achtergrond

Een vreedzame revolutie: deze feministische theatermakers verrijken de eenzijdige canon

Als je het Nederlandse theatermaaksters vraagt, is het een ‘vette tijd’ om een vrouw te zijn. In hun uitgesproken feministische stukken krijgen vrouwen rollen met meer diepgang. Alles om de eenzijdige canon te verrijken.

Herien Wensink
In de vierde feministische golf staan theatermaaksters op die meer interessante vrouwelijke rollen te vergeven hebben.  Beeld
In de vierde feministische golf staan theatermaaksters op die meer interessante vrouwelijke rollen te vergeven hebben.

Regisseur Eline Arbo (35), van oorsprong Noors, vertelt graag de volgende anekdote aan Nederlandse collega’s. Ze werd gevraagd om een voorstelling te maken bij een gezelschap in Kopenhagen. In een voorbereidend gesprek vroeg de (vrouwelijke) artistiek leider Arbo of ze niet toevallig nog een goede mannelijke regisseur kende. Om vervolgens te verzuchten: ‘Er zijn er gewoon zo weinig!’

Iedereen aan wie Arbo dit in Nederland vertelt, slaat steil achterover van ongeloof. Het lijkt een welhaast De Speld-achtige omkering van de Nederlandse situatie. Die situatie is nog altijd zo: artistiek leiders zijn meestal man – van de negen grote gezelschappen worden er drie geleid door een vrouw. Prominente, succesvolle regisseurs: vaak mannen. Zie de selectie van het beste theater op het Nederlands Theaterfestival: in september 2021 werden acht producties uitverkoren, daarvan werden er slechts twee door vrouwen gemaakt.

Het klassieke toneelrepertoire? Onvermijdelijk grotendeels door mannen geschreven, met mannelijke personages in de prachtige, rijke, gelaagde hoofdrollen. Ophelia uit Hamlet, Desdemona uit Othello, zelfs Katharina en Bianca uit Het temmen van de feeks, om maar een paar prominente toneelvrouwen te noemen: het zijn bijfiguren met aanzienlijk minder doel, diepgang, en tekst.

Dat laatste ontdekte regisseur Nina Spijkers (33) toen ze voor haar enscenering van Het temmen van de feeks (2019) de rollen omdraaide: dit keer namen de vrouwen de mannenrollen op zich. ‘Mijn actrices waren verbijsterd: ze hadden nog nooit zo veel tekst hoeven leren.’

Eline Arbo Beeld Steef Fleur
Eline ArboBeeld Steef Fleur

Dit stuk gaat over feministisch theater, omdat de vierde feministische golf onmiskenbaar ook de schouwburgpodia heeft bereikt. Voorbeelden te over, zoals de voorstellingen van Spijkers en Arbo, die het repertoire oprekken om meer ruimte te maken voor vrouwelijk perspectief. Spijkers deed dat in haar Feeks, maar ook met het recente Kasimir en Karoline. Arbo regisseerde Drie zusters, De uren, en Yerma – drie voorstellingen over het keurslijf waarin vrouwen zich nog vaak bevinden. Van haar gaat 19 maart Witch Hunt in première, een multidisciplinaire voorstelling met tekstbijdragen van toneelschrijver Hannah van Wieringen. Over, inderdaad, de heksenjacht.

Jonge collectieven als Club Lam en Collectiet kaarten in hun voorstellingen expliciet de positie van de vrouw aan, Caro Derkx wijdde onlangs een voorstelling aan feministisch rolmodel Emma Watson en Daria Bukvić regisseerde Girls & Boys, over geweld tegen vrouwen. Vanavond en morgen is in Internationaal Theater Amsterdam de Pools-Hongaarse productie Pieces of a Woman te zien, het aangrijpende drama over een moeder die haar kind verliest, dat eerst een toneelstuk was voor het een bekroonde Netflix-film werd.

Tot slot gaat volgende week ook een feministisch stuk van Magne van den Berg in première, met de schitterende titel: Ik stond in een kutvoorstelling maar mijn haar zat wel heel goed.

Onder ‘feminisme’ versta ik hier het streven naar gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Dat is nooit expliciet en exclusief het doel van kunst, benadrukken alle genoemde makers. Kunst wil universeel zijn, is ambigu en veelkantig, reikt meerdere perspectieven aan. Kunst is niet alleen een vehikel voor sociale verandering, zegt Van Wieringen resoluut, al zijn sommige van haar collega’s nadrukkelijker activistisch. Desalniettemin valt het op: het grote aantal vrouwelijke theatermakers dat expliciet kiest voor het vrouwelijk perspectief, zich ten doel stelt interessantere vrouwelijke personages te creëren of zelfbewust seksisme aankaart. In het klassieke toneelrepertoire of de hedendaagse theaterwereld.

En ja, dat is nodig, want die gelijkwaardigheid is nog altijd geen feit, ook niet in het tamelijk geëmancipeerde Westen, zelfs niet in de progressieve theatersector.

Dan de onontbeerlijke disclaimer: dit streven is een aanvulling, géén aanval. Deze makers hebben geen hekel aan mannen en Shakespeare hoeft niet te worden gecanceld. Maar het idee is wel wijdverbreid dat de toneelpraktijk door het dominante mannelijke perspectief lang wat eenzijdig bleef. En dat een grotere rijkdom aan stemmen welkom is, ook die van queer makers en makers van kleur.

Hannah Van Wieringen Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Hannah Van WieringenBeeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Hun werk mag feministisch worden genoemd, maar ze willen graag dat iederéén zich erin herkent, man, vrouw of anderszins. Van Wieringen: ‘Wij zijn toch ook in de eerste plaats mens, en daarna pas een gender?’ Mannen kunnen dus gerust óók naar hun voorstellingen komen, graag zelfs. Ze mogen trouwens ook best dit artikel lezen. En ja, óók mannen zijn soms feminist.

Deze nuanceringen zijn nodig, omdat een feministische agenda nog vaak verkeerd begrepen wordt, of omdat het woord feminisme überhaupt kortsluiting in bepaalde mannenbreinen veroorzaakt. Nina Spijkers: ‘Elke keer dat ik me over dit onderwerp uitspreek, krijg ik lange brieven van mannen die me uitleggen dat ik het verkeerd zie.’ Ze wil maar zeggen: het werk blijft nodig. Hannah van Wieringen (40) parafraseert instemmend Audre Lorde: ‘You’ve got to do the work. En dat doen we. Door te maken wat we maken wordt de canon vanzelf rijker. Theater wordt gemaakt door mensen die nu werken en logischerwijs zijn dat vaker dan vroeger vrouwen. Er was een lacune, en die wordt nu aangevuld. Zo beweegt de kunst van een enkelvoudig naar een meervoudig perspectief.’

Dat is hoognodig ook, vindt theatermaker, actrice en schrijver Marloes IJpelaar (26) van Club Lam. Dit theatercollectief bestaande uit IJpelaar, Ella Kamerbeek en Ayla Satijn, spant zich sinds de oprichting in 2018 nadrukkelijk in voor betere vrouwenrollen, door in frisse nieuwe teksten clichébeelden van historische vrouwen of bekende personages aan te kaarten. Zo lieten zij in hun recente productie Lolita Vladimir Nabokovs veelbesproken personage na 66 jaar eindelijk iets terugzeggen. Noemt Club Lam zich nadrukkelijk een feministisch collectief? IJpelaar: ‘In de Randstad zeker.’

Op de toneelschool in Utrecht merkte IJpelaar dat haar klasgenoot en goede vriendin Kamerbeek altijd alleen voor moederrollen of komische rollen werd gecast, waarschijnlijk vanwege haar iets steviger postuur. ‘Dat vond ik pijnlijk om te zien. Ik werd er verdrietig van.’ Andersom wees Kamerbeek IJpelaar erop dat zijzelf óók werd getypecast, hetzij als ‘het lieve mooie meisje’, hetzij superseksueel. ‘Voor vrouwen waren er blijkbaar maar een paar hokjes, waar we steeds weer werden ingeduwd: maagd, hoer, heks of moeder, dat waren zo’n beetje de smaken. Toen besloten we zelf maar de rollen te gaan creëren die we misten.’

Magne van den Berg  Beeld Rosa van der Wal
Magne van den BergBeeld Rosa van der Wal

Toevallig is dat ook deels waar Ik stond in een kutvoorstelling maar mijn haar zat wel heel goed van Magne van den Berg (54) overgaat. Grotendeels geschreven in 2010, maar destijds niet opgepikt door een gezelschap of producent omdat de tijd er nog niet rijp voor was. Post-MeToo en post-The Voice krijgt dit stuk hernieuwde actualiteit. De titel is een zin die Van den Berg letterlijk door een actrice hoorde uitspreken. ‘Ze klaagde steen en been over de seksistische voorstelling waar ze in stond, maar de upside was blijkbaar dat ze er in elk geval aantrekkelijk uitzag. Dat wilde ik problematiseren. Dit was een heel mondige vrouw, maar ze kwam niet in opstand tegen dat slechte stuk, omdat die regisseur zorgde dat ze mooi en sexy kon zijn. Toen dacht ik: daarmee houdt hij haar op haar plek. En ik dacht ook: maar wat wil zij nou zelf?’

Dramatische vrouwen in boekvorm

Van theaterwetenschapper Laurens De Vos verscheen deze week het boek Dramatische vrouwen (uitgeverij Vrijdag), waarin hij tien belangrijke toneelvrouwen belicht in hun historische, maatschappelijke en religieuze context. Achtereenvolgens behandelt De Vos Antigone, Medea, Mariken van Nieumeghen, Lady Macbeth, Maria Stuart, Bérénice, Hedda Gabler, Moeder Courage, Winnie (uit Becketts Happy Days) en Sarah Kanes hoofdpersonage uit 4.48 Psychosis.

In haar stuk uiten drie actrices kritiek op hun mannelijke regisseur en schrijver, maar ze maken zich ook steeds weer ondergeschikt aan hun woorden en visie. Daarmee wil Van den Berg de complexe positie van de actrice in kaart brengen. ‘Een actrice is inherent afhankelijk van anderen, vaak van mannen’, zegt Van den Berg. ‘Dat vereist een bewonderenswaardig talent voor overgave, maar het maakt je ook heel kwetsbaar. Dit stuk is geschreven uit verontwaardiging daarover.’

Maar er is veel veranderd sinds de eerste versie uit 2010, ziet Van den Berg. ‘Sinds #MeToo is er meer taal om uiting te geven aan wat ons niet zint, en om grenzen te stellen. Bij de jongere generatie zie ik minder angst, minder onderlinge competitie, meer daadkracht. Dat geeft me vertrouwen in de toekomst.’

Ook voor Nina Spijkers was #MeToo een kantelpunt. ‘Dat was echt een shock. Hoe kan het dat ik niet eerder had gezien hoe ongelijk het nog altijd is, en hoe wijdverbreid seksistisch en grensoverschrijdend gedrag is? Nu kan ik het niet meer niet zien.’

Spijkers, die vorig jaar indruk maakte met haar gelaagde regie van Laura H., regisseert voornamelijk klassiek repertoire. ‘Dat is een grote liefde, maar sinds #MeToo is het óók een steeds grotere worsteling. Want nu stuit ik voortdurend op de vraag: wat te doen met repertoire dat verouderd of seksistisch is?’

In de enscenering kan ze andere accenten leggen, en daarmee de blik van de kijker sturen. Ze wil een nieuwe bril aanreiken waarmee het verouderde materiaal dient te worden bezien. ‘Steeds vaker vraag ik me af of ik wel een podium moet geven aan seksisme, om zo dat seksisme aan te kaarten. Wil ik een misstand in kaart brengen, of wil ik zelf de verandering zijn?’

Nina Spijkers Beeld Ruud Pos
Nina SpijkersBeeld Ruud Pos

Op één punt helpt Spijkers de verandering alvast een handje. ‘Er moeten veel meer grote vrouwenrollen bij. En als die er niet zijn, moeten we anders casten.’ Zo regisseert Spijkers binnenkort de klassieke Shakespeare-tragedie Coriolanus. Met actrice Yela de Koning in de hoofdrol van de legendarische Romeinse legerleider.

Ook Club Lam blijft zich inspannen voor betere vrouwenrollen, zoals komende zomer in de productie Lourdes, over een op de heilige Bernadette Soubirous geïnspireerd meisje. You’ve got to do the work.

De valkuil daarbij is wel, merkt IJpelaar, dat zulke voorstellingen door mannen vaak bij voorbaat als iets exclusiefs vrouwelijks worden beschouwd. ‘Mannen voelen zich niet aangesproken. Terwijl onze voorstellingen altijd over veel méér gaan. Mannen die wèl komen vinden ze altijd erg leuk. Ik ga toch ook met veel plezier naar Batman en James Bond ?’

Eline Arbo herkent die reflex. ‘Verhalen over een man, zoals een Hamlet of een Macbeth, heten ‘universeel’ te zijn. Het mannelijk hoofdpersonage is ‘neutraal’ – daar kan iedereen zich in herkennen. Als er een vrouw centraal staat is het meteen een emancipatieverhaal. Of het wordt gezien als iets persoonlijks, een nicheonderwerp: intiem, gênant, te klein.’

Waarom, vraagt Arbo zich af, gaat het op toneel, maar ook in de literatuur, bijvoorbeeld zo zelden over zwangerschap of bevallen? Terwijl dat voor de helft van de wereldbevolking een heel wezenlijk thema is? (En voor die andere helft trouwens ook). ‘Het wordt gezien als iets dat in de privésfeer thuishoort, niet in de kunst. Dat is natuurlijk flauwekul.’

Zo kwam Arbo uit bij het griezelig fantasierijke anti-sprookje Yerma, waarin het titelpersonage afglijdt richting waanzin door haar onvervulde kinderwens. Een surrealistische theatertrip, die óók ging over gefnuikte verlangens, sociale controle en de drang naar autonomie en zelfbeschikking.

Arbo: ‘Als je mijn werk alleen door een feministische bril bekijkt, maak je het te smal. Tegelijkertijd geloof ik wel in een periode van hypercorrectie. Het witte heteroseksuele mannelijke perspectief is al tweeduizend jaar dominant in het theater. Zodanig dat zelfs vrouwen het verhaal van de man als de status quo zijn gaan beschouwen. Dat vind ik wel een mindfuck hoor. Op dat mechanisme moeten we superalert zijn. Verandering gaat niet vanzelf, die vereist noeste arbeid.’

Voor haar nieuwe voorstelling Witch Hunt werkt Arbo samen met Hannah van Wieringen, die voor het stuk in de geschiedenis van de heksenjachten in Noord-Europa dook. Ze lieten zich inspireren door het boek Caliban and the Witch (2004) van Sylvia Federici. Van Wieringen: ‘Federici laat zien hoe de heksenjachten in de 16de en 17de eeuw samenvielen met de opkomst van christendom en kapitalisme. Moedwillige vrouwenmoord was instrumenteel bij het installeren van een nieuwe wereldorde, waarbij het land werd herverdeeld, het kerngezin werd ingevoerd, en vrouwen ondergeschikt werden gemaakt aan de man.’

Vóór die tijd, aldus Van Wieringen, bestond er een hechte gemeenschap van invloedrijke vrouwen, die bijvoorbeeld kennis uitwisselden over ambachten en natuurgeneeskunde. Maar die kennis werd door de kerk weggezet als ‘duivels’, en ingewijde vrouwen werden vervolgd en vermoord. Van Wieringen: ‘Zo werd moedwillig een einde gemaakt aan die specifieke kennisoverdracht, en aan de solidariteit van vrouwen onderling.’

Eline Arbo: ‘In Witch Hunt onderzoeken we hoe we die verloren kennis en solidariteit weer zouden kunnen terugvinden.’

‘Reparative fiction’, noemt Van Wieringen dit, die voor het stuk een hechte, bevriende groep vrouwelijke personages creëert. Een netwerk, een gemeenschap van vrouwen. Die moet worden hersteld.

Want solidariteit, dat zien alle geïnterviewden, is de sleutel voor daadwerkelijke feministische vooruitgang. Tussen deze vrouwelijke makers bestaan goeie relaties. Spijkers, Arbo en Daria Bukvić eten geregeld met elkaar, om elkaar te steunen en van advies te voorzien, iets wat Arbo meer ziet in Scandinavië. ‘Noorwegen en Zweden zijn qua emancipatie veel verder. Soms word ik gek van het verschil met Nederland. Hoe kan dat? Dat moeten we voortdurend blijven aankaarten. Maar het gaat – langzaam – de goede kant op.’

Marloes IJpelaar Beeld ANP / Jean-Pierre Jans
Marloes IJpelaarBeeld ANP / Jean-Pierre Jans

Als er ergens weinig ruimte is, neemt de onderlinge competitie toe. Van Wieringen: ‘Maar je kunt ervoor kiezen om elkaar te blijven steunen en aan te moedigen. Het besef dat dat belangrijk is, lijkt nu meer door te dringen.’ Dat valt alle geïnterviewden op, aan deze nieuwe feministische golf in de theaters: er is meer onderlinge verbintenis en een grotere generositeit.

Nina Spijkers: ‘Iedereen is weleens jaloers of onzeker, maar dat hoeft niet te betekenen dat je de ander niet iets gunt. Zulke dingen bespreken wij eerlijk. Ik vind dat prettig en inspirerend: vrouwen onderling kunnen heel warm en royaal zijn.’

Eline Arbo: ‘Solidariteit is een spier die je kunt trainen.’

Spijkers: ‘Er is zoveel liefde, zoveel gunnen, zo weinig ego – heerlijk. Wat dat betreft zitten we volgens mij echt in een soort vreedzame revolutie. Er is daadwerkelijk verandering voelbaar. Dit is een vette tijd om vrouw te zijn.’

Witch Hunt, première 19/3, Noord Nederlands Toneel. Inl. nite.nl.

Ik stond in een kutvoorstelling, productiehuis Mevrouw Ogterop, première 26/3. Inl. mevrouwogterop.nl

Lolita van Club Lam is op tournee. Info clublam.nl

En de mannen?
Dit najaar dook performer Benjamin Moen in de krochten van ‘toxic masculinity’ in One Man Show (in regie van Floor Houwink ten Cate). Jan Hulst en Kasper Tarenskeen maakten de komedie Baby Crazy over de zwangere Maria. Opvallend is de bijdrage van de twee Britten Duncan MacMillan en Dennis Kelly, die twee van de mooiste vrouwenrollen in jaren creëerde, in People, Places & Things en Girls & Boys. Onlangs ging bij Toneelgroep Oostpool Good Cop in première, ook over giftige mannelijkheid. De barbaren van het Vlaamse gezelschap Antigone gaat over machismo in de sport.

Kata Wéber over feministische familiedrama Pieces of a Woman

De Hongaarse scenarist Kata Wéber maakte met haar man Kornél Mundruczó de bekroonde film Pieces of a Woman, waarvoor Vanessa Kirby een Oscarnominatie kreeg. Daarvoor was het ‘feministische familiedrama’ een toneelstuk, gespeeld bij het Poolse gezelschap TR Warszawa. Die voorstelling is 18 en 19 maart te zien in Internationaal Theater Amsterdam (ITA).

Wéber: ‘Onze ambitie was om een eerlijk, herkenbaar, menselijk verhaal te maken. Mijn personages moeten altijd zo waarachtig mogelijk zijn. Dus meer dan een feministische daad is deze voorstelling een daad van humanisme.

‘Revolutionair is denk ik de 22 minuten durende ‘bevallingsscène’, die op toneel zelfs nog langer duurt. Die moest zo rauw mogelijk zijn. Dat druist in tegen de manier waarop zwangere vrouwen vaak worden afgebeeld. Altijd met een zoet fondantlaagje. Zoals wij dit verhaal over een dramatische bevalling vertellen, en over de woede en rouw die daarop volgen, staat haaks op het dominante vrouwbeeld. Dat wordt als nieuw en nodig ervaren.

‘Toen ik ooit mijn plan pitchte bij een Hollywoodproducent, zei hij: ‘Wat jij wil kan niet. Haar verhaal kan de B-plot zijn, maar niet het hoofdverhaal.’ Het was geen ‘hero’s journey’ waarin de dappere man de draak verslaat. Dus misschien dat feministisch theater ook gaat over het vinden van nieuwe vertelvormen. We moeten de bestaande structuren oprekken. En dat gebeurt, zie ik om me heen. De vrouwelijke stemmen in de kunst worden steeds sterker.’

Pieces of a Woman door TR Warszawa, 18 & 19/3, ITA, Amsterdam. Info: ita.nl

Meer over