurlijk op de oude media, maar als GeenStijl weer ergens wordt genoemd, dan gaat de vlag uit. Goedverdoemme, zegt hij dan. Hij vindt het te gek als hij weer in pak moet gaan uitleggen aan mensen hoe ze internet moeten veroveren. Dan zegt hij: ik heb weer voor een congres met honderd paarse broeken gepraat. Maar dan weten we allebei dat hij daar eigenlijk van geniet.’ Laurens Drillich van BNN: ‘Het ergste wat hem kan overkomen, is genegeerd worden.’

Weesie is echt de baas bij GeenStijl. ‘Het is lead by example’, zegt compagnon Wiegers. ‘Hij werkt keihard en vergadert weinig. Hij heeft een hekel aan luiheid. En aan domheid. Hij is iemand van: niet lullen, maar poetsen. Sven van Hulst, die Weesie door zijn bureau liet trainen: ‘Als er paniek uitbreekt onder zijn mensen, is hij heel duidelijk. Hij hoort eerst alles aan en dan zegt hij: zó gaan we het doen.’

Wakker
Volgens Van Hulst slaapt hij wel eens een nacht niet. ‘Als het ombouwen van de site niet goed loopt, dan ligt hij wakker. Dan belt hij me de volgende ochtend op en zegt hij: Sven, denk eens mee. In het begin kon hij wel eens een dag sikkeneurig zijn als mensen hem tegenspraken. Dan ging de deur van zijn kantoor een tijd dicht. Hij kon emotioneel reageren. Als iemand een slecht stukje had geschreven, zei hij: joh, waar slaat dit op, stomme idioot, denk eens na. Nu gaat hij in alle rust een bak koffie met iemand drinken. Daarin is hij echt veranderd.’

‘Het is niet altijd rammen en gaan’, zegt tv-verslaggever Rutger Castricum van GeenStijl: ‘Hij neemt je wel eens apart. Het is iemand die met gevoel aan je vraagt: hoe is het thuis? Hij kent je situatie. Hij is heel betrokken, beschermend. Maar hij is ook heel zakelijk. Hij weet wel wat hij wil.’

Dominique Weesie is geboren in Rotterdam. Hij heeft één zus. Zijn vader heeft een bedrijf in hijs- en hefwerktuigen, zijn moeder is huisvrouw. Zelf omschrijft hij hen als ‘keurige CDA-stemmers’.

Na de havo in Krimpen aan de IJssel gaat hij naar de School voor de Journalistiek in Utrecht, maar die maakt hij niet af. Hij loopt stage en wordt daarna freelancer bij het Rotterdams Dagblad. ‘Hij viel op’, herinnert verslaggever Louis du Moulin zich. ‘Dominique had niet zozeer een grote mond, maar hij was niet bang om dingen aan te pakken. Kom maar op, straalde hij uit – terwijl de meeste stagiaires dat totaal niet hebben. Hij ging overal op af.’

Na twee jaar vertrekt Weesie naar De Telegraaf, waar hij onder meer werkt op de Haagse redactie. Later zit hij bij de nieuwsdienst. Hij raakt in opspraak als hij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland in een stuk laat eindigen in 0-1 en een huilende supporter citeert, terwijl het in werkelijkheid 1-1 wordt. Later zegt hij dat hij van tevoren drie versies had gemaakt, en alvast wat mensen had geïnterviewd. De krant had hem al in de rust gedwongen een stuk te leveren.

Weesie bepaalt samen met Wiegers welke stukjes worden geplaatst op GeenStijl. ‘Ze gaan bijzonder met taal om. Tijdschrift Onze Taal heeft er al twee keer over geschreven. Ik vind niet alles even briljant, maar er zit wel een oprechte kant aan’, zegt columnist Nico Dijkshoorn. Als Fleischbaum is Weesie oprecht kwaad. Of verbaasd.

‘Soms komt hij scheldend de redactie op, als hij bijvoorbeeld de vorige avond bij alle drie de actualiteitenrubrieken hetzelfde onderwerp heeft gezien’, zegt Castricum. ‘Die verbazing blijft hij wel houden. En zo schrijft hij ook. Het is niet zo dat hij binnenkomt met de mededeling: zo, nu gaan we eens even lefkikkeren vandaag. Of dat hij zegt: we gaan die en die aanpakken omdat we dat allang niet hebben gedaan.’

Weesie is een echte Telegraaf-man, zegt oud-collega Bert Brussen. ‘Best conservatief. Hij heeft al meer dan tien jaar dezelfde vriendin, een hartstikke aardig meisje, lerares op het vmbo. Hij is Feyenoordfan, en sowieso een sportfanaat. En hij is erg bezig met z’n auto, een Audi A4. Aan verkeersboetes heeft hij een enorme hekel.’

Nette jongen
Castricum omschrijft hem als een ‘nette jongen’. ‘Als hij gedronken heeft, gaat hij geen meisjes aanspreken, zoals ik. Daar maken we ook grappen over. We zeiken elkaar vaak hard af op de redactie.’

‘Dominique is absoluut geen moraalridder’, vindt Castricum. Zo zegt hij in een interview niet wakker te liggen van kwetsende filmpjes, zoals die van de ADO-keeper. Sterker: hij verwijt zijn ‘slachtoffers’ domheid: ‘Als ik naar de Dam ga en mijn broek laat zakken, sta ik over een half uur ook op internet.’

Zelf is Weesie dan ook uiterst voorzichtig. In een interview noemt hij zichzelf paranoïde. ‘Mijn dochter, als ik er ooit een krijg, zou geen Hyvesaccount mogen hebben. En al helemaal geen webcam. Er is maar een kleine groep gebruikers die precies weet wat de gevaren van internet zijn.’

Hij stemt VVD, maar politiek leider Mark Rutte vindt hij ‘een ongelooflijke oetlul’. ‘Hij kan vooral niet tegen hypocrisie’, zegt Bert Brussen. ‘Iedereen die hypocriet is, wordt aangepakt. Zijn favorieten zijn ‘windvaan’ Wouter Bos, en ‘theedrinker’ Job Cohen. Maar Wilders vindt hij ook niks. Jan Marijnissen vindt hij wel goed. Een beetje een anarchist, een selfmade man met duidelijke standpunten.’

Wat nieuws betreft, heeft hij een goed onderbuikgevoel, zegt compagnon Wiegers. ‘Hij ziet dingen aankomen. Alleen van cultuur heeft hij weinig kaas gegeten.’ Volgens Van Hulst is hij inmiddels een ‘volwassen zakenman’. ‘Hij is ontzettend gegroeid. Vaak zie je mensen in het zakenleven te laat beslissingen nemen. Dominique niet. Alle dingen die hij drie jaar geleden riep over internet, komen nu uit.’

Meer over