Een uur kunnen praten over een maat

Op de terugweg van een kamermuziekfestival in Australië vol intriges en ruzie, rijpte bij violiste Isabelle van Keulen het plan om zelf een festival in Nederland te organiseren....

PAY-UUN HIU

DELFT. Natuurlijk, waarom niet? Als je het zou moeten bedenken zou je er niet opkomen, maar toen Het Prinsenhof zich bij toeval aandiende, lag het eigenlijk voor de hand dat dit dé plaats was voor een kamermuziekfestival. Een gloednieuwe zaal op een historische locatie, idyllisch gelegen in het oude centrum van de stad, grenzend aan een viersterrenhotel in een al even idyllisch zeventiende-eeuws grachtenpand. Wat wil je nog meer?

Begin maar met organiseren en de wensen komen vanzelf. Een vergunning om de bar in het hotel langer open te houden en een aantal repetitieruimtes met piano stonden al gauw op het lijstje van violiste Isabelle van Keulen en impresario Marianne Brinks, beiden initiatiefnemer en directeur van de jonge stichting Delft Chamber Music Festival. Een substantiëlere wens kwam echter met stip op de eerste plaats na kennismaking met de akoestische kwaliteiten van de nieuwe Van der Mandele-zaal in het Stedelijk Museum Het Prinsenhof. De nagalmtijd van de zaal vertoonde eerder de karakteristieken van een zwembad dan die van een concertzaal.

De situering op de oude binnenplaats tussen de muren van het voormalig Sint Agathaklooster en de Waalse Kerk is prachtig. De glazen overkoepeling van architect Mick Eekhout (die ook de constructie ontwierp van de AGA Zaal van de Amsterdamse Beurs van Berlage) is een lumineus idee. Het is een transparant en eigentijds contrast met de historische omgeving, waar - mijmert Van Keulen - de kogelgaten van de aanslag op Willem van Oranje bij wijze van spreken nog in de muur zitten. Nu nog die akoestiek.

'Ik ben zó benieuwd', zegt Van Keulen in haar Amsterdamse bovenverdieping, twee weken voor het Delft Chamber Music Festival op zaterdag 2 augustus van start gaat. Achter haar ligt de onlangs aangeschafte Stradivarius te wachten om de akoestische aanpassingen van Adviesbureau Peutz diezelfde middag in de zaal uit te proberen.

'Een tweede-handsje', licht ze haar aankoop toe. De vorige eigenaar was Norbert Brainin, eerste violist van het Amadeus Kwartet, dus de geest van het kwartetspel moet tot diep in de nerven van het oude hout zijn ingesleten. En anders zorgt Van Keulen, bezeten van kamermuziek en thans primarius van het door haar opgerichte Isos Kwartet, er zelf wel voor.

Natuurlijk geniet ze van haar solo-carrière. Natuurlijk is het geweldig om in je eentje voor een groot orkest te staan. Maar in de kamermuziek schuilt toch haar hartstocht. 'Ik moet er niet aan denken om een heel seizoen alleen het Vioolconcert van Beethoven te spelen', zegt Van Keulen. Bij het festival Lockenhaus, genoemd naar het dorp ten zuiden van Wenen, is ze al jaren 's zomers te gast in het kamermuziekmekka van Gidon Kremer. 'Ik zou best zonder solo-concerten kunnen, maar niet zonder kamermuziek.' Ze zal de laatste zijn om te ontkennen dat het Lockenhaus model staat voor de Delftse variant. Maar de kiemen voor haar passie liggen toch verder terug in de tijd en dichterbij in geografisch opzicht.

'Woudschoten', zegt ze. Een naam. Een begrip. Een oord in het Zeisterbos waar Van Keulen als dertien-, veertienjarige in haar vakanties bij de Vereniging voor Huismuziek tot diep in de nacht trio's van Schubert doorspeelde. 'Die gedeelde pret, het delen van een ervaring', dat is haar bijgebleven. Dat mis je als solist. Van Keulen: 'Met kamermuziek heb je de kans om letterlijk een uur over een maat te praten en samen een oplossing te vinden, ook als je daarvoor een stuk van jezelf moet inleveren. Een opoffering voor een beter resultaat. Dat is mooi.'

Dat kamermuziekfestivals niet altijd in pais en vree verlopen, weet ze ook. Ze was met Marianne Brinks op weg naar zo'n festival in Australië. Brinks ging mee voor het Great Barrier Reef, Van Keulen voor de muziek. 'Wat zou je ervan vinden zelf een festival te organiseren?', zei de violiste tegen de impresario, nadat de verveling van de wachttijden op het vliegveld en de lange vlucht met veel wijn was weggespoeld. Het idee van een eigen festival werd op de terugvlucht efficiënt verder uitgewerkt, nadat het verblijf in Australië in een deceptie was geëindigd. Niks harmonieus samenzijn met vakbroeders en zusters, maar ruzies en intriges. 'Het was echt stom', luidt Van Keulens analyse.

Het grote voordeel van een eigen festival is in de eerste plaats dat je kunt vragen wie je wilt. Violisten Gidon Kremer en Vadim Repin; pianisten Elisabeth Leonskaja en Enrico Pace; trompettist Håkan Hardenberger en de leden het Vogler Quartett behoren tot enkele van de buitenlandse genodigden. Daarnaast sieren Nederlandse coryfeeën als hoornist Jacob Slagter, hoboïste Pauline Oostenrijk en fagottist Brian Pollard de lijst van uitvoerenden. In het totaal 35 musici die in ad hoc combinaties tot 10 augustus samenwerken.

'Idioot veel musici voor een eerste editie', vindt Van Keulen. Maar ja, hoe gaan die dingen? Ooit had Sytze Smit haar beloofd een stuk voor viool en slagwerk te componeren. 'Weet je het nog?', herinnerde ze hem aan de telefoon, 'dan wil ik het nu hebben.' En Smit schreef Songs and games dat 7 augustus in première gaat; een combinatie van lyrische vioolcantilenes en ritmische spelletjes, een stuk dat volgens Smit 'over de viool gaat zonder in de negentiende eeuw te blijven steken'. Alleen had hij wel opeens zes slagwerkers nodig in plaats van één.

Van Keulen is 'in de eerste plaats van het repertoire uitgegaan' en dat is het tweede voordeel van een eigen festival. Igor Stravinsky en de Zweed Allan Petterson behoren al geruime tijd tot haar favorieten. Van Petterson (1919-1980) moest ze ooit een vioolconcert spelen. Het was één groot drama, lang en zwaar en ze had spijt dat ze had toegezegd. Na vier concerten was ze om. Ze heeft nu zijn complete kamermuziek geprogrammeerd, inclusief de zeven vioolduo's waarvan ze zelf het merendeel uitvoert.

Ze heeft zichzelf ook het duivelse genoegen verschaft de vioolpartij uit Stravinsky's Histoire du soldat te spelen, zowel in de trioversie als in de concertsuite. Andere zwaartepunten in het programma van artistiek directeur Van Keulen zijn Schubert, Beethoven, Felix Mendelssohn en een première van naamgenoot Vladimir Mendelssohn, altviolist van het Isos Kwartet.

In principe moet het een jaarlijks terugkerend evenement worden. Een hele organisatie, heeft Isabelle van Keulen ondervonden. Drie, vier avonden per week is ze er zeker aan kwijt: het coördineren en combineren van stukken en musici, het maken van repetitieschema's, de correspondentie.

En bij rampspoed en onverwachte tegenvallers kan ze weer gaan zitten schuiven. Zo wordt een dag of tien voor het festival bekend dat sterpianist Oleg Maisenberg een zwaar auto-ongeluk heeft gehad en zeker vijf maanden niet kan spelen. Een vervanger is in de persoon van Vadim Sakharov binnen korte tijd gevonden, maar het heeft wel consequenties voor het programma.

De akoestiek, zo blijkt als Van Keulen met haar viool ter plaatse is, kan in ieder geval niet meer stuk. De Stradivarius zingt sonoor resonerend een partita van Bach. Zeventien vaandels van gaatjesmetaal gevuld met geluiddempend materiaal (elk tweehonderd kilo) hangen als een moderne kroonluchter en doen hun werk. 'Geweldig', juicht ze. 'Je krijgt zoveel terug.'

Het feest kan wat haar betreft beginnen en is geslaagd wanneer de musici voldaan naar huis gaan en graag weer terug willen komen. 'Dat is het belangrijkste', vindt ze. 'Dat ze niet zeggen: 'Delft, daar moet je niet heen gaan, want dat is verschrikkelijk".'

Delft Chamber Music Festival 2 t/m 10 aug. Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Sint Agathaplein 1, Delft. Tel. res.: 070-3202500.

Meer over