Eenzame flaneur in de uitgeversrimboe

Als hij auteurs niet aardig vond, ging Thomas Rap er niet mee in zee, ook al kon hij aan hen veel geld verdienen....

Ben Haveman

OP EEN mistige novemberdag vroeg een boekhandelaar in Apeldoorn hem in de keuken achter de winkel te wachten bij een raam dat uit zijn voegen hing. Hij was niet de enige. Aan tafel zat, met hoed en kunstig geknoopte sierdas, collega-uitgever Geert van Oorschot die met krakende stem voorstelde: 'Zullen we het gas maar aanzetten, Thomas?'

Als kleine uitgever vond Thomas Rap het leuren met eigen uitgaven in de provincie haast even hinderlijk als de aanblik van vakantiesandalen met korte sokken ('daar ga ik bijna van huilen'), . Het liefst flaneerde hij op witte Great Gatsby-achtige molières onder de platanen van de Cote d'Azur richting Kir Royal.

Om boeken te verkopen die hij vooral zélf mooi vond ('ik speel liever in de loterij dan prentbriefkaarten van Rien Poortvliet uit te geven') moest hij 'aan zo'n sprekende ezel' soms geduldig uitleggen dat er welzeker verschil is tussen Bob Dylan en Dylan Thomas.

'En als je dan begroet wordt met: ''Waar is je maat, meneer Rap?'' dan ben ik in staat om meteen het interieur te verwoesten, 's mans haar in de war te doen en de mouwen uit z'n overhemd te trekken.'

Het curriculum vitae van de deze week overleden uitgever Thoma Rap voorziet in houthakker, secretaris van het Prins Bernhard Fonds, vrachtwagenchauffeur, twee weken Londens hulpcorrespondent voor de Volkskrant, zeesleeprunner, pr-man bij Shell, los-arbeider en belichter van onderwaterfilms. Met een startkapitaal van een rijksdaalder produceerde Rap een kleine 35 jaar geleden Tulips van Wim T. Schippers: twintig bladzijden gestolde filmbeelden van tulpen in een 'lullige' vaas op een 'lullig' buffet; de meligheid ten top. Kostte in de speelse jaren zestig een tientje, nu is het werkje kapitalen waard.

Als uitgever van 'de exclusieve zelfkant' (de bijnaam vrijbuiter lag gauw voor de hand) maakte Thomas Rap naam met teksten van The Beatles en Bob Dylan, Vieze Tekeningen van Willem en het Grote Gedenkboek van de Jaren Vijftig. Hij gaf posters uit, en de happy few liep zijn kantoortje plat omdat er altijd wel een broodje en een wisecrack te halen viel. Niet gelachen, tijd verloren. Ofwel: Heden mosselen, morgen gij, zoals een boektitel van Rap-auteur Hans Vervoort luidt; misschien wel de mooiste Nederlandse titel van na de oorlog.

Thomas Rap was 'beroepswees' uit Den Haag, opgevoed door de jezuïeten. Die leerden hem om een huilbui te bewaren tot voor het slapen gaan. Zijn pleegouders waren van ouderwetse familie 'die zo deftig is dat je 't niet merkt.' Eenmaal uitgever geworden, a gentleman's occupation tenslotte, merkte hij tot zijn tevredenheid: je misstaat niet in een gezelschap van professoren en politici, kleding van het Waterlooplein ten spijt. Confrontaties ging hij uit de weg ('zonde van de tijd'), ook toen medefirmant Jaco Groot opstapte en voor zichzelf met De Harmonie begon.

Als hij auteurs niet aardig vond, ging Thomas Rap er niet mee in zee, ook al kon hij er een smak geld mee verdienen. Een uitzondering was Heere Heeresma (bleek hem later), wiens Een dagje naar het strand een klapper werd. Trouwens, tachtig procent van alle uitgaven op de Nederlandse markt kan evengoed achterwege blijven, meende de uitgever die het vooral zocht in curiosa: van Het Bargoens Woordenboek tot Het Jonge Vadersboek.

Mensje van Keulen en dichter Jean-Pierre Rawie maakten hun debuut bij Rap. Tim Krabbé volgde. Het Rap-fonds was een wonderlijke mêlée van monografieën, Willem Frederik Hermans, Cherry Duyns, Kees Fens, debutantenbelletrie tot het VPRO-Jaarboek en de Nederlandse Sportbibliotheek met Barend & Van Dorp.

Hoewel bedeeld met minder overredingskracht dan Geert van Oorschot (die er in slaagde de complete Russische bibliotheek aan een kioskhouder in Venlo te verkopen), kreeg Rap van Hermans toestemming om diens Mandarijnen op zwavelzuur opnieuw uit te geven; het legendarisch hekelschrift tegen de bobo's van de jaren zestig.

Voor Rap moest een boek qua typografie ogen als kunstvoorwerp, als het even kon. Een objet d'art. Dat gold zeker voor Frans Lodewijk Pannekoeks Veertien etsen, voor arbeiders verklaard door G.K. (van het) Reve. Het kwam in ramsj terecht voor ¿ 2,50 en levert nu de antiquarische prijs van zeshonderd gulden op.

Erven Thomas Rap (zo ging de uitgever verder na het vertrek van zijn compagnon) had inmiddels de Amsterdamse grachtengordel verruild voor een haveloos koetshuis te Baarn, toen een commissaris hem in 1982 een doemscenario schilderde: de situatie was hopeloos. Er wachtte faillissement, tenzij hij de zaak zou verkopen. Een uitgeverij moet ook niet in de provincie zitten, bedacht hij, 'maar in de grote stad.' Tegenvallende verkoopresultaten van door Nederlandse kunstenaars gemaakte prentbriefkaaarten voerden hem aan de rand van de afgrond.

De tegenslag ving hij op met een kwinkslag: Niet zo erg als steunzolen, toch? En: Een kleine uitgeverij is immers als een café zonder drank? Was hij dan toch geslaagd voor 'het Einddiploma Jeugd, benevens Toelatingsexamen Oude Man'? Later, veel later, zou hij erkennen: 'Ik heb zo'n groot gat in mijn handen dat ik eigenlijk geen handen heb.'

Dat Thomas Rap het niet meer kon bolwerken, leidde in de uitgeversrimboe tot smalende standpunten als: die heeft z'n nek gebroken over een slecht beleid. In de Volkskrant reageerde Rap gekweld: 'Is het slecht beleid als je kiest voor non-commerciële titels? En is de man die een eenmalige foute narcose geeft, nog geen slechte anesthesist.'

Bert Bakker gooide een reddingboei uit, later kwam Rap nog even op de loonlijst van het Elsevierconcern. En sinds begin dit jaar zet Weekbladpers-dochter De Bezige Bij de Rap-imprint voort, niet nadat Raps topauteur en vriend Youp van 't Hek zijn zegen aan de inlijving had gegeven.

Voorgeschiedenis: lang voor diens grote doorbraak meldde de cabaretier zich met eigen proza bij de uitgever. Het duurde een half mensenleven voordat Rap het aandurfde, maar het succes is ongelofelijk. Er worden jaarlijks honderdduizenden boeken van Youp van 't Hek verkocht.

Uitgever Thomas Rap, 65 jaar geworden, overleed aan prostaatkanker in zijn huis te Eemdijk, bij het IJsselmeer. Wie ver kan kijken, kan ver denken; dat was zijn stelregel. Ook in zijn laatste zomer zag hij daar 'weergaloze concentraties van schoonheid': die van zwarte sterns, een bedreigde diersoort. Zijn eigen vrijbuiterslogo, de zwarte stern. 'Het mooiste logo van de wereld'.

Meer over