Eerbetoon aan gesneuvelde fotografen APOCALYPTISCHE BEELDEN EN PROPAGANDAFOTO'S UIT INDO-CHINA

DE AMERIKAANSE fotografen Dana Stone en Sean Flynn reden in de middag van de zesde april 1970 op hun rode motoren - collega's noemden het koene tweetal easy riders - weg uit het Cambodjaanse stadje Chipou richting Vietnamese grens....

Cambodja was toen groot nieuws. In maart 1970 kwam via een staatsgreep een groep aan de macht die verantwoordelijk zou worden voor een van de grootste volkenmoorden uit de geschiedenis: het regime van Pol Pot.

Twintig jaar later trok de Britse fotograaf Tim Page, ooit roommate, buddy and brother van Sean Flynn, naar de Cambodjaanse provincie Kampong Cham, nog steeds in handen van de Rode Khmer. Via de CIA had hij documenten ontvangen waaruit bleek dat het vermiste tweetal dertien maanden gevangen was gehouden alvorens te zijn geëxecuteerd. Tevens ontving hij plaatsnamen en andere topografische gegevens.

Dorpelingen herkenden de foto's van Flynn en Stone. Een oude man gaf Page drie tanden en een vulling. Deze werden later door tandartsen geïdentificeerd als zijnde van twee blanken, een grote en een kleine, die een gewelddadige dood waren gestorven.

Tijdens deze zoektocht ontstond bij Page, die naam maakte met een aantal fotoboeken over de oorlog in Vietnam, de behoefte eerbetoon te brengen aan alle 135 persfotografen die omkwamen in Indo-China vanaf de inzet van het Franse leger begin jaren vijftig tot de val van Saigon en Phnom Penh in de jaren zeventig.

Dat eerbetoon is sinds kort uit in de vorm van een boek, Requiem - By the Photographers Who Died in Vietnam and Indochina, dat Page samen maakte met Horst Faas, die voor Associated Press vele jaren in Vietnam fotografeerde. Zij werkten vele archieven door en waren ook bij nabestaanden thuis.

De samenstellers hebben zich niet beperkt tot Amerikaanse grootheden als Robert Capa en Larry Burrows. Het boek geeft een breed overzicht van de fotografie, zoals die toen werd beoefend. Van de apocalyptische beelden waarmee bladen als Life en The New York Times het thuisfront aan de andere kant van de Stille Oceaan verontrustten, tot de onscherpe, slecht afgedrukte foto's die Noord-Vietnamese collega's maakten voor de klassieke propaganda. Niet alleen Amerikaanse fotografen werden gedood. Ook onder Japanners, Cambodjanen en Europeanen vielen slachtoffers. Ze hebben allen samen met de vechtende militairen in de modder gelegen.

Het was de eerste en de laatste oorlog zonder de gebruikelijke censuur, schrijft Tim Page in zijn melancholieke nawoord. 'Soms had je geluk. Dan kwam je op het goede moment op de verkeerde plek en kwam je terug met een zak vol vlammende films. Op andere dagen was het een lange lijdensweg door een vijandig en vermoeiend landschap, waar je ledematen kon verliezen, maar ook je leven.'

Bij journalisten die Vietnam en Cambodja hebben overleefd, bleef een gevoel van machteloosheid, dat de gelauwerde publicist David Halberstam in het voorwoord omschrijft. 'We zijn allen bedaarde vijftigers en zestigers geworden, die nu een beschaafd en redelijk welvarend leven leiden. Toch is voor de meesten van ons de herinnering vlak onder de oppervlakte aanwezig. (. . .) De wereld draaide vele malen rond sinds de val van Saigon. De Amerikanen, toen nog verjaagd van het dak van hun ambassade, worden nu verwelkomd als toeristen en mogelijke investeerders.' Requiem is geen boek dat is gemaakt om de goede fotografie. Dat is ook niet echt nodig. Grote fotografen als Philip Jones Griffiths, Don McCullin en anderen hebben de afgelopen decennia al indrukwekkende overzichten uitgegeven. Wel is een interessante caleidoscoop ontstaan, doordat werk van fotografen van alle betrokken partijen is opgenomen.

Het boek lijkt op het eerste gezicht wat bombastisch. Door zijn formaat denk je eerder aan een kunsthistorisch verantwoord overzicht van een meesterfotograaf. Maar de zorgvuldig opgebouwde spanning trekt de lezer mee naar de oorlog, een effect dat hier en daar wordt versterkt door ooggetuigenverslagen.

Het foto-overzicht begint met lieflijke landschappen uit de jaren vijftig en gaat langzaam over in beelden van napalmbombardementen en stervende soldaten. Het boek eindigt met een foto van een autoweg in Cambodja bezaaid met hulzen, blikjes, takken en bladeren, en een halve meter menselijke ruggengraat.

Gedurende het verloop van de oorlogen in Indo-China verloor de fotografie langzaam maar zeker terrein aan de televisie. Werd aanvankelijk het beeld bepaald door zwart-wit foto's als die van het door napalm verbrande meisje Kim Phuc, uiteindelijk kwam de oorlog via kleurentelevisie live de Amerikaanse huiskamers binnen.

Daarmee is Requiem niet alleen een hommage aan de gesneuvelde persfotografen. Het is ook een eerbetoon aan de journalistieke oorlogsfotografie, die de laatste jaren veel terrein heeft verloren aan het videonieuws.

De Franse oorlogsfotograaf Luc Delahaye, bekend van werk uit Bosnië en Rwanda, zei onlangs: 'De televisie is onze grootste concurrent, maar we kunnen wrang genoeg niet meer zonder. Je raakt alleen je foto's nog kwijt aan bladen en kranten als het onderwerp al bekend is van tv.'

Edie Peters

Horst Faas & Tim Page (editors): Requiem - By the Photographers Who Died in Vietnam and Indochina.

Random House, import Nilsson & Lamm; 336 pagina's; ¿ 146,40.

ISBN 0 679 45657 0.

Meer over