beeldende kunstmaria magdalena

Een vrouw met twee gezichten: Christus’ kroongetuige en het viespeukje onder de volgelingen

Maria Magdalena, aan wie in Utrecht een expositie is gewijd, staat bekend als boodschapper van Jezus’ herrijzenis, maar ook als ex-prostituee. Waar komt dat tweede beeld vandaan?

David LaChapelle, Mary Magdalene Receives the Holy Spirit (2018). Beeld Studio LaChapelle
David LaChapelle, Mary Magdalene Receives the Holy Spirit (2018).Beeld Studio LaChapelle

Verscheurd is ze. In de videoclip van haar electrohousestamper Judas (2011) kan Lady Gaga als Maria Magdalena niet kiezen tussen twee mannen: Jezus en Judas. Het is Jezus (‘my virtue’) op wiens motor ze meerijdt, maar het is Judas (‘the devil I cling to’) naar wie ze lonkt. Neem Jezus door de week en Judas in het weekend, zou je zeggen, maar nee: Gaga blijft maar twijfelen en wordt uiteindelijk, in een van die onbegrijpelijke plottwists die clips eigen zijn, gestenigd door een menigte. In een Mathilde Willink-achtige creatie – het blijft wel Lady Gaga.

Als personage is deze Gaga-Magdalena een flamboyante mix van kuis- en geiligheid. Het ene moment draagt ze een zedige mantel, het andere danst ze in een rode sarong onder een bijpassende bikinitop met op de tepels kruizen (Griekse, geen Latijnse). Ze is devoot en zondig op hetzelfde moment. Ze wast Jezus’ voeten terwijl ze die dude uit The Walking Dead die Judas speelt blikjes Budweiser over haar achterste laat leeggieten. Het is waarschijnlijk blasfemisch bedoeld, maar zo voelt het niet, en dat komt niet alleen doordat het hele blasfemische-popsterren-ding zoveel jaar na Madonna wat plichtmatig aandoet. Het komt vooral doordat ze Maria Magdalena speelt.

Lady Gaga als Maria Magdalena achter op de motor van Jezus, in de clip van Judas (2011). Beeld
Lady Gaga als Maria Magdalena achter op de motor van Jezus, in de clip van Judas (2011).

Die heeft sowieso een omstreden imago. De heilige staat bekend als de eerste persoon die Christus zag na zijn wederopstanding. Ze geldt in die zin als zijn belangrijkste boodschapper, maar gaat tegelijk door het leven als een ex-prostituee dan wel ex-echtbreker, die bij wijze van boetedoening dertig jaar in de woestenij doorbracht, op een dieet van noten en bessen. In het Westen, tenminste. In het Oosten niet: in de oosters-orthodoxe kerk geldt Magdalena als een ‘mirredrager’, een van de vrouwen die op Paasochtend naar Christus’ graf gingen om zijn lichaam te balsemen. Ze is er gelijkwaardig aan de apostelen. Waarom daar wel, en bij ons niet? Waarom kreeg ze hier een slechte reputatie, en waarom houdt die tot op de dag van vandaag stand?

Het zijn vragen die meerdere malen voorbijkomen op de tentoonstelling Maria Magdalena in Museum Catharijneconvent in Utrecht. Eerder wijdde dat museum monografische exposities aan de maagd Maria, Maarten Luther en de Heilige Franciscus, stuk voor stuk sterke tentoonstellingen. Deze expositie is ook sterk, al zijn de kwaliteiten meer van educatieve en presentatietechnische dan van kunstinhoudelijke aard. Qua kijkgenot is het soms wat dun. Er zijn behoorlijke bruiklenen, zoals de Magdalena van Alfred Stevens, maar er zijn ook opvallende omissies, zoals de prachtige Magdalena met zalfpot van Jan van Scorel uit het Rijksmuseum. Er zijn vooral veel stukken uit eigen huis, en die zijn meestal prima maar zelden geweldig, meer ‘goh’ dan ‘wow’. De transhistorische aanpak, waarbij verschillende tijden en media door elkaar hangen, is ook ‘goh’. Al die Magdalena’s staan soms wat onwennig bij elkaar, als vreemden op een borrel.

Alfred Stevens, Maria Magdalena (ca. 1887). Beeld  Museum voor Schone Kunsten, Gent
Alfred Stevens, Maria Magdalena (ca. 1887).Beeld Museum voor Schone Kunsten, Gent

Boetvaardige zondaar

In de Middeleeuwen ontstaat het genre van Magdalena de boetvaardige zondaar, waarbij de heilige zich heeft teruggetrokken op een onherbergzame plek. Haar naaktheid bedekt ze met haar lange haar. In de 19de eeuw, een periode die bepaald niet arm is aan seksueel ongebonden (en daarvoor boetende) vrouwelijke personages, kent het type een heropleving. Mede dankzij Alfred Stevens, die met het schilderen van treurende vrouwen zijn boterham verdiende.

Dat er zo veel Magdalena’s zijn mag verbazingwekkend heten, want in het Nieuwe Testament heeft de vrouw een kleine rol. Wat de evangelisten over haar te berde brengen is overzichtelijk. Maria, Mariam in het Aramees, was een vrouw uit Magdala (Migdal), een vissersplaats op de westelijke oever van het Meer van Tiberias (Israël); een vrouw van goede komaf, die zich aansloot bij Jezus’ volgelingen, en bij wie de Messias ‘zeven demonen’ zou hebben uitgedreven. Ze zou aanwezig zijn geweest bij de kruisiging en was later de eerste getuige van zijn herrijzenis.

Maria, lezen we over die episode in het Evangelie volgens Johannes, stond huilend bij Jezus’ lege graf toen er twee engelen in witte kleren verschenen. Meid, vroegen die, waarom zo verdrietig? Maria begon te vertellen over het lichaam, en dat het was verdwenen, en toen ze omkeek stond er een figuur met een hoed achter haar. Maria hield hem voor de tuinman, maar toen ze opnieuw over het ontvreemde lijf begon, zei de figuur op luide toon: ‘Maria!’

Rabboeni!’ (meester), reageerde Maria, die nu de Messias herkende, en ze stak haar armen uit.

Maar Jezus hield haar af.

‘Houd me niet vast’, zei hij. ‘Ga naar mijn broeders en zusters en zeg hun dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is.’

Die laatste opmerking was belangrijk. Ze gaf Maria de status van Jezus’ eerste boodschapper, de apostola apostolorum.

De vrouw uit Migdal, leren we uit bovenstaande, was de kroongetuige van Christus’ wederopstanding. Over een vroegere carrière in de hoererij wordt met geen woord gerept.

Jan van Scorel, Maria Magdalena (ca. 1530).
 Beeld Rijksmuseum Amsterdam
Jan van Scorel, Maria Magdalena (ca. 1530).Beeld Rijksmuseum Amsterdam

Dat begint pas in 591, wanneer de gezaghebbende paus Gregorius de Grote in een preek Magdalena samenvoegt met twee andere bijbelse vrouwen. Maria Magdalena, betoogde hij, zou dezelfde zijn als Maria van Bethanië, volgens Lucas een ‘overspelige vrouw’ die tijdens een diner Jezus’ hoofd zalfde, en de naamloze ‘overspelige vrouw’ (Lucas) die elders bij hem wordt gebracht. De zeven demonen die Christus uit Maria zou hebben verdreven, kregen in deze context een belastend karakter. Zij waren het vermeende bewijs van de onbeteugelde seksuele verlangens waarvan Jezus haar bevrijdde.

Gregorius’ fusie kwam voort uit een misverstand, maar de gevolgen ervan waren verstrekkend. Voortaan was Magdalena een vrouw met twee gezichten: Christus’ kroongetuige én het viespeukje onder de volgelingen.

Sommige hedendaagse godsdienstwetenschappers menen dat die tweede rol werd verzonnen om de eerste in diskrediet te brengen. De kerkvaders, stuk voor stuk celibataire mannen, redeneren zij, konden het domweg niet hebben dat uitgerekend een vrouw de eerste werd onder Christus’ volgelingen. Door haar te slutshamen probeerden ze haar geloofwaardigheid aan te tasten en de positie van Petrus als stamvader veilig te stellen. Of Gregorius, die uitvoerig en openhartig correspondeerde met een vrouw (koningin Brunhilde van Austrasië), werkelijk handelde uit misogynie weten we niet, maar dat Magdalena door zijn toedoen te boek kwam te staan als een vrouw met een wandering eye is een feit.

De verdichtsels die in de eeuwen na Gregorius’ synthese rond Maria’s biografie werden gesponnen, haakten allemaal in op het beeld van een zondaar. In een legende (de Vita Apostolica) belanden Magdalena, Marta en Lazarus op de vlucht voor de autoriteiten in Marseille, waar Magdalena na allerlei wonderlijke daden op stilteretraite gaat in de woestenij van de Provence. In een andere legende (de Vita Eremitica), zou ze zich na Christus’ dood bij wijze van boetedoening dertig jaar in de Egyptische woestijn hebben teruggetrokken – een nagenoeg perfecte kopie van het verhaal van Maria van Egypte, een ex-prostituee.

Zo transformeert de overspelige vrouw in de vrouw die het doet voor geld. Het zijn zulke verdraaiingen die het beeld van Maria-de-hoer de wereld in brachten.

Het deed haar populariteit geen kwaad. In de Middeleeuwen eigenden de franciscaner- en benedictijnerbedelorden zich haar toe, zij haalden inspiratie uit haar sobere levensstijl. Vermogende vrouwen lieten zich als haar afbeelden, zalfpot in de hand. Als nieuwtestamentische Eva was zij een aantrekkelijk rolmodel. Met de zondige Maria Magdalena was het veel makkelijker zich te identificeren dan met haar onwereldse naamgenoot – zondaars zijn we immers allemaal.

Het duurde veertien eeuwen voordat de kerk Gregorius’ dwaling terugdraaide en Maria Magdalena weer als Christus’ kroongetuige en zijn kroongetuige alleen erkende. In 1969 was dat. De verantwoordelijke paus heette Paulus VI. De erkenning werd gecompleteerd in 2005, toen zijn latere opvolger Franciscus Magdalena’s feestdag (22 juli) verhief tot kerkelijk feest. Daarmee kwam ze in de liturgische pikorde op hetzelfde niveau te staan als Jezus’ mannelijke leerlingen.

Ondertussen had ze een ander gezicht gekregen. Of beter: ze had er een gezicht bij gekregen. Gnostische teksten uit de eerste eeuwen na Christus, die in 1896 en 1945 in Egypte waren ontdekt, schetsten een afwijkend beeld van Magdalena. Van zedeloosheid was daarin geen spoor; Maria was Christus’ dierbaarste apostel, punt. Zij was ook zijn geliefde, echtgenote en, in een enkele bron, de moeder van zijn kind. Zij was een Magdalena zoals feministen haar graag zagen: intelligent, eigengereid, onbevreesd.

David LaChapelle, Jesus Is My Homeboy: Anointing (2003). Beeld Studio LaChapelle, Los Angeles
David LaChapelle, Jesus Is My Homeboy: Anointing (2003).Beeld Studio LaChapelle, Los Angeles

De impact van deze nieuwe Magdalena was meer cultureel dan religieus. De kerk nam haar niet serieus, maar schrijvers, kunstenaars en mystici gingen met haar aan de haal. Ze speelt een sleutelrol in Dan Browns kunsthistorische thriller De Da Vinci Code en wordt geportretteerd in een trits feministisch getinte biopics. Ze bood een alternatief voor de slutty Maria, maar zonder die te verdringen.

Want in de hedendaagse populaire cultuur blijft ook die Maria een aanwezigheid. We treffen haar zingend naast het lichaam van de slapende Jezus in Jesus Christ Superstar, de beroemde musical van Andrew Lloyd Webber, of zien haar met haar lange haar de voeten van de heiland drogen op een foto van David LaChapelle. Ze wordt vertolkt door pop- en realitysterren, onder wie, naast Lada Gaga, r&b-artiest FKA Twiggs en tv-persoonlijkheid Kim Kardashian. Dat zijn heel verschillende vrouwen met heel verschillende talenten, die op elkaar lijken in de zin dat hun privéleven, al dan niet met hun instemming, permanent voer is voor de geruchtenmachine en van wie elke stap wordt beoordeeld. In die hoedanigheid vinden ze in de figuur van Maria Magdalena kennelijk een geestverwant. Omdat er ook over haar hardnekkige verhalen de ronde deden.

Maria Magdalena. T/m 9 januari, Museum Catharijneconvent, Utrecht.

Publicatie bij de tentoonstelling: Maria Magdalena – Kroongetuige, zondaar, feminist. Waanders Uitgevers; 144 pagina’s; € 28,50.

Meer over