Eerlijk Rotterdams beton in Shanghai

Rotterdam laat op de Wereldexpo in Shanghai zien dat het een no-nonsense stad is...

SHANGHAI ‘Stoer, no-nonsense en door en door Rotterdams’. Zo omschrijft architect Tom van Odijk het paviljoen waarmee de gemeente Rotterdam zich presenteert op de Wereldexpo in Shanghai. Wat in de praktijk neerkomt op een paviljoen zonder futuristische technologie of hemelbestormende kunst, maar een betonnen constructie met muren van vrachtwagenzeil met afbeeldingen van Rotterdamse iconen als de Erasmusbrug, een hijskraan en de Euromast. Plus water, vooral heel veel water.

‘De haven en watermanagement zijn de leidende thema’s in het paviljoen’, zegt Van Odijk, met David Baars partner van TomDavid Architecten. ‘Het paviljoen is niet voor niets Water City gedoopt.’ Aansluitend bij het thema van de Wereldtentoonstelling Better city, better life profileert Rotterdam zich als een stad die climate proof is.

‘Shanghai, dat net als Rotterdam in een rivierdelta aan zee ligt, krijgt de komende decennia te maken met de stijgende waterspiegel. Met dijken, waterpleinen, huizen met groene daken en drijvende gebouwen laten we zien dat water niet alleen een probleem is, maar ook een uitdaging om een andere, betere stad te bouwen.’

De blikvanger van Water City is de ‘waterprinter’, een ingenieus watergordijn van ongeveer vier meter breed. De druppels vallen gecoördineerd van zeven meter hoogte, zodat deze woorden of herkenbare beelden vormen. ‘Bij de start van de Tour de France op het Zuidplein op 3 juli kunnen we bijvoorbeeld het profiel van Lance Armstrong in waterdruppels naar beneden laten vallen’, zegt Van Odijk.

Het water wordt opgevangen in een Waterplein van het Rotterdamse architectenbureau De Urbanisten. Dit plein, dat is opgebouwd uit verschillende niveaus, regelt bij hevige regenbuien de afvoer van het water waardoor straten niet meer blank staan. Als het droog is doet het plein dienst als speelplaats. Het Waterplein ligt aan een vide in het paviljoen die de dijk verbeeldt. Hierop drijven twee waterwoningen in de vorm van de vipruimte en het trappenhuis.

Bij het ontwerp van het paviljoen is uitgegaan van 1,5 miljoen bezoekers – oftewel 650 bezoekers per uur. Om de bezoekersstroom te reguleren heeft TomDavid Architecten een theatrale verbeelding van negen minuten gemaakt die een dagje Rotterdam weergeeft.

Van Odijk: ‘Bij binnenkomst is het een zonnige ochtend, zodat je het paviljoen goed kunt bekijken. Dan wordt het donker en begint het te onweren, wat met het geruis van de waterprinter voor een dramatisch effect zorgt. Als het opklaart komt de zon op achter de dijk, waardoor de aandacht als vanzelf verschuift naar de drijvende gebouwen.’

Het concept voor het paviljoen is uitgedacht door een ontwerpteam bestaande uit docenten en alumni van de Willem de Kooning Academie. De uitwerking ervan is in handen van TomDavid Architecten, die zelf zijn afgestudeerd aan de kunstacademie.

Ook het meubilair en de uniformen van de hosts van het paviljoen zijn ontworpen door Rotterdamse studenten. ‘Naast stadspromotie, moet het paviljoen ook het Chinees netwerk versterken’, zegt Richard Ouwerkerk, die als directeur van de Willem de Kooning Academie de supervisie heeft over het ontwerp en de realisatie ervan. ‘We hebben al een uitwisselingsprogramma met een kunstopleiding in Shanghai.’

Ook wordt burgemeester Aboutaleb persoonlijk verwelkomd door zijn Chinese ambtsgenoot, die verder niets minder dan ministers en staatsleiders ontvangt.

Rotterdam presenteert zich op de Best Urban Practices Area van de Wereldexpo met ruim vijftig andere stedenpaviljoens. De meeste aandacht zal de komende maanden echter uitgaan naar de landenpaviljoens, die zijn gelegen op het veel grotere terrein aan de overkant van de Huangpu rivier die het Expoterrein doorsnijdt.

Toch zijn de Rotterdamse ambities er niet minder om. ‘We hopen dat we juist door onze nuchtere benadering opvallen’, zegt Van Odijk. Zo wekte het gebruik van beton al veel verbazing op bij de Chinese aannemer. ‘Hij was ervan overtuigd dat we glad natuursteen bedoelden. In Shanghai heerst het idee dat op de Wereldexpo alles gelikt en duur moet zijn.’

Water City deelt een gerenoveerde fabriekshal van ongeveer 1000 vierkante meter met de Braziliaanse havenstad Sao Paulo. De netto bouwkosten bedragen 300 duizend euro; de gehele presentatie (inclusief representatiekosten, huur, vliegtickets, personeel en andere vaste lasten) kost 2 miljoen euro. Een bescheiden bedrag in vergelijking met andere steden, zegt Van Odijk. ‘Parijs trekt 10 miljoen euro uit. Hamburg, dat een vrijstaand paviljoen heeft gebouwd op het terrein, is nog duurder uit.’

Meer over