Een wonder zonder heiligen

'HET IS bezopen dat almaar hogere bedrijfswinsten leiden tot steeds meer ontslagen'. Mark Wössner, bestuursvoorzitter van de Duitse uitgeversgigant Bertelsmann, is niet de enige die zich afvraagt of we gek geworden zijn, maar in ondernemerskringen hij is wel een uitzondering....

De Amerikaanse preoccupatie met de beurskoersen en het hoogste rendement voor de belegger heeft vaste voet gekregen in West-Europa. Zoals bekeerlingen meer overkomt, slaat de slinger ver door naar de andere zijde van het spectrum. Een uiterste consequentie is dat de werknemer een zelfstandige productie-eenheid is, die zich alleen dan aan de werkgever kan verhuren als hij zich optimaal heeft geschoold. De enige zekerheid is uitsluiting als hij of zij niet behoort tot het puikje van de zalm. Philips lijkt aardig op weg deze marktgedachte tot in de huiskamer te brengen.

Nog geen maand nadat de sociale partners voor hun poldermodel zijn onderscheiden met de prestigieuze Duitse Bertelsmann-prijs lijkt deze veelgeprezen harmonie haar langste tijd te hebben gehad. Een hoofdpijler onder dit model is de - alweer vijftien jaar lang volgehouden - loonmatiging. Dit is mogelijk gemaakt omdat er ook iets tegenover stond, beschrijven Jelle Visser en Anton Hemerijck in The Dutch miracle, het Hollandse wonder.

Vakbonden en werknemers zagen er iets voor terug. Meer banen, behoud van werkgelegenheid, sociale bescherming, zekerheid van werk, sociale zekerheid, betere kansen op de arbeidsmarkt voor zwakke groepen en scholing om de technologische vooruitgang de baas te kunnen blijven. Wanneer echter de achterkant van de medaille haar waarde verliest, slinkt de bereidheid offers te blijven brengen.

Visser en Hemerijck noemen de term 'poldermodel' pas op de laatste bladzijde om aan te geven dat dit model niet bestaat. Het is een vindsel van marketing-jongens en politici, en journalisten namen het over om niet te hoeven uitleggen waar het over gaat. Er bestaat geen grand design, geen meesterplan dat alle problemen oplost. Het is wel een verhaal van moeizaam bevochten stellingen, een traag leerproces, vallen en opstaan, en succes als bij toeval.

Als er in 1982 een oorzaak is aan te wijzen voor het akkoord dat werkgevers en werknemers toen sloten over loonmatiging, herstel van bedrijfswinsten en het scheppen van banen, dan was het de massa-werkloosheid. De kranten meldden slechts faillissementen en maandelijkse records in de aantallen werklozen. De werkloze had een gezicht gekregen. Het was iemand uit de straat, een familielid. De opvatting dat zo niet veel langer kon voortduren, won medestanders.

Pas in het huidige decennium beginnen de positieve resultaten van de gebrachte offers voor iedereen zichtbaar te worden. Velen zijn opgestaan om in ieder geval een deel van de glorie op te eisen. Onder hen zijn niet de enkelingen die het licht zagen voordat de ellende losbrak. Bijvoorbeeld Frans Drabbe en Jos Crijns, de centrale onderhandelaars van de vakbeweging en van de werkgevers.

Toen de PvdA nog zeker was van voortzetting van het kabinet Den Uyl en de vakbonden de gierende inflatie konden afwentelen op het bedrijfsleven via een automatische prijscompensatie, bestond FNV-er Frans Drabbe het deze compensatie te willen afschaffen. Omdat deze de lonen hoog hield, maar wel de werkgelegenheid vermoordde. Als Wim Kok, toen voorzitter van de FNV, nog ooit ergens van wakker kan liggen is het de herinnering aan 1979, toen hij niet durfde waartoe hij in 1982 wel bereid was: het roer omgooien.

Vijftien jaar na het Akkoord van Wassenaar kan worden vastgesteld dat er geen werk is voor één op de vijf binnen de beroepsbevolking. Er is ook weinig hoop op verbetering. Dit is een slechter resultaat dan in menig Europees land. Het zogenaamde poldermodel is geen panacee tegen alle kwaden gebleken. 'De strijd tegen de aanhoudende langdurige werkloosheid en de verbetering van de kansen op de arbeidsmarkt voor ongeschoolde werknemers vergen aanvullend beleid', concluderen de schrijvers.

In de Europese Unie is deze non-participatie de kern van het werkgelegenheidsprobleem. Het is onwaarschijnlijk dat het arbeidsmarkt-model van Philips een bijdrage kan leveren aan het oplossen hiervan. Werknemers laten sparen om hun eigen bijscholing te bekostigen, zoals minister Wijers aanbeveelt, is weliswaar een fris idee maar doet een overspannen beroep op de verbeeldingskracht.

Een Nederlands ervaringsfeit is dat de overheid geen banen kan scheppen. Ze kan wel randvoorwaarden creëren die de groei van de werkgelegenheid bevorderen. Verkiezingsprogramma's bieden evenmin veel aanknopingspunten, te meer omdat het feitelijk beleid wordt bepaald in de onderhandelingen van enkele heren over een regeerakkoord. Hierover wordt geen woord gewisseld met degenen die wel werk kunnen maken, de sociale partners. De parlementaire democratie verdraagt zich ook niet met ondernemers en vakbonden als pseudo-Kamerleden.

Betere resultaten zijn te verwachten als in het drieluik vakbeweging, werkgevers en overheid partijen het eens kunnen worden over hun doelstellingen, die lang niet altijd dezelfde zijn maar die elkaar zo min mogelijk in de wielen moeten rijden. Onderlinge afstemming van beleid, heet dat, coördinatie van de macro-economische politiek. Ook dit is een hoeksteen van een succesvol werkgelegenheidsbeleid gebleken.

Regering en parlement hebben niet altijd een gelukkige hand in het formuleren van hun bijdrage aan het moderniseren van de welvaartsstaat. Met hetzelfde gemak waarmee de weduwen- en wezenwet om zeep wordt geholpen (de markt doet het beter) tracht men voor de pensioenstelsels de rigide wet voor te schrijven. De markt wordt in politieke zin geformuleerd: ze is er als zij de staat geld bespaart. Aan de ene kant werknemers vertellen wat ze moeten doen en laten, andere andere kant een belastingstelsel handhaven dat is gebouwd op de verdwenen kostwinner.

Voor het modernseren van de westerse samenleving is brede acceptatie vereist, stellen Visser en Hemerijck. Pijnlijke maatregelen en impopulaire hervormingen maken alleen kans van slagen als 'er licht is aan het eind van de tunnel'.

Dat betekent onder meer realistische banen als je de sociale zekerheid vermindert, en een 'nieuwe balans tussen flexibiliteit en veiligheid'.

Harry van Seumeren

Jelle Visser en Anton Hemerijck: A Dutch miracle.

Amsterdam University Press; ¿ 29,50.

ISBN 90 5356 271 0.

Meer over