Een verzuipend Hitlertje tussen het toiletpapier

Het was aanvankelijk een eenmansactie, een kwajongensstreek. Andries Frederiks (89) begon spotprenten te tekenen omdat hij woedend was over de Duitse bezetting, het volk bij de les wilde houden, en ook wel een beetje uit verveling, om 'ambtenaartje te pesten'....

JUDITH KOELEMEIJER

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

AMSTERDAM

In zijn kantoor in het NS-gebouw in Utrecht maakte hij zijn eerste 'Hitlertjes'. Spotprenten van een Hitlertje dat aan een galg hing, of een Hitlertje dat verzoop, de benen als een 'V' uit het water gestoken - een ironische verwijzing naar de 'V van Victorie'-propaganda van de Duitsers. Ervan overtuigd dat niemand zou bedenken dat híj de maker ervan was, plakte hij de tekeningen in de paternosterlift in het gebouw - om vervolgens met genoegen te constateren welke opschudding dat teweegbracht.

Frederiks: 'De ambtenaren schrokken zich rot. Ik wakkerde de angst nog aan door zelf tussen de wachtenden voor de lift te gaan staan en te zeggen: ''Ik zou er niet in gaan hoor, je wordt erin geluisd.'' Op het laatst durfde niemand meer met de lift.' Ook rolde hij tekeningetjes in het wc-papier op het toilet voor de Duitsers. 'Als ze dan het papier afrolden, viel er plotseling zo'n Hitlertje uit.'

In het Verzetsmuseum in Amsterdam zijn de originele Hitlertjes nu te zien, naast een groot aantal andere spotprenten van Andries Frederiks uit de Tweede Wereldoorlog, die vanaf 1943 werden gepubliceerd in verzetsbladen als Oranje Bulletin, Ons Vrije Nederland en Ons Volk. Het zijn felle, heldere tekeningen, neergezet in eenvoudige lijnen, zonder veel opsmuk of details. Spotprenten moeten niet 'mooi' zijn, vindt Frederiks. Ze moeten allereerst een duidelijke boodschap verkondigen.

'Met een Ausweis haalt u een strop', staat er onder een tekening van een grof gebouwde nazi die een Ausweis geeft aan een klein, zielig mannetje dat aan een strop in zijn hand bengelt. Op een andere prent - een nazi met een grote bek en haar op zijn handen jaagt mensen een trein in - worden de spoorwegmannen aangemoedigd hun staking vooral niet op te geven: 'Spoorwegmannen, houdt vol! Niet voor onze voedselvoorziening, maar voor mensenroof willen de nazi's u gebruiken.' De bekendste tekening van Frederiks is die van de ezel die zich bij het arbeidsbureau meldt, een affiche dat in de nacht van 7 op 8 januari 1945 overal in Utrecht werd opgeplakt: 'Ik geef mij ook op voor Duitschland, ze zeggen dat het gras daar veel beter is dan hier'

De eenvoud van de tekeningen had ook een andere reden. Om herkenning van zijn handschrift te voorkomen, tekende Frederiks bewust simpeler dan hij gewend was. Ondanks die voorzorgsmaatregel werd hij in de zomer van 1942 gearresteerd door de Gestapo. Een jaloerse collega, 'socialist in hart en nieren' volgens Frederiks, wilde van hem af en had aangifte gedaan onder de naam van een NSB'er die ook bij de NS werkte. Deze NSB'er ontkende echter dat hij er iets mee te maken had. Na een paar dagen donkere cel werd Frederiks vrijgelaten - nadat de Duitsers hem eerst flink hadden afgeranseld.

Die mishandeling maakte zijn haat nog groter. 'Ik moest in de rij staan en zag hoe eerst twee anderen afgetuigd werden. Ik kan de hoofden van mijn beulen nog steeds uittekenen. Het korte haar, hun kromme poten. Na die afranseling werd het tekenen een obsessie, ik tekende dag en nacht door. Niet omdat ik zo stoer of heldhaftig wilde zijn, ik móest me gewoon ontladen. Het was een ziekte.'

Via zijn chef bij de spoorwegen was Frederiks in contact gekomen met de illegale pers. De tekeningen werden op allerlei manieren het huis uit gesmokkeld, met steun van zijn vrouw, die soms zelfs de kinderwagen van de buren leende - met baby en al - om in de holle buizen ervan een aantal tekeningen te kunnen vervoeren. Het was gevaarlijk werk, er waren regelmatig huiszoekingen. Frederiks had jonge kinderen - ook die konden hem in moeilijkheden brengen. 'Kijk, dat heeft mijn vader gemaakt', riep zijn zoontje toen hij het affiche van de ezel in Utrecht zag hangen. 'Het hele huis was daarna in rep en roer. Mijn vrouw en kinderen moesten een tijdje onderduiken.'

Frederiks tekende veel meer dan er werd gepubliceerd. De illegale bladen hechtten weinig belang aan spotprenten. Hans Mulder, vriend van Frederiks en liefhebber en promotor van zijn werk, beschreef in 1985 in zijn boek Een groote laars een plompe voet - Nederland en de nazi's in spotprent en karikatuur 1933-1945 hoe voor de overwegend communistische en gereformeerde verzetsbewegingen vooral het woord het wapen was. Waarom zouden ze hun schaarse papier aan een getekende grap besteden?

Er wáren ook niet veel politieke tekenaars in de oorlog. Mulder schat hun aantal desgevraagd op 'hoogstens een stuk of vijftien'. De grote tekenaars van voor 1940 hielden er na de capitulatie meestal mee op. Ze waren - vaak terecht - bang om op grond van hun handschrift herkend te worden, wilden hun familie niet in gevaar brengen, hadden geen papier, of weer andere redenen om ermee te stoppen. Frederiks was een uitzondering. Hij onderscheidt zich door zijn kwaliteit, zegt Mulder: 'Hij was een betere tekenaar. Onder de anderen had je veel amateurs.'

Na de bevrijding publiceerde hij nog twee jaar lang politieke prenten in Ons Vrije Nederland. De oorlog mocht over zijn, er was voor de links georiënteerde Frederiks nog genoeg om je kwaad over te maken. De atoombom, de halfslachtige houding van Europa ten opzichte van Franco, de Nederlandse politiek in Indonesië. Zo hangt er in het Verzetsmuseum een tekening van een Nederlandse boerin die een klein, tegenspartelend Indonesisch jongetje bij de lurven grijpt: 'Mijn ventje kan nog niet op zijn eigen beentjes staan'

Maar of de Nederlanders zich nu in Indonesië 'net zo erg als de moffen gedroegen' of niet: hij tekende niet meer uit volle overtuiging. Toen de redactie van Ons Vrije Nederland hem ook nog berispte om zijn opvattingen over Indonesië, besloot Frederiks met het politieke tekenen te stoppen. 'Ik miste de spontaniteit, nijd en spanning uit de oorlogstijd. En op een politieke prent mag je geen spoor van twijfel zien.'

Niet mooi, maar fel. Het oorlogstekenwerk van Andries Frederiks. Verzetsmuseum Amsterdam, tot en met 3 augustus.

Meer over